Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Diastatische Producten

  • Genealogie
  • Leiden
  • Geschiedenis 1801-1900
  • Geschiedenis 1901-1950
  • Geschiedenis 1951- heden
  • Gebouwen

Rijndijk 156

Degene die onlangs de witte voorgevel van het pand Rijndijk 156 passeerde, zal vrijwel zeker de geelkleurige (voorheen blauwe) reuzenletters in Art Deco-stijl zijn opgevallen. Wat wordt hier bedoeld met: ‘DIASTATISCHE PRODUCTEN’? Dit moet eerst even worden uitgelegd met een paar regels ‘stroperige’ chemie.


GT_2234 - Rijndijk 156-158

De term diastatisch, verbonden aan dit bedrijf, heeft alles te maken met het productieproces. Diastase is het proces waarbij het aanwezige zetmeel in mout van gerst, mais of tarwe in water met behulp van enzymen in verteerbare suikers (maltose) wordt omgezet. Een dergelijke behandeling vindt plaats bij bierbrouwen. Door verwarming en verdamping ontstaat een geconcentreerde stroperige vloeistof (van wit- tot bruinkleurig) of desgewenst droog moutextract dat bakkerijen en snoepfabrikanten gebruiken als kleurstof of als smaakversterker.

Voordat wordt ingegaan op de geschiedenis van dit unieke bedrijf, wordt teruggeblikt op de tijd dat op deze plek (toen nog grondgebied van Voorschoten) een openbare lagere school was gevestigd, die zijn oorsprong vond in het midden van de 18e eeuw, aangeduid als buurtschool of bijschool. Een eeuw later in 1874 werd in opdracht van de gemeente een nieuwe, grotere school met onderwijzerswoning gebouwd. Het mag een klein wonder heten dat door vele jaren heen dit witgepleisterde gebouw, dat als kantoor diende van Fabriek van Diastatische Producten en tevens de voormalige onderwijzerswoning van de openbare school was, staande is gebleven. Het bijzondere is ook dat deze voormalige onderwijzerswoning, gebouwd in de jaren 1874/1875, een gevelsteen bevat met een viertal namen, wat nadere toelichting verdient. Deze is aan de achterzijde van de woning bij de latere doorgang naar de fabriek ingemetseld.

In de aanloop naar de eerstesteenlegging werd op 19 maart 1874 de heer C. de Graaf als hoofdonderwijzer benoemd, nadat op 27 januari zijn voorganger J. de Jong eervol ontslag had gekregen. Omdat het schoolgebouw aan de Rijndijk in slechte staat verkeerde, werd in juli bij architect J. Goldberg in Hazerswoude advies ingewonnen over een mogelijke verbouw, te beginnen met de onderwijzerswoning voor C. de Graaf. Deze werd begroot op ongeveer duizend gulden. Nadat de gemeenteopzichter P. Yperlaan hiervan kennis had genomen, adviseerde hij de gemeenteraad in augustus tot het geven van de opdracht aan Goldberg voor het maken van een plan en bestek voor woning met aangrenzend schoolgebouw. Dit plan kwam er snel, want op 20 oktober werd de aanbesteding gegund aan de laagste inschrijver J. Spreij, voor een totale aanneemsom van f 8.584,--.

...
Eerste steen 1875 ....................................... Achterzijde school Rijndijk anno 1899 (bron J.H.M. Sloof)

In januari 1875 kon in principe met de bouw van de school worden begonnen, ware het niet dat de huurder van de tuin van het oude schoolgebouw dwarslag en de start met twee maanden vertraagde. Voor de doorgang van het onderwijs had de aannemer op zijn kosten een tijdelijk hulplokaal voor de leerlingen gehuurd. De eerstesteenlegging vond plaats op 24 maart 1875.
De hierin gegraveerde vier namen zijn die van kinderen van leden van de gemeenteraad van Voorschoten. Dit waren stuk voor stuk bouwlieden en boeren met kapitaal. Vervolgens is gebleken, zoals meestal gebeurde bij eerstesteenleggingen, dat ook bij deze gelegenheid jonge kinderen zijn ingeschakeld. Op het rijtje af worden op deze steen de namen van twee meisjes en twee jongens vermeld.

Klasina Maria Adriana Hoogendoorn, geb. 12 augustus 1865 (eerste kind van zes totaal). Dochter van Wouter Hoogendoorn (bouwman) en Petronella Oskam. De familie Hoogendoorn had een boerenbedrijf bij Berbice.
De voornamen met letters Ka.Ma.Ao. met eindletter in superscript bevatten een foutje: de steenhouwer heeft zich vergist in de eindletter van Adriana, want deze moet natuurlijk een a zijn.

Maria Cornelia Henrica van der Horn van den Bos, geboren op 1 januari 1866 en overleden op 18 maart 1940, 74 jaar, en in april 1885 op deze school benoemd als onderwijzeres. Toen was zij 19 jaar. Zij was dochter van W.E.H. van der Horn van den Bos en Maria Jacoba Cornelia van Kleef. Van der Horn van den Bos was de dorpsarts en woonde in 1875 nog aan de westzijde van de Voorstraat, nu het pand met het nummer 36. In 1889 zou hij aan de overkant van de Voorstraat het pand nummer 23 laten bouwen.

Job Duivenvoorden, geb. 27 juni 1862 in Voorschoten en overleden op 15 juni 1916 te ‘s-Gravenhage, (gehuwd met Cornelia van Steijn), zoon van Jacobus (Jacob/Jaap) Duivenvoorden en Johanna Maria van Haasteren. Jaap was gemeenteraadslid, wethouder en loco-burgemeester. Als kapitaalkrachtige boer behaalde hij vaak prijzen met zijn paarden op tentoonstellingen van de Hollandsche Maatschappij voor Landbouw. Ook op het onderdeel zuivelbereiding boekte hij succes met beste boterbereiding.

Petrus van Steijn, geb. 18 november 1866 (vader Pieter van Steijn en moeder Elisabeth Heemskerk, 2e huwelijk). Van Steijns boerenbedrijf lag bij het Haagse Schouw aan de kant van Valkenburg.

Samengevat: op 24 maart 1875 waren de leeftijden van deze schoolgaande eerstesteenleggers respectievelijk: Klasina (9 jaar), Maria (9 jaar), Job (12 jaar) en Petrus (8 jaar).

In de periode van 1900-1920 was het aantal leerlingen kennelijk groeiende en er was reden om de school uit te breiden. Met deze verbouwing was het aantal schoolbanken met ca. 30% toegenomen.


Bouwplan uitbreiding school Rijndijk 156 (schaal 1:100) G.J.Yperlaan, Voorschoten juli 1920

De openbare lagere school aan de Rijndijk wist zich tot halverwege 1937 te handhaven, waarna de deuren definitief werden gesloten. Een jaar later werd de gebouwen verkocht aan de Nederlandse Fabriek van Diastatische Producten N.V.
Deze fabriek werd opgericht in 1936 door twee Hagenaars, Jan Nieuwenhuizen Segaar en Herman Kunst. Door aankoop van de voormalige openbare school aan de Rijndijk werden deze ondernemers eind 1938 voor f 6500,-- eigenaar van dit perceel. De ligging aan de Oude Rijn maakte het vervoer van grondstoffen voor het moutextract naar de Rotterdamse haven en v.v. per schip mogelijk. In tijden van voorspoed produceerde deze fabriek jaarlijks ca. 4000 ton, waarvan maar liefst 95% bestemd was voor de export. Tot 1966 behoorde dit gebied aan de Rijndijk nog bij Voorschoten en de bewoners keken uit op weilanden. Het bedrijf werd in 1939 geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. Op het toekomstige fabrieksterrein werden investeringen gedaan voor de aanschaf van een stoomketel en een kolenbunker.


Leidsche Courant 20 okt. 1939 pag. 3.

De fabriek viel herhaaldelijk ten prooi aan diefstal van diverse materialen. Waren het eerst nog een vijftal konijnen en 6 hectoliter industriekolen (december 1942), later hebben dieven zich schuldig gemaakt aan het stelen van zink (maart 1952) en ten slotte werd uit de brandkast van de fabriek een bedrag van f 3.500,-- gestolen (december 1954). Vermoedelijk was het terrein onvoldoende afgezet en waren de financiële middelen niet toereikend anders dan voor verbeteringen in de procesvoering en werving van extra personeel. In 1963 werd in de Fabriek voor Diastatische producten N.V. een assistent gevraagd voor haar verstuivings-installatie (leeftijd 20-30 jaar, technische kennis gewenst). Alleen al voor een installatie ter bestrijding van verontreiniging van het oppervlaktewater was een investering van f 50.000 nodig. De gemeentelijke heffingen hadden hierdoor lager moeten uitpakken, maar het tegendeel was het geval.


Fabriek Diastatische producten vanaf de Oude Rijn (Foto Niek J. Bavelaar, 2002)

Er werd ook geklaagd over stank en lawaai. Al met al werd het steeds lastiger om het bedrijf staande te houden. Deze opgave werd nog versterkt door de bebouwing van de Stevenshofjespolder, waardoor de fabriek geleidelijk werd ingesloten. Om te voldoen aan de steeds strengere omgevingsnormen en om te kunnen voldoen aan de toenemende productievraag werd in 1989 een compleet nieuwe fabriek opgezet. Van de oorspronkelijke gebouwen werd alleen het kantoor, de voormalige onderwijzerswoning, gespaard. Dit alles bleek niet genoeg om aan de alsmaar toenemende omgevingseisen te voldoen. Regelmatig terugkerende discussies met omwonenden en toezichthouders hebben in 1995 ertoe geleid dat de productie alleen nog maar van maandag t/m vrijdag mocht plaatsvinden. Op 12 juli 2022 verkreeg de fabriek surseance van betaling. Kort daarna viel het doek en werd dit bedrijf eind juli 2022, na circa 85 productieve jaren, failliet verklaard.

Wat nog resteert is een herinnering aan het oude dijkdorp, als het ware ‘Voorschoten aan de Rijn’, met hier en daar nog historische boerderijen en bedrijven. Wat het pand Rijndijk 156 betreft, pleitte de Historische Vereniging Oud Leiden na een bezoek in december 2023 al voor de status van gemeentelijk monument. Het was verrassend te vernemen dat Rijndijk 156 onlangs door het college als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen. Rijndijk 156 zal in het erfgoedregister onder nummer 1824 worden geregistreerd.

Literatuur:
Oud Leiden Nieuws, jaargang 23, nr. 4, december 2023, J.J. de Haan.
Tussen Voorschoten en Leiden, 2020, Jan H.M. Sloof
Met dank aan Jan H.M. Sloof, Wim van den Eijkel en Piet de Baar.


Gemeente Voorschoten 1865 - bron: ELO
Rijndijk 156 rood gemarkeerd


Dit verhaal is opgesteld door de commissie Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden, auteur Thijs de Vries. Voor meer informatie of contact met de commissie raadpleeg ons colofon.
kaart