Verhaal: Eerste steen S.M. Hoogenstraaten - 1899
- Genealogie
- Leiden
- Geschiedenis 1801-1900
- Geschiedenis 1901-1950
- Geschiedenis 1951- heden
- Gebouwen
Lange Mare 69
In de gevel van Uitvaart Zorgcentrum “Leiden”, dat sinds 2001 aan Lange Mare 69 gevestigd is, zit net boven de plint een steen met onopvallende tekst:
S.M. HOOGENSTRAATEN 7 JUNI 1899

GT_2249 - Lange Mare 69

Lange Mare, met in het midden nr. 69
Eerstesteenlegster Sophia Maria Hoogenstraaten werd geboren in het pand Mare 39 op 11 januari 1886 als dochter van Johannes Wilhelmus Hoogenstraaten en de uit Rotterdam afkomstige Maria Elisabeth Asbrede. Die trouwden op 13 mei 1868. Het gezin werd zeer getroffen door babysterfte; in de periode van 1871 tot 1891 stierven maar liefst acht (van de veertien) kinderen, allen binnen een jaar tijd. Johannes Willem Hoogenstraaten stond te boek als distillateur en slijter (zijn vrouw was een dochter van een uit Duitsland afkomstige brander en distillateur), maar hij was ook heel actief als stroman (risicoloos bodverhoger voor de werkelijke koper bij openbare verkopingen) in de huizenmarkt, een bezigheid die gepaard ging met soms forse aankopen (boven f 15.000,--). In mei 1891 vond een heropening plaats van de Wijnkoperij aan Lange Mare 7 en 39 van J.W. en zijn in 1870 geboren zoon Johannes Anthonius Hoogenstraaten. Deze zoon had naast de wijn- en sterke drankhandel ook de bierhandel als bron van inkomsten. Als zodanig werd hij in 1897 voor Leiden en omstreken zelfs tot hoofdagent van de Beiersche Bierbrouwerij benoemd.
..........................
Leidsch Dagblad, 31 mei 1898 p. 16 ... Leidsch Dagblad, 24 november 1897 p. 6
Kort daarna huwde Johannes Anthonius op 13 mei 1898 met Catharina Maria Ruigrok. De zaken liepen dusdanig goed, dat er op Mare 39 extra personeel werd gevraagd, zoals een 2e knecht in de distillerij, voorts een bierbottelaarsknecht en een fatsoenlijke loopjongen. In april 1901 verkreeg o.a. de firma J.W. Hoogenstraaten en Zoon een drankwetvergunning voor kleinhandel in sterke drank, waarvoor eerder een verzoek bij B&W was ingediend.
Met bovenstaande Lange Mare 39 is er nog geen verband gelegd met het huidige pand nummer 69, want wat is er eigenlijk gebeurd met de huisnummering aan de Lange, Korte en Nieuwe Mare? Na de huisnummeringsomzetting van 1871 was er vaak verwarring tussen de lage huisnummers van Lange Mare enerzijds en Korte- en Nieuwe Mare anderzijds. De gemeente besloot in 1929 om de huizen van de Lange Mare nummers te geven, aansluitend op de huisnummering van de Nieuwe Mare (waar het de oneven nummers betreft); op dezelfde wijze voor de even nummers, die de Korte Mare vervolgen. Zodoende ontstond een doorlopende huisnummering en kreeg Lange Mare 39 sindsdien huisnummer 69.
Voor Johannes Wilhelmus brak na het verlies van zoveel kinderen opnieuw een periode van rouw aan. Op 31 maart 1906 overleed op zestigjarige leeftijd echtgenoot Maria Elizabeth Asbrede. Hij wist zich als weduwnaar (64 jaar) te herpakken door op 6 augustus 1907 een volgend huwelijk aan te gaan met de uit Blerick afkomstige Johanna Josephina Hubertina Holten (48 jaar).
Met zijn broer Hendrikus Maria Antonius richtte hij in 1906 een firma J.W. Hoogenstraaten en Zoon, distillateurs en wijnhandelaars, op. De distilleerderij was achter het pakhuis met bovenwoning, in de Dolhuissteeg. In die tijd kwam ook de statiegeldregeling voor o.a. bierflesjes op gang. Zie de aankondiging op 29 maart 1913 van de vereniging van 21 leden, waarbij J.W. Hoogenstraaten & Zn was aangesloten:

Leidsche Courant, 29 maart 1913
In januari 1915 besloot Johannes Willem Hoogenstraaten om zich te laten opnemen in Sint Anthonius Hove, een bejaardentehuis in Voorburg. Daar overleed op 18 maart 1918 zijn tweede vrouw Josephine (58 jaar). Johannes verbleef nog langere tijd in Voorburg, maar zijn leven eindigde in Limburg op 27 juli 1926, te Heerlen (83 jaar).
Over de levensloop van dochter Sophia Maria Hoogenstraaten zijn enkele bijzonderheden te melden. Er zijn geen aanwijzingen dat zij bemoeienis had met de drankenhandel van haar vader en broers. Op 13-jarige leeftijd in 1899 legde zij weliswaar in - een waarschijnlijk opnieuw opgetrokken gevel - de eerste steen, maar als klein meisje was ze al in 1892 naar Heythuysen in Limburg vertrokken, waarschijnlijk om in een internaat opgeleid te worden. In 1902 keerde zij weer terug naar Leiden vanuit de gemeente Mook en Middelaar. Op 6 maart 1906 slaagde zij in ’s-Gravenhage voor een examen ‘nuttige handwerken’. In 1907 vertrok zij weer naar Heythuysen en in april 1911 deed zij haar H. Professie in het klooster St. Elisabeth te Heijthuizen (tegenwoordig Heythuysen). Dit betekende het plechtig afleggen van kloostergeloften (armoede, kuisheid, gehoorzaamheid), waardoor zij lid werd van de religieuze orde van de Franciscanessen van Heythuysen. In het nabijgelegen Brunssum, klooster St. Josef, werd in het internaat onderwijs gegeven. Zij was in deze omgeving bekend onder de naam ‘Eerwaarde zuster Lucia’.
...
Leidsche Courant, 22 april 1911 ......... Dorpsstraat Brunssum, rechts St. Josefklooster, 1912
De Tweede Wereldoorlog was voor het klooster van Heythuysen een donker hoofdstuk; tussen 1942 en 1944 diende het klooster namelijk als eliteschool voor nazi-meisjes. De school stond onder toezicht van SS-leider Heinrich Himmler. Hierover verscheen een podcast, Hitlers Meisjesschool.
Mej. S.M. Hoogenstraaten slaagde in januari 1912 te Heythuysen voor het Mercurius diploma Boekhouden. In oktober 1915 verhuisde zij naar Amsterdam om in 1916 benoemd te worden tot lerares boekhouden aan R.K. Hoogere Burgerschool in de Vondelstraat. Op 10 november 1919 slaagde zij voor het examen Staatsinrichting M.O. te Amsterdam. In 1938 verhuisde zij naar Gabrielstraat 30 in Den Haag. Het verlangen om naar Limburg terug te keren bleef knagen en dat resulteerde in een laatste verhuizing naar Bunde, waar zij in 1957 op 71-jarige leeftijd overleed.
In Leiden had Johannes Anthonius vanaf de sterfdatum van zijn vader Johannes Wilhelmus in 1926 de zaken voortgezet, waaronder de wijnhandel aan Lange Mare 39 (later 69). Hij woonde zelf aan de Steenstraat 29. Niet lang daarna stierf hij op 21 oktober 1930 (bijna 60 jaar oud) en vervolgens werd weduwe Catharina Maria Ruijgrok met twee dochters de nieuwe eigenaar.
De distilleerderij, de bier- en wijnhandel vereisten de nodige aandacht maar konden nog wel worden voortgezet. De bovenwoning van Mare 69 werd intussen verhuurd. Toen tien jaar later Catharina Maria Hoogenstraaten-Ruijgrok op 2 september 1940 overleed, werd haar oudste dochter Catharina Wilhelmina Maria (alias Toos) op 23 augustus 1940 de erfgenaam van de distilleerderij en wijnkoperij aan de Lange Mare 69. Zij verkocht de handelsactiviteiten op 31 oktober aan N.V. Distilleerderij “De Fransche Kroon” van Hartevelt en Zoon te Leiden.

Leidsch Dagblad, 31 oktober 1940, p. 2
Toos verhuisde daarop om onbekende reden naar de 1e van de Boschstraat te Den Haag. Hiermee kwam op Lange Mare 69 een einde aan jarenlange bedrijvigheid in vloeibare handel. Het pand kwam daarna in handen van Bernardus Hendrikus Johannes van Linden, daarna van een tandarts en uiteindelijk van de weduwe van Wilhelmus Jacobus Edelaar, die het in 1958 publiek verkocht aan Cornelis Nicolaas Theodorus van Valderen, koopman, confiseur, fabrikant, handelaar in onroerend goed, die het in 1960 liet verbouwen door architect K. Starre. Hij was directeur-eigenaar geworden van de in 1935 door H.A. van Polanen opgerichte Roomsch-Katholieke Begrafenis-Associatie “Ad Sanctos”, die in 1947 door de gebroeders Van Valderen overgenomen was.
Vanaf 20 september 1958 was deze begrafenisonderneming officieel op Lange Mare 69 gevestigd, met bijkantoren Haarlemmerstraat 269 en Oude Rijn 188. Door aannemer fa. J. Stouten werd het pand verbouwd tot aula; de heropening vond plaats op 23 maart 1961. “Ad Sanctos” sloeg zelfs de vleugels uit naar Oegstgeest en Wassenaar, vanaf 1968 ook Voorschoten, en toen in 1970 P. van de Geyn directeur werd, zelfs Katwijk en Lisse. Vanaf 1 november 1981 werd de onderneming voortgezet in Lammermarkt 43, en vanaf 25 september 1998 na een fusie met begrafenisonderneming “Eenvoud” verhuisd naar een nieuw uitvaartcentrum aan de Gitstraat. Maar toch was het begrafenisgebeuren in Lange Mare 69 nog niet ten einde. In 1985 kwam hier Uitvaartcentrum “Leiden”, dat in 1990 door Monuta werd overgenomen; vanaf 2001 ging het verder als Uitvaart Zorgcentrum Leiden.

Dit verhaal is opgesteld door de commissie Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden, auteur Thijs de Vries. Voor meer informatie of contact met de commissie raadpleeg ons colofon.
S.M. HOOGENSTRAATEN 7 JUNI 1899
GT_2249 - Lange Mare 69
Lange Mare, met in het midden nr. 69
Eerstesteenlegster Sophia Maria Hoogenstraaten werd geboren in het pand Mare 39 op 11 januari 1886 als dochter van Johannes Wilhelmus Hoogenstraaten en de uit Rotterdam afkomstige Maria Elisabeth Asbrede. Die trouwden op 13 mei 1868. Het gezin werd zeer getroffen door babysterfte; in de periode van 1871 tot 1891 stierven maar liefst acht (van de veertien) kinderen, allen binnen een jaar tijd. Johannes Willem Hoogenstraaten stond te boek als distillateur en slijter (zijn vrouw was een dochter van een uit Duitsland afkomstige brander en distillateur), maar hij was ook heel actief als stroman (risicoloos bodverhoger voor de werkelijke koper bij openbare verkopingen) in de huizenmarkt, een bezigheid die gepaard ging met soms forse aankopen (boven f 15.000,--). In mei 1891 vond een heropening plaats van de Wijnkoperij aan Lange Mare 7 en 39 van J.W. en zijn in 1870 geboren zoon Johannes Anthonius Hoogenstraaten. Deze zoon had naast de wijn- en sterke drankhandel ook de bierhandel als bron van inkomsten. Als zodanig werd hij in 1897 voor Leiden en omstreken zelfs tot hoofdagent van de Beiersche Bierbrouwerij benoemd.
Leidsch Dagblad, 31 mei 1898 p. 16 ... Leidsch Dagblad, 24 november 1897 p. 6
Kort daarna huwde Johannes Anthonius op 13 mei 1898 met Catharina Maria Ruigrok. De zaken liepen dusdanig goed, dat er op Mare 39 extra personeel werd gevraagd, zoals een 2e knecht in de distillerij, voorts een bierbottelaarsknecht en een fatsoenlijke loopjongen. In april 1901 verkreeg o.a. de firma J.W. Hoogenstraaten en Zoon een drankwetvergunning voor kleinhandel in sterke drank, waarvoor eerder een verzoek bij B&W was ingediend.
Met bovenstaande Lange Mare 39 is er nog geen verband gelegd met het huidige pand nummer 69, want wat is er eigenlijk gebeurd met de huisnummering aan de Lange, Korte en Nieuwe Mare? Na de huisnummeringsomzetting van 1871 was er vaak verwarring tussen de lage huisnummers van Lange Mare enerzijds en Korte- en Nieuwe Mare anderzijds. De gemeente besloot in 1929 om de huizen van de Lange Mare nummers te geven, aansluitend op de huisnummering van de Nieuwe Mare (waar het de oneven nummers betreft); op dezelfde wijze voor de even nummers, die de Korte Mare vervolgen. Zodoende ontstond een doorlopende huisnummering en kreeg Lange Mare 39 sindsdien huisnummer 69.
Voor Johannes Wilhelmus brak na het verlies van zoveel kinderen opnieuw een periode van rouw aan. Op 31 maart 1906 overleed op zestigjarige leeftijd echtgenoot Maria Elizabeth Asbrede. Hij wist zich als weduwnaar (64 jaar) te herpakken door op 6 augustus 1907 een volgend huwelijk aan te gaan met de uit Blerick afkomstige Johanna Josephina Hubertina Holten (48 jaar).
Met zijn broer Hendrikus Maria Antonius richtte hij in 1906 een firma J.W. Hoogenstraaten en Zoon, distillateurs en wijnhandelaars, op. De distilleerderij was achter het pakhuis met bovenwoning, in de Dolhuissteeg. In die tijd kwam ook de statiegeldregeling voor o.a. bierflesjes op gang. Zie de aankondiging op 29 maart 1913 van de vereniging van 21 leden, waarbij J.W. Hoogenstraaten & Zn was aangesloten:
Leidsche Courant, 29 maart 1913
In januari 1915 besloot Johannes Willem Hoogenstraaten om zich te laten opnemen in Sint Anthonius Hove, een bejaardentehuis in Voorburg. Daar overleed op 18 maart 1918 zijn tweede vrouw Josephine (58 jaar). Johannes verbleef nog langere tijd in Voorburg, maar zijn leven eindigde in Limburg op 27 juli 1926, te Heerlen (83 jaar).
Over de levensloop van dochter Sophia Maria Hoogenstraaten zijn enkele bijzonderheden te melden. Er zijn geen aanwijzingen dat zij bemoeienis had met de drankenhandel van haar vader en broers. Op 13-jarige leeftijd in 1899 legde zij weliswaar in - een waarschijnlijk opnieuw opgetrokken gevel - de eerste steen, maar als klein meisje was ze al in 1892 naar Heythuysen in Limburg vertrokken, waarschijnlijk om in een internaat opgeleid te worden. In 1902 keerde zij weer terug naar Leiden vanuit de gemeente Mook en Middelaar. Op 6 maart 1906 slaagde zij in ’s-Gravenhage voor een examen ‘nuttige handwerken’. In 1907 vertrok zij weer naar Heythuysen en in april 1911 deed zij haar H. Professie in het klooster St. Elisabeth te Heijthuizen (tegenwoordig Heythuysen). Dit betekende het plechtig afleggen van kloostergeloften (armoede, kuisheid, gehoorzaamheid), waardoor zij lid werd van de religieuze orde van de Franciscanessen van Heythuysen. In het nabijgelegen Brunssum, klooster St. Josef, werd in het internaat onderwijs gegeven. Zij was in deze omgeving bekend onder de naam ‘Eerwaarde zuster Lucia’.
Leidsche Courant, 22 april 1911 ......... Dorpsstraat Brunssum, rechts St. Josefklooster, 1912
De Tweede Wereldoorlog was voor het klooster van Heythuysen een donker hoofdstuk; tussen 1942 en 1944 diende het klooster namelijk als eliteschool voor nazi-meisjes. De school stond onder toezicht van SS-leider Heinrich Himmler. Hierover verscheen een podcast, Hitlers Meisjesschool.
Mej. S.M. Hoogenstraaten slaagde in januari 1912 te Heythuysen voor het Mercurius diploma Boekhouden. In oktober 1915 verhuisde zij naar Amsterdam om in 1916 benoemd te worden tot lerares boekhouden aan R.K. Hoogere Burgerschool in de Vondelstraat. Op 10 november 1919 slaagde zij voor het examen Staatsinrichting M.O. te Amsterdam. In 1938 verhuisde zij naar Gabrielstraat 30 in Den Haag. Het verlangen om naar Limburg terug te keren bleef knagen en dat resulteerde in een laatste verhuizing naar Bunde, waar zij in 1957 op 71-jarige leeftijd overleed.
In Leiden had Johannes Anthonius vanaf de sterfdatum van zijn vader Johannes Wilhelmus in 1926 de zaken voortgezet, waaronder de wijnhandel aan Lange Mare 39 (later 69). Hij woonde zelf aan de Steenstraat 29. Niet lang daarna stierf hij op 21 oktober 1930 (bijna 60 jaar oud) en vervolgens werd weduwe Catharina Maria Ruijgrok met twee dochters de nieuwe eigenaar.
De distilleerderij, de bier- en wijnhandel vereisten de nodige aandacht maar konden nog wel worden voortgezet. De bovenwoning van Mare 69 werd intussen verhuurd. Toen tien jaar later Catharina Maria Hoogenstraaten-Ruijgrok op 2 september 1940 overleed, werd haar oudste dochter Catharina Wilhelmina Maria (alias Toos) op 23 augustus 1940 de erfgenaam van de distilleerderij en wijnkoperij aan de Lange Mare 69. Zij verkocht de handelsactiviteiten op 31 oktober aan N.V. Distilleerderij “De Fransche Kroon” van Hartevelt en Zoon te Leiden.
Leidsch Dagblad, 31 oktober 1940, p. 2
Toos verhuisde daarop om onbekende reden naar de 1e van de Boschstraat te Den Haag. Hiermee kwam op Lange Mare 69 een einde aan jarenlange bedrijvigheid in vloeibare handel. Het pand kwam daarna in handen van Bernardus Hendrikus Johannes van Linden, daarna van een tandarts en uiteindelijk van de weduwe van Wilhelmus Jacobus Edelaar, die het in 1958 publiek verkocht aan Cornelis Nicolaas Theodorus van Valderen, koopman, confiseur, fabrikant, handelaar in onroerend goed, die het in 1960 liet verbouwen door architect K. Starre. Hij was directeur-eigenaar geworden van de in 1935 door H.A. van Polanen opgerichte Roomsch-Katholieke Begrafenis-Associatie “Ad Sanctos”, die in 1947 door de gebroeders Van Valderen overgenomen was.
Vanaf 20 september 1958 was deze begrafenisonderneming officieel op Lange Mare 69 gevestigd, met bijkantoren Haarlemmerstraat 269 en Oude Rijn 188. Door aannemer fa. J. Stouten werd het pand verbouwd tot aula; de heropening vond plaats op 23 maart 1961. “Ad Sanctos” sloeg zelfs de vleugels uit naar Oegstgeest en Wassenaar, vanaf 1968 ook Voorschoten, en toen in 1970 P. van de Geyn directeur werd, zelfs Katwijk en Lisse. Vanaf 1 november 1981 werd de onderneming voortgezet in Lammermarkt 43, en vanaf 25 september 1998 na een fusie met begrafenisonderneming “Eenvoud” verhuisd naar een nieuw uitvaartcentrum aan de Gitstraat. Maar toch was het begrafenisgebeuren in Lange Mare 69 nog niet ten einde. In 1985 kwam hier Uitvaartcentrum “Leiden”, dat in 1990 door Monuta werd overgenomen; vanaf 2001 ging het verder als Uitvaart Zorgcentrum Leiden.
Dit verhaal is opgesteld door de commissie Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden, auteur Thijs de Vries. Voor meer informatie of contact met de commissie raadpleeg ons colofon.