Verhaal: Dominee Rudolph en de eerste steen van de Kaasmarktschool
- Genealogie
- Leiden
- Geschiedenis 1801-1900
- Geschiedenis 1901-1950
- Gebouwen
Hooglandse Kerkgracht 20a
Wie een eerste steen aanbrengt en daar ook het nodige geld voor over heeft, wil natuurlijk dat zoveel mogelijk geïnteresseerden die ook kunnen zien. Daarom is de beste plaats in de buitengevel, liefst in de buurt van de voordeur. Maar helaas staat de steen daar bloot aan vocht en andere weersinvloeden. Daardoor zijn nogal wat eerste stenen onleesbaar geworden, zeker als de kwaliteit van de steen toch al niet subliem was. Dan is het veel beter om zo’n steen binnen in het pand aan te brengen, maar daar zien alleen het gezin en enkele bezoekers hem. Bij een school, ziekenhuis, kerk en dergelijke speelt dat veel minder wanneer de steen in een gang of andere publieksruimte aangebracht wordt: daar komen heel veel mensen langs die de tekst kunnen lezen. Bovendien blijft de ingemetselde steen mooi zitten, tot ooit op die plek gesloopt wordt of zelfs de hele muur weggehaald. Dan wordt de steen ergens op een mooi plekje los neergezet. Maar dan wordt zijn lot ongewis; vrijwel iedereen kan hem verzetten of weghalen. Wanneer dan ook nog het gebouw waarin de steen hoorde helemaal afgebroken wordt, is het maar de vraag of de steen gered wordt en bijvoorbeeld weer in een nieuw te bouwen pand op dezelfde plaats ingemetseld wordt. Nogal wat stenen zijn bij de sloop terechtgekomen of aan de zwerf geraakt. Dan worden het zogenaamde weesstenen. Pogingen om ook in Leiden een ‘weesstenenmuur’ binnen in een drukbezocht en voor iedereen toegankelijk pand te realiseren, hebben tot nu toe geen resultaat opgeleverd. Dus als iemand nog een goede suggestie heeft…
Achtergevel van de Kaasmarktschool in 1932
Zicht op de school in 1975 - bron ELO Beeldbank
Ook in de Kaasmarktschool is de eerste steen aan de zwerf geraakt. Die school, van de Gereformeerde Schoolvereniging, werd oorspronkelijk gebouwd achter het pand Hooglandse Kerkgracht 20 en was alleen toegankelijk via een (nog bestaand) poortje, nummer 20a, met het opschrift: School voor Geref. G.L. Onderwijs (dus gewoon lager onderwijs).
.................................... 
Hooglandse Kerkgracht 20a .................... Koppenhinksteeg 13
... 
GT_1959 - foto H. de Sterke..................... GT_2175 - foto Th. de Vries
Pas later verrees een nieuwe vleugel langs de Kaasmarkt en veranderden toegang en naam. Van oudsher was het onderwijs in kerkelijke en particuliere handen en alleen het onderwijs aan de zonen van de elite werd door de overheid verzorgd in de Latijnse School. In 1736 kwamen er drie Armenscholen voor kinderen van bedeelden; ook hiervan werden alle kosten door de stad gedragen. Na 1860 bouwde de gemeente een reeks openbare scholen, waar een niet al te hoog of helemaal geen schoolgeld van de ouders gevraagd werd. Wie niet van het openbaar onderwijs gebruik wilde maken, kon terecht bij katholieke of protestantse scholen, maar daar was het schoolgeld vaak pittig. Die als onrechtvaardigheid gevoelde achterstelling van het bijzonder onderwijs werd was pas in 1920 opgeheven; toen werd vrijwel alle onderwijs voor iedereen gratis. Onderwijs kost altijd véél te veel in het zuinige Nederland en ook in Leiden waren er heel wat wantoestanden, zoals uitpuilende klaslokalen. Een school bouwen kost nu eenmaal veel geld, nog afgezien van de daarna doorlopende kosten van onderwijzend personeel en dergelijke. Men ging dus niet lichtvaardig over tot de bouw van nieuwe scholen. Maar bij de Gereformeerden kon het in 1908 echt niet langer meer: de twee bestaande scholen aan de Hooigracht en de Herensingel (de toenmalige Singelschool) leden aan overbevolking.
Toen het nieuwe hoofd van de school aan de Hooigracht, Willem Vros, geb. Zwolle 15 februari 1867, met zijn vrouw en zes kinderen zich vanuit Assen op 8 juni 1908 in het pand Hooglandse Kerkgracht 20 vestigde, moet wel meteen de grote tuin daarachter de aandacht getrokken hebben om er een nieuwe school te bouwen: lekker rustig, zonder afleiding van verkeer over een straat. Op 24 juli 1908 vond de aanbesteding ervan plaats door het bestuur van de Gereformeerde Schoolvereeniging in de consistoriekamer van de Gereformeerde kerk aan de Hooigracht (kerk A, later vervangen door de Zuiderkerk aan de Lammenschansweg). Wie het bouwen “van een School en Lokaal voor vrije- en ordeoefeningen op een terrein aan de Hooglandsche Kerkgracht No. 20 te Leiden” wel wilde aannemen, kon een bestek met drie tekeningen kopen bij P. van der Horst, Witte Singel 8 en diens aanwijzingen op het terrein op 18 juli bijwonen. Wie de school en (gymnastiek)lokaal gebouwd heeft, is niet goed bekend. Maar er is wel vaart achter gezet, want op 1 februari 1909 kon de school geopend worden. In het bericht in het Leidsch Dagblad hierover staat: “In een der wanden is aangebracht een marmeren gedenksteen met in gouden letteren: Eben Haëzer. De eerste steen gelegd door ds. R.J.W. Rudolph 9 September 1908”.
... 
Eerste steen Eben Haëzer .........................Trappenhuis MULO
GT_2174 - foto's Thijs de Vries
De school bevatte toen elf lokalen, waar 160 leerlingen in konden. Hoofd werd dus Willem Vros, die voordien al aan de Hooigracht hoofd was. Zijn vrouw overleed in 1913 en van hun zes kinderen overleden er drie, waarvan twee in 1918; hierna is hij in 1919 een nieuw huwelijk aangegaan. Vros heeft in 1926 plaatsgemaakt voor W.G. Aldershoff jr. De school, inmiddels Gereformeerde School voor M.U.L.O., werd in 1930 door de gereformeerde architect A.T. Kraan uitgebreid met de vleugel langs de Kaasmarkt, bestaande uit een gymlokaal waar nog twee extra leslokalen bovenop gebouwd werden. De schepping van architect P. van der Horst is toen uiteraard aangepast om bij die nieuwbouw aan te sluiten. Eigenlijk was Pieter van der Horst timmerman, geboren 22 november 1856 in Leiderdorp en overleden op 2 juli 1914 in Leiden. Hij woonde dus in Witte Singel 8 (toenmalige nummering) met zijn vrouw en hun tien kinderen, waarvan er overigens vier té jong overleden. Haast vanzelfsprekend was hij lidmaat van de Gereformeerde Kerk, zodat hij de opdracht kreeg en bijvoorbeeld niet de hervormde W.C. Mulder, die wel veel meer ervaring had met het bouwen van scholen.
De dominee Rudolph die de eerste steen gelegd heeft, was in 1908 de voornaamste gereformeerde predikant. Roelof Jan Willem Rudolph (Elst 1862 – Amersfoort 1914) werd in 1890 uit Heinenoord beroepen en was hier actief tot hij op 2 oktober 1912 afscheid nam. Hij werd toen predikant-directeur van de op zijn initiatief opgerichte Gereformeerde Inrichting voor Voogdij- en Regeeringskinderen (ook wel Stichting voor ontouderde of verwaarloosde kinderen genaamd) te Achterveld (bij Rhenen), tot zijn vroege dood anderhalf jaar later wegens keelkanker, waar zelfs operaties in Heidelberg niets tegen konden uitrichten. In Leiden werd hij haast vanzelfsprekend voorzitter van het schoolbestuur en dus mocht hij de eerste steen leggen. Dat de bijbelspreuk Eben Haëzer (tot hier heeft de Heer geholpen) op die steen kwam te staan, zal dan ook wel uit zijn koker gekomen zijn. Rudolph was de eerste predikant van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk Leiden (doleerend), een afsplitsing van de Nederlandse Hervormde Gemeente. Deze had in 1888 een nieuwe kerk achter het pand Oude Vest 133 laten bouwen door architect Jacobus van der Heijden, in 1900 uitgebreid met Oude Vest 135, al werd dat meteen afgebroken en vervangen door een pleintje met een fraai toegangsportaal voor de kerk.
Ingang van de Gereformeerde Oude Vest Kerk, Oude Vest 133, begin 20e eeuw
Bron ELO Beeldbank
Hij was in veel zaken een drijvende kracht: voor de bouw van een orgel, zending, drankbestrijding, padvinderij, de Christelijke bewaarschool (Oude Rijn 174, herbouwd 1901), de Christelijke Kweekschool (Stille Rijn), de politiek (hij was veelvuldig spreker voor de ARP en vurig bestrijder van het socialisme), het onderwijs en de samensmelting van de drie gereformeerde kerkgenootschappen (de Christelijk Afgescheiden Gemeente, de Kerk onder het Kruis en de Dolerenden) tot Gereformeerde Kerk van Leiden. Hun kerken bleven in gebruik, resp. aan de Hooigracht (kerk A), aan de Herengracht (kerk B, thans de kerk van de Vrijgemaakten) en Oude Vest (kerk C). Wat het onderwijs betreft was hij degene die vurig eigen gereformeerd onderwijs bepleitte (de scholen van de hervormden waren natuurlijk niet naar zijn zin) en het lukte hem zelfs de hervormde school aan de Hooigracht te verwerven om daar een gereformeerde school in te vestigen, al bleek die al heel snel veel te klein te zijn, zodat de nieuwbouw in 1908 nodig was. Zelf woonde hij van 1904 tot zijn vertrek naar Amersfoort (1 april 1913) op het adres Oude Singel 220, met vrouw en twee aangenomen zonen. Na zijn overlijden werd hij op 14 mei 1914 op de begraafplaats Groenesteeg ter aarde besteld.
Staat dus zijn schepping de Kaasmarktschool op de nominatie om gesloopt te worden, zijn kerk aan de Oude Vest is gered door er appartementen in te bouwen. Ds. Rudolph heeft dus heel wat voor Leiden betekend en dat de steen die daar getuigenis van aflegt een beter lot dan weessteen verdient, zal wel geen betoog behoeven.
Dit verhaal is opgesteld door de commissie Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden, auteur Piet de Baar. Zie verder colofon
Achtergevel van de Kaasmarktschool in 1932
Zicht op de school in 1975 - bron ELO Beeldbank
Ook in de Kaasmarktschool is de eerste steen aan de zwerf geraakt. Die school, van de Gereformeerde Schoolvereniging, werd oorspronkelijk gebouwd achter het pand Hooglandse Kerkgracht 20 en was alleen toegankelijk via een (nog bestaand) poortje, nummer 20a, met het opschrift: School voor Geref. G.L. Onderwijs (dus gewoon lager onderwijs).
Hooglandse Kerkgracht 20a .................... Koppenhinksteeg 13
GT_1959 - foto H. de Sterke..................... GT_2175 - foto Th. de Vries
Pas later verrees een nieuwe vleugel langs de Kaasmarkt en veranderden toegang en naam. Van oudsher was het onderwijs in kerkelijke en particuliere handen en alleen het onderwijs aan de zonen van de elite werd door de overheid verzorgd in de Latijnse School. In 1736 kwamen er drie Armenscholen voor kinderen van bedeelden; ook hiervan werden alle kosten door de stad gedragen. Na 1860 bouwde de gemeente een reeks openbare scholen, waar een niet al te hoog of helemaal geen schoolgeld van de ouders gevraagd werd. Wie niet van het openbaar onderwijs gebruik wilde maken, kon terecht bij katholieke of protestantse scholen, maar daar was het schoolgeld vaak pittig. Die als onrechtvaardigheid gevoelde achterstelling van het bijzonder onderwijs werd was pas in 1920 opgeheven; toen werd vrijwel alle onderwijs voor iedereen gratis. Onderwijs kost altijd véél te veel in het zuinige Nederland en ook in Leiden waren er heel wat wantoestanden, zoals uitpuilende klaslokalen. Een school bouwen kost nu eenmaal veel geld, nog afgezien van de daarna doorlopende kosten van onderwijzend personeel en dergelijke. Men ging dus niet lichtvaardig over tot de bouw van nieuwe scholen. Maar bij de Gereformeerden kon het in 1908 echt niet langer meer: de twee bestaande scholen aan de Hooigracht en de Herensingel (de toenmalige Singelschool) leden aan overbevolking.
Toen het nieuwe hoofd van de school aan de Hooigracht, Willem Vros, geb. Zwolle 15 februari 1867, met zijn vrouw en zes kinderen zich vanuit Assen op 8 juni 1908 in het pand Hooglandse Kerkgracht 20 vestigde, moet wel meteen de grote tuin daarachter de aandacht getrokken hebben om er een nieuwe school te bouwen: lekker rustig, zonder afleiding van verkeer over een straat. Op 24 juli 1908 vond de aanbesteding ervan plaats door het bestuur van de Gereformeerde Schoolvereeniging in de consistoriekamer van de Gereformeerde kerk aan de Hooigracht (kerk A, later vervangen door de Zuiderkerk aan de Lammenschansweg). Wie het bouwen “van een School en Lokaal voor vrije- en ordeoefeningen op een terrein aan de Hooglandsche Kerkgracht No. 20 te Leiden” wel wilde aannemen, kon een bestek met drie tekeningen kopen bij P. van der Horst, Witte Singel 8 en diens aanwijzingen op het terrein op 18 juli bijwonen. Wie de school en (gymnastiek)lokaal gebouwd heeft, is niet goed bekend. Maar er is wel vaart achter gezet, want op 1 februari 1909 kon de school geopend worden. In het bericht in het Leidsch Dagblad hierover staat: “In een der wanden is aangebracht een marmeren gedenksteen met in gouden letteren: Eben Haëzer. De eerste steen gelegd door ds. R.J.W. Rudolph 9 September 1908”.
Eerste steen Eben Haëzer .........................Trappenhuis MULO
GT_2174 - foto's Thijs de Vries
De school bevatte toen elf lokalen, waar 160 leerlingen in konden. Hoofd werd dus Willem Vros, die voordien al aan de Hooigracht hoofd was. Zijn vrouw overleed in 1913 en van hun zes kinderen overleden er drie, waarvan twee in 1918; hierna is hij in 1919 een nieuw huwelijk aangegaan. Vros heeft in 1926 plaatsgemaakt voor W.G. Aldershoff jr. De school, inmiddels Gereformeerde School voor M.U.L.O., werd in 1930 door de gereformeerde architect A.T. Kraan uitgebreid met de vleugel langs de Kaasmarkt, bestaande uit een gymlokaal waar nog twee extra leslokalen bovenop gebouwd werden. De schepping van architect P. van der Horst is toen uiteraard aangepast om bij die nieuwbouw aan te sluiten. Eigenlijk was Pieter van der Horst timmerman, geboren 22 november 1856 in Leiderdorp en overleden op 2 juli 1914 in Leiden. Hij woonde dus in Witte Singel 8 (toenmalige nummering) met zijn vrouw en hun tien kinderen, waarvan er overigens vier té jong overleden. Haast vanzelfsprekend was hij lidmaat van de Gereformeerde Kerk, zodat hij de opdracht kreeg en bijvoorbeeld niet de hervormde W.C. Mulder, die wel veel meer ervaring had met het bouwen van scholen.
De dominee Rudolph die de eerste steen gelegd heeft, was in 1908 de voornaamste gereformeerde predikant. Roelof Jan Willem Rudolph (Elst 1862 – Amersfoort 1914) werd in 1890 uit Heinenoord beroepen en was hier actief tot hij op 2 oktober 1912 afscheid nam. Hij werd toen predikant-directeur van de op zijn initiatief opgerichte Gereformeerde Inrichting voor Voogdij- en Regeeringskinderen (ook wel Stichting voor ontouderde of verwaarloosde kinderen genaamd) te Achterveld (bij Rhenen), tot zijn vroege dood anderhalf jaar later wegens keelkanker, waar zelfs operaties in Heidelberg niets tegen konden uitrichten. In Leiden werd hij haast vanzelfsprekend voorzitter van het schoolbestuur en dus mocht hij de eerste steen leggen. Dat de bijbelspreuk Eben Haëzer (tot hier heeft de Heer geholpen) op die steen kwam te staan, zal dan ook wel uit zijn koker gekomen zijn. Rudolph was de eerste predikant van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk Leiden (doleerend), een afsplitsing van de Nederlandse Hervormde Gemeente. Deze had in 1888 een nieuwe kerk achter het pand Oude Vest 133 laten bouwen door architect Jacobus van der Heijden, in 1900 uitgebreid met Oude Vest 135, al werd dat meteen afgebroken en vervangen door een pleintje met een fraai toegangsportaal voor de kerk.
Ingang van de Gereformeerde Oude Vest Kerk, Oude Vest 133, begin 20e eeuw
Bron ELO Beeldbank
Hij was in veel zaken een drijvende kracht: voor de bouw van een orgel, zending, drankbestrijding, padvinderij, de Christelijke bewaarschool (Oude Rijn 174, herbouwd 1901), de Christelijke Kweekschool (Stille Rijn), de politiek (hij was veelvuldig spreker voor de ARP en vurig bestrijder van het socialisme), het onderwijs en de samensmelting van de drie gereformeerde kerkgenootschappen (de Christelijk Afgescheiden Gemeente, de Kerk onder het Kruis en de Dolerenden) tot Gereformeerde Kerk van Leiden. Hun kerken bleven in gebruik, resp. aan de Hooigracht (kerk A), aan de Herengracht (kerk B, thans de kerk van de Vrijgemaakten) en Oude Vest (kerk C). Wat het onderwijs betreft was hij degene die vurig eigen gereformeerd onderwijs bepleitte (de scholen van de hervormden waren natuurlijk niet naar zijn zin) en het lukte hem zelfs de hervormde school aan de Hooigracht te verwerven om daar een gereformeerde school in te vestigen, al bleek die al heel snel veel te klein te zijn, zodat de nieuwbouw in 1908 nodig was. Zelf woonde hij van 1904 tot zijn vertrek naar Amersfoort (1 april 1913) op het adres Oude Singel 220, met vrouw en twee aangenomen zonen. Na zijn overlijden werd hij op 14 mei 1914 op de begraafplaats Groenesteeg ter aarde besteld.
Staat dus zijn schepping de Kaasmarktschool op de nominatie om gesloopt te worden, zijn kerk aan de Oude Vest is gered door er appartementen in te bouwen. Ds. Rudolph heeft dus heel wat voor Leiden betekend en dat de steen die daar getuigenis van aflegt een beter lot dan weessteen verdient, zal wel geen betoog behoeven.
Dit verhaal is opgesteld door de commissie Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden, auteur Piet de Baar. Zie verder colofon