Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Familie Vister en de Tabak- en Sigarenfabriek 'De Landman'

  • Genealogie
  • Leiden
  • Gebouwen

Haven 20/West Havenstraat 1a

Toen met de kleine stadsuitbreiding van 1644 plannen werden gerealiseerd voor de bebouwing van de Loyersstraet, Oost Havestraet, Verwerstraet en West Havestraet, had dit als doel om het woningtekort in Leiden te lenigen. De Haven en de haaks hierop gelegen straten vormen samen de Havenwijk-noord, met het Havenplein en de Zijlpoort als uiteinden. De ouderdom van de hierin gelegen woningen varieert aanzienlijk.

Het speuren naar de naam ‘Vister’ in de historische kranten van Leiden voert al snel naar Haven 20, hoek West Havenstraat, waar de tabak- en sigarenfabriek ‘De Landman’ van de firma Wed. C.J. Vister was gevestigd. Onder de rasechte Leidenaars had deze winkel met een grote verscheidenheid aan rookartikelen en het leveren van kwaliteit een goede naamsbekendheid verworven. Reeds vanaf 1815 had ene Frans Bastiaan hier een winkel in tabak met een kerfbank. Op 12 oktober 1846 vermeldde de Leidse krant het verhuren van een huis, erf met tuin en pakhuis daaraan verheeld, aan J.L. Koppeschaar voor 250 gulden per jaar. Dit betrof Wijk VIII nr. 55, 56 en 105. De drie percelen, waaronder Haven 20 en pakhuis West Havenstraat 1, zijn op de Gebuurtekaart van 1853/54 weergegeven.


Drie percelen van tabaksfabriek met winkel op Gebuurtekaart 1853/54


Haven 20, begin 20e eeuw

Kadaster sectie C nr. 65 (2 roeden en 43 ellen groot) met nr. 64 (grootte 33 ellen) vertegenwoordigden het totale oppervlak. In 1856 werd dit geheel voor 1.600 gulden in bod gebracht en kwam in handen van alweer een fabrikant en winkelier in tabak, Goris Albertus van Deventer. Die hield het tot 5 mei 1880 vol, om daarna het bedrijf over te doen aan G.J. Hoelen. Toen hij vervolgens in februari 1886 de “tabaks-affaire” afsloot, heeft hij alle onroerend goed bij notaris mr. J.A.F. Coebergh ter veiling aangeboden. Ditmaal was de koopsom 5.600 gulden, aanzienlijk hoger dan dertig jaar geleden. Koper van Haven 20 was J.B.P. de Haas, winkelier in boter, kaas en grutterswaren aan de Haarlemmerstraat. Kort daarna, in februari 1887, kwam Cornelis Jacob Vister in beeld: hij nam in Haven 20 de tabakskerverij over. Bijna tien jaar later, in 1896, kreeg hij dit perceel in eigendom; tot die tijd huurde hij het van De Haas.
Na de overname van de tabakswinkel trouwde Cornelis Jacob op 13 juni 1889 met de uit Zwartsluis afkomstige Adriana Höfelt. Dit gezin telde vijf kinderen, eerst Neeltje (1890), vervolgens Geertje (1891), Leendert (1893), Arnoldus Christiaan (1895) en Adriana (1897).


Cornelis Jacob Vister, geb. 25 juni 1857 Rotterdam,
met zijn vrouw Adriana Höfelt

Door de lange voorgeschiedenis van dit pand in tabak liep de zaak van Cornelis Jacob goed en was er geen gebrek aan klandizie. Op 24 november 1891 vond een incident plaats. Dit werd veroorzaakt door een ex-arbeider die zijn ontevredenheid over zijn ontslag niet beter wist kenbaar te maken dan door het moedwillig verbrijzelen van een der winkelruiten. Als fabrikant van tabak en sigaren met de verkoop ervan was op Haven 20 extra personeel onmisbaar. Cornelis Jacob hechtte waarde aan de zondagsrust en liet de volgende advertentie plaatsen:


LD, 10 mei 1893 pag. 4

Het is niet duidelijk of Cornelis Jacob Vister na de proefperiode daadwerkelijk de zondag als rustdag heeft weten te handhaven. In datzelfde jaar moet het veel verdriet hebben gegeven toen hun op 2 augustus 1895 geboren tweede zoontje Arnoldus Christiaan al na 17 dagen overleed. Er gingen jaren voorbij met de aanprijzing van Vister tabakswaren in Haven 20; zoals eerder vermeld betrok Corn. J. Vister winkelhuis ‘De Landman’ en was per 21 december 1896 met een koopsom van 6.250 gulden de eigenaar. Er kwam een abrupt einde aan toen Cornelis Jacob Vister op 27 januari 1899 op 41-jarige leeftijd overleed.

In de media bleef het lange tijd stil rond de tabakszaak ‘De Landman’. De zaak werd weliswaar voortgezet onder de naam ‘Fa. Wed. C.J. Vister’, maar miste een nieuw gezicht. Toen op 27 juni 1918 ook moeder Adriana Höfelt overleed, moest er een besluit genomen worden over of en hoe de tabakszaak zou worden voortgezet. Zoon Leendert, geboren 22 januari 1893 in Leiden, was inmiddels 27 jaar en voelde wel voor het ondernemerschap.

...
Leendert Vister, in winkel Haven 20 ..... LD, 1920 20 februari pag. 4

De tabak-advertenties van de inmiddels elektrische tabaks- en sigarenfabriek van de Fa. Wed. C.J. Vister kwamen weer op gang. Hij had al een tijdje kennis aan Maria Petronella Crama en zij besloten nog voor eind 1918, op 18 december, te trouwen. Het eerste kind, Cornelis Jacob, werd op 10 september 1921 geboren. Veel tijd om te ontspannen had Leendert zich niet gegund, want hij had grootse plannen voor een verbouwing. Aan hem was zojuist door de Hoofdinspecteur van den Arbeid een vergunning verleend voor het bijplaatsen van een elektromotor van 1 pk voor de aandrijving van een kerfbank. Of de aanvang van de renovatie in 1922 heeft plaatsgevonden is onduidelijk, maar de eerste steen die in de gevel van West Havenstraat 1a is ingemetseld, is een indicatie.


GT_2227 - De eerste steen gelegd door Corns. J. Vister - 18 aug. 1922
West Havenstraat 1a
Foto Th. de Vries

Op deze gevelsteen is de naam nog duidelijk leesbaar en te interpreteren als de eenjarige zoon van Leendert en Maria Petronella Vister-Crama, namelijk Cornelis Jacob (met roepnaam Kees). Hun tweede en tevens laatste kind, Abraham Leendert, werd op 21 mei 1925 geboren, eveneens in Haven 20. Intussen gingen de zaken natuurlijk gewoon door en de vereiste tekeningen voor een nieuwe verbouwing werden in juli 1926 door architectenbureau C. Ponsen en Lohman ingediend. Dit betrof de nieuwbouw van Haven nr. 20 (Kad. Sectie C nr. 65) van één naar twee winkelwoonhuizen, waarvan het ene niet door de firma Wed. J.C. Vister in gebruik werd genomen. Het voorzien van een verbinding met gevels in de West Havenstraat was ook in het plan opgenomen, waarvoor op 6 augustus 1926 de algehele vergunning werd verleend. De uitvoering ervan verliep voorspoedig en geheel volgens plan, want de heropening van de tabaks- en sigarenzaak kon al op 26 januari 1927 plaatsvinden. De pers was lovend over de aanblik van het fraaie hoekhuis, gezien vanaf de Grote Havenbrug, met lijn in de architectuur en op moderne wijze in rood geschilderd. De vernieuwde inrichting van de gerestaureerde winkel kreeg eveneens vele complimenten.


De Landman, Haven 20 (ca. 1930)


Haven 20 hoek West Havenstraat (links)

Hoofdaannemer was de heer J.C. de Graaf. Het schilderwerk werd verricht door de plaatselijke Schildersassociatie, het timmerwerk door de heren Graaf en Ginjaar, het metselwerk door de heer G. van Meygaarden. Steenhouwers waren de heren Vreeswijk en Piket, terwijl de verlichting werd aangelegd door de heer Woestenburg.

De Haven-buurt was eveneens aan onderhoud toe; de herinrichting van het Havenplein en de bouw van Grote Havenbrug veroorzaakten de bewoners veel ongemak. In augustus 1930 nam Leendert Vister de moeite om zijn verontrusting aan de Kamer van Koophandel & Fabrieken voor Rijnland kenbaar te maken. Hij pleitte voor spoedige aanbesteding van het werk ‘Zijlpoort’ opdat de grondwerken en trottoirs gelijktijdig zouden klaarkomen met de ‘Groote Havenbrug’. Bij de Belastingdienst vroeg hij vanwege verminderde omzet om uitstel van betaling. Vervolgens was er bij Leendert flinke irritatie ontstaan over een aangeschafte sigarettenautomaat die bij herhaling kuren vertoonde. Citaat uit een pittig briefje aan Devera, 9 december 1930:

Mijnheeren,

De automaat is natuurlijk weer een keer niet in orde. Afdeeling Kiazim Emin werkt niet zoo het behoord. Dit geeft veel kwartjes terug of houdt ze vast en na veel slaan en lawaai komt het geld terug. Het is wat je noemt. Enfin voor die paar centen die zo’n ding kost kan je niet te veel verlangen, niet waar? U zendt natuurlijk weer een monteur, maar zou u niet een man zenden met een paar flinke vuisten, zoodat als de automaat hapert, deze zoolang kan timmeren totdat of een doosje sigaretten is te verkrijgen of het geld terugkomt. Nog liever zag ik de automaat weer verdwijnen naar Hillegersberg, voorheen had ik na winkelsluiten rust, dit is afgeloopen, nu heb ik automaatwacht, Dit schrijven kunt U gerust als reclame object aanwenden. Hoogachtend..


Het probleem met de automaat was niet meteen opgelost, want een paar maanden later kreeg het een vervolg en ging het weer over onregelmatige acceptatie van kwartjes, wat misschien te scharen viel onder ‘kinderziekte’ van het mechanisme in de automaat. Met het aanbrengen van een muurreclame probeerde Leendert Vister nog beter de aandacht te trekken voor zijn tabaks-handelswaar. Frappant is dat hij eerder tegenover de gemeente met allerlei argumenten protest aantekende toen de zijmuur van Haven 20 met reclame werd behangen (9 juli 1931). Dezelfde weer vrijgekomen muur bestemde hij nu voor eigen doeleinden. De buurman naast ‘De Landman’, G. Biesot, die sinds 17 december 1930 in de tweede winkel in Haven 20a zijn nering in manufacturen had, kondigde in 1934 zijn vertrek aan naar Katwijk. In de jaren die hierop volgden hield Leendert Vister zich vooral bezig met verdere uitbreiding van Fa. Wed. C.J. Vister en bevordering van merkkracht. Eerst was er op 8 juni 1936 de nationale inschrijving van het merk VISTER’s TABAK, die een dag later werd geaccordeerd.

...
Merk Vister’s sigaren ... Vister’s pruimtabak

En vervolgens diende Leendert een verzoek bij de Gemeente Leiden in om vergunning voor het uitbreiden van de tabak- en sigarenfabriek in het perceel West Havenstraat 1a, kadastraal sectie C, nr. 65.

...
West Havenstraat 1a ... Haven 20 hoek West Havenstraat

De vergunning werd op 9 juni 1938 verleend onder strikte voorwaarden van de Hinderwet; samengevat: Trillingsvrije werking van elektromotoren, een 12 m hoge metselstenen schoorsteen als rookuitlaat van de eest, vloerdikte tenminste 8 cm, ijzeren bodemplaat voor de verwarmingskachel, eest en kachel kolengestookt, binnen een straal van 1 m van de vuurdeur geen opslag. Het perceel waarin de tabak- en sigarenfabriek was gevestigd werd aan de linkerzijde begrensd door een woonhuis en aan de rechterzijde door een open plaats. In de fabriek zouden de volgende machines zijn geplaatst:
a. Een eest- en koelmachine, aan te drijven met een 1 pk elektromotor. Eest stoken met cokes.
b. Een slijpmachine, aangedreven met een 1 pk elektromotor
c. Op de 1e verdieping de werkplaats met pakketeermachine, aangedreven met een 1 pk elektromotor
d. Overdracht van een schakelschema vereist voor aansluiting elektrische installatie.
Als regel waren tijdens de uitvoering van werkzaamheden altijd twee arbeiders werkzaam. Uit het vervolg blijkt dat Leendert en zijn vrouw Maria bij die beslissing voor uitbreiding hun zoon Cornelis Jacob hebben betrokken, wiens naam op de eerste steen prijkt. Er was geen aanwijzing over de betrokkenheid van tweede zoon Abraham Leendert. Die was opgeleid tot automonteur en na zijn militaire dienst was hij werkzaam als fijnbankwerker en ten slotte bij de repro-afdeling van de Leidse Universiteit.
Kennelijk had Cornelis in de aanloop naar zijn 20e levensjaar interesse om de firma t.z.t. over te nemen. Hij behaalde op 13 juni 1941 zijn middenstandsdiploma Algemene Handelskennis. Midden in oorlogstijd, in 1944, slaagde hij voor het Praktijkdiploma boekhouden.

...
Corn. J. Vister .............................. In de fabriek


DLO 1944 4 februari, pag. 2

Om dat compagnonschap vorm te geven diende vader Leendert alvast een wijziging in bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat per 10 september 1942 de Firma Wed. C.J. Vister, Haven 20, Leiden, is omgezet in een vennootschap onder firma Wed. C.J. Vister, Electrische Tabak- en Sigarenfabriek “De Landman”. Vennooten: L.Vister en C. J. Vister, Leiden. Deze vennootschap werd acht jaar later, op 5 september 1950, met onderling goedvinden ontbonden. De akte werd opgemaakt door notaris A.H. Doijer en beschrijft de scheiding en verdeling van de fabrieksgebouwen, behorende tot de Fa. Wed. C.J. Vister. Cornelis was intussen eind april 1949 getrouwd met de in Leiden geboren Maria van der Linden. Zij kregen geen kinderen. Er gingen jaren zonder noemenswaardige gebeurtenissen voorbij tot in 1965 Cornelis een verbouwingsplan presenteerde, ditmaal voor het voormalig woonhuisje West Havenstraat nr. 9, kadastraal bekend Sectie C, nr. 1074. Het doel was de ombouw tot garage met een nieuwe ingang.
Vanaf deze datum hebben de kranten, advertenties daargelaten, vreemd genoeg niets meer gepubliceerd over het wel en wee van Fa. Wed. C.J. Vister, “de Landman”. De laatste geplaatste advertentie was op 21 november 1961.


LD 1961 21 nov. pag. 16

Het jaar 1972 was een rampjaar waarin eerst op 19 september moeder Maria Petronella Crama stierf. Kort daarna op 14 oktober stierf Leendert Vister (76 jaar). Beiden werden op Rhijnhof begraven. Er gingen jaren overheen tot ook Mies Vister-van der Linden (67 jaar), echtgenote van Cornelis Jacob Vister, overleed. Dit gebeurde op 5 oktober 1985. Cornelis Jacob Vister is op 87-jarige leeftijd op 15 januari 2009 overleden.
Het naar hem verwijzende eerste steentje is onlosmakelijk verbonden met tabak van ‘De Landman’. Naar alle waarschijnlijkheid verbergt de houten koof aan de voorpui van Haven 20 nog de originele gevelreclame, als een goed verpakt sigaartje.



Bron: ELO - Archief Tabak- en Sigarenfabriek 'De Landman', Firma Wed. C.J. Vister te Leiden 1857 - 2009

Dit verhaal is opgesteld door de commissie Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden, auteur Thijs de Vries. Zie verder colofon

kaart