Verhaal: Hij stond bekend als een uitstekende lasser
- Leiden
- Geschiedenis 1901-1950
- Geschiedenis 1951- heden
Interview met de heer F. Pelt, 13 februari 2025
De heer F. (Frederik) Pelt werd in maart 1932 als jongste van zeven kinderen geboren in de Alexanderstraat in Leiden. Kort daarna verhuisde het gezin naar de Os en Paardenlaan.
Moeder was een toegewijde huisvrouw en vader werkte als manusje-van-alles bij de gemeente. Geen rijkdom, maar een gezellig gezin. Vader speelde accordeon. En hoewel hij geen noot kon lezen, trad hij op bij bruiloften en partijen. Als iemand een lied voorzong, speelde hij het zo na.
Een omslag in het harmonieuze leven kwam toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak. Fred was acht jaar. In de buurt stond een stuk afweergeschut dat op de tweede dag met veel vuur begon te schieten op een overvliegend Duits vliegtuigje. Iedereen rende naar binnen. Buurvrouw Annie trok Fred mee haar huis in en mensen begonnen met z’n allen te bidden. In de dagen daarna durfde niemand naar buiten, ook niet naar de winkeltjes in de buurt.
Later, tijdens de Hongerwinter, hadden ze het geluk een kennis te hebben in Nieuw-Vennep, bij wie ze wat eten konden halen. Maar het betekende tweemaal per week zo’n 25 kilometer lopen. Onderweg moest je ook nog oppassen dat wat je bij je droeg niet werd afgepakt. Fred was zo vermagerd dat de kennis hem steeds even twee boterhammen met stroop gaf. Een broer, die hoopvol meeging, kreeg niets.
Vader had een groentetuin met een tuinhuisje, maar omdat die dicht bij de spoorlijn lag, met zicht op het vervoer van de Duitse V-2’s, mochten ze er niet meer komen. Toen ze het verbod negeerden, schoten de Duitsers. Daarmee was de boodschap duidelijk en kwam er een einde aan de eigen voedselvoorziening.
Château de Méridon
De lagereschooltijd bracht Fred door met horten en stoten. Door de oorlog werd er niet continu lesgegeven. Bovendien kon Fred niet goed meekomen. Zelf wist hij wel waardoor dat kwam: hij zag heel slecht. Maar dat durfde hij niet te zeggen, want dan zou hij een bril krijgen met het vooruitzicht dat hij gepest zou worden. Tot meester Blauw het in de gaten had. Hij vroeg moeder naar school te komen en Fred moest aan de bril. Zijn cijfers schoten meteen omhoog.
Na de oorlog werd hij voor vier maanden naar Frankrijk gestuurd om aan te sterken. Bij Château de Méridon in Chevreuse stonden grote legertenten met bedden waar de kinderen in sliepen. De gouvernante van koningin Wilhelmina, die waarschijnlijk aanwezig was om toezicht te houden, deed nogal uit de hoogte, maar verder was het een fijne tijd, met goed eten, veel spelen en geen onderwijs. Ze maakten ook een tocht naar het naburige Parijs, dat voor een deel in puin bleek te liggen.
Terug in Leiden moest Fred weer naar school, voor het zesde en zevende leerjaar, een verlenging van de lagere school. Dat was wennen.
Slochteren en India
Studeren zat er niet in. Wel voor de oudere broers, maar er was geen geld meer. Fred moest al jong aan het werk. Hij kreeg een aanstelling bij de Marine in Den Helder, waar hij allerlei klusjes deed: koffiezetten voor de mensen, in de keuken helpen; een gouden tijd.
Na een jaar kwam hij terug naar Leiden en ging hij bij zijn zwager werken die in de Diefsteeg een leermakerij had: tassen en tuigwerk. Helaas was de zwager “een beetje een vreemde persoon.” Het bedrijf hield geen stand.
Intussen was het 1956. Bij een dansschool op de Oude Singel ontmoette Fred het meisje met wie hij een jaar later trouwde. Ze konden intrekken bij de oma van Freds moeder. Toen zij twee jaar later overleed, moesten zij het pand verlaten, maar ze kregen een huis in de Sumatrastraat van woningbouwvereniging De Eendracht. Later verhuisden ze naar de Charlotte de Bourbonhof. Ze kregen een zoon en een dochter.
Na de periode in de leerverwerking, vond Fred zijn toekomst in de metaal. Hij werd lasser, ging naar de avondschool en leerde het vak verder bij de NEM, de Nederlandsche Electrolasch Maatschappij. Daar werkten zo’n 4.000 mensen.

De NEM aan de Trekvliet gezien vanaf de Vrijheidslaan – foto Niek J. Bavelaar
Fred schrok toen hij de fabriekshal binnenkwam. Er stond een kolenkachel en de hele zaal stond vol walm. Hij stelde voor een afzuiginstallatie te maken. Die kwam er, maar functioneerde zo slecht dat Fred dacht: hier moet ik wel een beetje wegblijven.
Toen een deel van het werk werd uitbesteed aan een bedrijf in India, ging Fred mee om de mensen er te instrueren. Maar na tweemaal een verblijf van een paar maanden daar, zag hij er verder vanaf. Zijn vrouw kon het niet aan en hij gaf voorrang aan zijn huwelijk.
In Nederland werd hij geregeld uitgestuurd als er ergens bepaalde problemen waren. Hij stond bekend als een uitstekende lasser. Zo was hij ook betrokken bij de aanleg van de hoofdgasleidingen in Slochteren die bestand moesten zijn tegen extreme druk. Fred deed daar een voorstel voor een belangrijke technische verbetering, wat hem veel waardering opleverde.

Fred Pelt in India instructie namens de NEM
Instructeur
Fred had al eerder lesgegeven op een vakschool en tegen het eind van zijn loopbaan werd hij vaste leerkracht/instructeur bij het Centrum Vakopleiding.
Op zijn zestigste ging hij met pensioen. Het speet hem niet. Vooral niet doordat hij steeds vaker te maken had gekregen met hoger opgeleiden die met hem van mening verschilden over de aanpak bij kapotte systemen. Met zijn langdurige, praktische ervaring had Fred zo zijn eigen manier van werken, die altijd succesvol bleek. Dat botste nogal eens. Toen de directeur een week voor het pensioen vroeg of hij niet langer wilde blijven, bedankte hij ervoor. Bijzonder was wel dat collega’s een draagstoel in elkaar gezet hadden met het opschrift:
Wie verdwijnd
Daar Door de Deur?
Het is Pelt
de Instructeur!
Op de schouders van vier collega’s werd Fred in optocht uitgeleide gedaan.
Kaarten en zingen
De heer Pelt en zijn vrouw verruilden hun huis voor een seniorenwoning, een appartement aan de Scheepswerf, in de buurt van de Zijldijk. Thuiszitten was niets voor hem. Hij fietste veel. Toen zijn vrouw dementeerde, bezocht hij haar dagelijks in verpleeghuis Rijn en Vliet. Ze sprak niet tegen hem, maar hij zong elke middag het liedje ‘Liefde’ van Conny Vandenbos voor haar. Ze vond het prachtig.
Na 30 jaar en een reeks gezondheidsproblemen verhuisde de heer Pelt naar een woon- en zorgvoorziening. Hij doet graag mee aan activiteiten als kaarten en zingen. “Ze zeggen dat ik een heel mooie stem heb.” Het kaarten doet hem terugdenken aan een familietraditie. Toen hun zo geliefde moeder vlak voor Kerstmis overleed, besloten de zeven broers en zussen met kerst bij elkaar te komen om haar te gedenken. Ze vulden een groot deel van de dag met kaarten en bedachten dat ze daar een maandelijkse bijeenkomst van zouden kunnen maken. Dat gebeurde. Iedereen legde bovendien wat geld in, waarvan de hele familie - met aanhang - af en toe een weekje op stap ging. Ze hebben het jaren gedaan.
Helaas is de heer Pelt, als jongste, de enige van de broers en zussen die er nog is. Maar de kinderen wonen in de buurt en het contact met hen is fijn.
De geluidsopname van het interview is hier te beluisteren.
Een volledige transcriptie van het interview is hier te vinden.
Een bijlage met foto's is hier te bekijken.
Interview door de commissie De Stem van Leiden, die onderdeel is van de Historische Vereniging Oud Leiden en samenwerkt met Erfgoed Leiden en Omstreken en de Opleiding Geschiedenis van de Universiteit Leiden.
Reacties op dit verhaal kunt u sturen naar destemvanleiden@oudleiden.nl
Meer verhalen van De Stem Van Leiden vindt u in de INDEX.
Moeder was een toegewijde huisvrouw en vader werkte als manusje-van-alles bij de gemeente. Geen rijkdom, maar een gezellig gezin. Vader speelde accordeon. En hoewel hij geen noot kon lezen, trad hij op bij bruiloften en partijen. Als iemand een lied voorzong, speelde hij het zo na.
Een omslag in het harmonieuze leven kwam toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak. Fred was acht jaar. In de buurt stond een stuk afweergeschut dat op de tweede dag met veel vuur begon te schieten op een overvliegend Duits vliegtuigje. Iedereen rende naar binnen. Buurvrouw Annie trok Fred mee haar huis in en mensen begonnen met z’n allen te bidden. In de dagen daarna durfde niemand naar buiten, ook niet naar de winkeltjes in de buurt.
Later, tijdens de Hongerwinter, hadden ze het geluk een kennis te hebben in Nieuw-Vennep, bij wie ze wat eten konden halen. Maar het betekende tweemaal per week zo’n 25 kilometer lopen. Onderweg moest je ook nog oppassen dat wat je bij je droeg niet werd afgepakt. Fred was zo vermagerd dat de kennis hem steeds even twee boterhammen met stroop gaf. Een broer, die hoopvol meeging, kreeg niets.
Vader had een groentetuin met een tuinhuisje, maar omdat die dicht bij de spoorlijn lag, met zicht op het vervoer van de Duitse V-2’s, mochten ze er niet meer komen. Toen ze het verbod negeerden, schoten de Duitsers. Daarmee was de boodschap duidelijk en kwam er een einde aan de eigen voedselvoorziening.
Château de Méridon
De lagereschooltijd bracht Fred door met horten en stoten. Door de oorlog werd er niet continu lesgegeven. Bovendien kon Fred niet goed meekomen. Zelf wist hij wel waardoor dat kwam: hij zag heel slecht. Maar dat durfde hij niet te zeggen, want dan zou hij een bril krijgen met het vooruitzicht dat hij gepest zou worden. Tot meester Blauw het in de gaten had. Hij vroeg moeder naar school te komen en Fred moest aan de bril. Zijn cijfers schoten meteen omhoog.
Na de oorlog werd hij voor vier maanden naar Frankrijk gestuurd om aan te sterken. Bij Château de Méridon in Chevreuse stonden grote legertenten met bedden waar de kinderen in sliepen. De gouvernante van koningin Wilhelmina, die waarschijnlijk aanwezig was om toezicht te houden, deed nogal uit de hoogte, maar verder was het een fijne tijd, met goed eten, veel spelen en geen onderwijs. Ze maakten ook een tocht naar het naburige Parijs, dat voor een deel in puin bleek te liggen.
Terug in Leiden moest Fred weer naar school, voor het zesde en zevende leerjaar, een verlenging van de lagere school. Dat was wennen.
Slochteren en India
Studeren zat er niet in. Wel voor de oudere broers, maar er was geen geld meer. Fred moest al jong aan het werk. Hij kreeg een aanstelling bij de Marine in Den Helder, waar hij allerlei klusjes deed: koffiezetten voor de mensen, in de keuken helpen; een gouden tijd.
Na een jaar kwam hij terug naar Leiden en ging hij bij zijn zwager werken die in de Diefsteeg een leermakerij had: tassen en tuigwerk. Helaas was de zwager “een beetje een vreemde persoon.” Het bedrijf hield geen stand.
Intussen was het 1956. Bij een dansschool op de Oude Singel ontmoette Fred het meisje met wie hij een jaar later trouwde. Ze konden intrekken bij de oma van Freds moeder. Toen zij twee jaar later overleed, moesten zij het pand verlaten, maar ze kregen een huis in de Sumatrastraat van woningbouwvereniging De Eendracht. Later verhuisden ze naar de Charlotte de Bourbonhof. Ze kregen een zoon en een dochter.
Na de periode in de leerverwerking, vond Fred zijn toekomst in de metaal. Hij werd lasser, ging naar de avondschool en leerde het vak verder bij de NEM, de Nederlandsche Electrolasch Maatschappij. Daar werkten zo’n 4.000 mensen.
De NEM aan de Trekvliet gezien vanaf de Vrijheidslaan – foto Niek J. Bavelaar
Fred schrok toen hij de fabriekshal binnenkwam. Er stond een kolenkachel en de hele zaal stond vol walm. Hij stelde voor een afzuiginstallatie te maken. Die kwam er, maar functioneerde zo slecht dat Fred dacht: hier moet ik wel een beetje wegblijven.
Toen een deel van het werk werd uitbesteed aan een bedrijf in India, ging Fred mee om de mensen er te instrueren. Maar na tweemaal een verblijf van een paar maanden daar, zag hij er verder vanaf. Zijn vrouw kon het niet aan en hij gaf voorrang aan zijn huwelijk.
In Nederland werd hij geregeld uitgestuurd als er ergens bepaalde problemen waren. Hij stond bekend als een uitstekende lasser. Zo was hij ook betrokken bij de aanleg van de hoofdgasleidingen in Slochteren die bestand moesten zijn tegen extreme druk. Fred deed daar een voorstel voor een belangrijke technische verbetering, wat hem veel waardering opleverde.
Fred Pelt in India instructie namens de NEM
Instructeur
Fred had al eerder lesgegeven op een vakschool en tegen het eind van zijn loopbaan werd hij vaste leerkracht/instructeur bij het Centrum Vakopleiding.
Op zijn zestigste ging hij met pensioen. Het speet hem niet. Vooral niet doordat hij steeds vaker te maken had gekregen met hoger opgeleiden die met hem van mening verschilden over de aanpak bij kapotte systemen. Met zijn langdurige, praktische ervaring had Fred zo zijn eigen manier van werken, die altijd succesvol bleek. Dat botste nogal eens. Toen de directeur een week voor het pensioen vroeg of hij niet langer wilde blijven, bedankte hij ervoor. Bijzonder was wel dat collega’s een draagstoel in elkaar gezet hadden met het opschrift:
Wie verdwijnd
Daar Door de Deur?
Het is Pelt
de Instructeur!
Op de schouders van vier collega’s werd Fred in optocht uitgeleide gedaan.
Kaarten en zingen
De heer Pelt en zijn vrouw verruilden hun huis voor een seniorenwoning, een appartement aan de Scheepswerf, in de buurt van de Zijldijk. Thuiszitten was niets voor hem. Hij fietste veel. Toen zijn vrouw dementeerde, bezocht hij haar dagelijks in verpleeghuis Rijn en Vliet. Ze sprak niet tegen hem, maar hij zong elke middag het liedje ‘Liefde’ van Conny Vandenbos voor haar. Ze vond het prachtig.
Na 30 jaar en een reeks gezondheidsproblemen verhuisde de heer Pelt naar een woon- en zorgvoorziening. Hij doet graag mee aan activiteiten als kaarten en zingen. “Ze zeggen dat ik een heel mooie stem heb.” Het kaarten doet hem terugdenken aan een familietraditie. Toen hun zo geliefde moeder vlak voor Kerstmis overleed, besloten de zeven broers en zussen met kerst bij elkaar te komen om haar te gedenken. Ze vulden een groot deel van de dag met kaarten en bedachten dat ze daar een maandelijkse bijeenkomst van zouden kunnen maken. Dat gebeurde. Iedereen legde bovendien wat geld in, waarvan de hele familie - met aanhang - af en toe een weekje op stap ging. Ze hebben het jaren gedaan.
Helaas is de heer Pelt, als jongste, de enige van de broers en zussen die er nog is. Maar de kinderen wonen in de buurt en het contact met hen is fijn.
De geluidsopname van het interview is hier te beluisteren.
Een volledige transcriptie van het interview is hier te vinden.
Een bijlage met foto's is hier te bekijken.
Interview door de commissie De Stem van Leiden, die onderdeel is van de Historische Vereniging Oud Leiden en samenwerkt met Erfgoed Leiden en Omstreken en de Opleiding Geschiedenis van de Universiteit Leiden.
Reacties op dit verhaal kunt u sturen naar destemvanleiden@oudleiden.nl
Meer verhalen van De Stem Van Leiden vindt u in de INDEX.