Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Gevelsteen met passer en tekenhaak.

  • Leiden
  • Geschiedenis 1801-1900
  • Geschiedenis 1901-1950
  • Gebouwen

Gevelteken Stationsweg 27.

De Stationsbuurt wordt omgrensd door Schuttersveldweg, Rijnsburgersingel, Morssingel, Plesmanrotonde, Plesmanlaan en de spoorlijnen van en naar het Centraal Station. Tot 1896 hoorde het gebied bij Oegstgeest. De gebouwen in de wijk dateren deels uit het eind van de 19e eeuw en deels uit de tijd van na de Tweede Wereldoorlog. In de oorlog werd het gebied tussen Stationsweg en Plesmanrotonde (toen: Haverzakbuurt en Spoorweghaven) door Engelse bombardementen grotendeels verwoest.

Voor het zogenaamde Rijnsburgerblok, tussen Stationsweg en Schuttersveldweg, is een nieuwbouwproject gepland. Op langere temijn zal ook in het gebied tussen Stationsweg en Plesmanrotonde wederom een nieuwbouwproject worden gerealiseerd (waarbij de monumenten aan de Stationsweg gespaard blijven).



GT_1515
Stationsweg 27.
Monumentaal herenhuis ontworpen door Ch. B. Posthumus Meyjes.
De gevelsteen onder het top-reliëf geeft de datering van het pand als 1896.
Het reliëf bestaat uit afbeeldingen van benodigdheden bij het ontwerpen; een passer, tekenhaak en trekpen. De voorwerpen zijn kunstig dooréén gevlochten.

Het pand werd in 1895 ontworpen door Christiaan Bernhard Posthumus Meyjes (1858-1922) in de stijl van de Neo- Hollandse Renaissance.
PosthumusMeyjes maakte één ontwerp voor de huizen aan de Stationsweg 23 tot en met 27, de oostelijke gevelwand van de Stationsweg.
De drie desbetreffende percelen vormden in 1879 nog één kadastraal perceel waarop vier aaneengesloten huizen stonden, namelijk Stationsweg 15 t/m 19. Op een stadsplattegrond van Leiden uit 1879 zijn de percelen te zien maar de nummering die erop staat is van later datum. Dit gebleken uit onderzoek dat de heer Hengstmengel heeft verricht naar de omnummeringen van de percelen aan de Stationsweg.

De nieuw te bouwen panden, op de huidige nummers 23 en 25, werden in de stijl van de Neo-Franse Renaissance ontworpen en nummer 27 in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance. Op deze wijze kreeg ieder pand zijn eigen uitstraling.

De eerste bewoners van Stationsweg 27 waren de jonge arts en latere hoogleraar keel-, neus- en oorheelkunde (1907) Pieter Thomas Leonard Kan (1872-1940) en zijn vrouw Johanna Augustina Jacoba Peelen (geb. 1876; gehuwd 6 mei 1897 te Arnhem) met 1 of 2 dienstboden. Zij werden op 3 resp. 5 maart 1898 in Leiden ambtshalve ingeschreven vanuit Heidelberg, maar woonden toen waarschijnlijk al in het pand.
In juni 1900 verhuisden zij met hun twee kleine kinderen naar Breestraat 117.
De volgende bewoners waren de arts en tandarts Johan Adolf Hammes (1856- 1946) met zijn vrouw Geertruij van Steenis (1869-1947), zij kregen 4 kinderen en bij hen woonden twee dienstboden.


GT_1515

Het gezin werd op 23 februari 1901 ingeschreven vanuit Amsterdam. J.A. Hammes kwam ambtshalve op 11 maart 1901 vanuit Engeland waar hij een specialistische opleiding tot tandarts had gevolgd. Hammes woonde hier tot aan zijn overlijden op 12 juni 1946, zijn vrouw tot aan haar overlijden op 8 mei 1947.

De gevels aan de Stationsweg zijn opgetrokken in rode baksteen, de voorgevel in donkerrode baksteen met speklagen, aanzetstenen en ornamenten in zandsteen.
Het rechter deel van het pand nr. 27 wordt bekroond door een verhoogde halsgevel met kleine obelisken en een reliëf met Vank-teken. Verder is de halsgevel geornamenteerd met diamantkoppen, voluten, consoles en een plaquette met 'Anno 1896'.
Op de begane grond vormt een houten paneeldeur met glas en sierijzers de ingang, boven een hardstenen trap met trappalen en een borstwering van zandsteen. Boven de ingang een balkon met een gesneden houten balkonhekje.
Het linkerdeel van de gevel wordt beëindigd door een goot boven een sierrand van metselwerk. In het dak enkele kleine dakkapelletjes.
Siermetselwerk bevindt zich in de boogtrommels. Mensen- en dierenkoppen vormen de sluitstenen.
Van het interieur zijn onder meer bewaard gebleven: paneeldeuren; eenvoudige stucplafonds; kamers-en-suite op begane grond en eerste verdieping; suite-deuren en voluten tussen kamers; schouwen met rood en zwart marmer; houten vensterbanken met panelen. Troggewelven en tegelvloer in de kelder. Op de begane grond een parketvloer in visgraatpatroon. In de hal en het trappenhuis onder andere: marmeren vloer en plint; een paneel-tochtdeur met aan Art Nouveau verwant glas-in-lood; houten trappalen, balusters en hangende sierbollen; trapleuning die eindigt in krul.
Het ontwerp is kenmerkend voor het oeuvre van C.B. Posthumus Meyjes. Dankzij de beeldbepalende ligging aan de Stationsweg is het herenhuis ook in stedebouwkundig opzicht van grote waarde.

Posthumus Meyjes
Posthumus Meyjes studeerde van 1877 tot 1880 aan de Polytechnische School te Delft, waar hij studeerde onder professor Eugen Gugel (1832-1905) en in aanraking kwam met de architectuur van de Neo-Renaissance.
Van 1880 tot 1887 werkte hij bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Het administratiekantoor aan de Droogbak te Amsterdam, het hoofdkantoor van deze maatschappij, was een ontwerp van zijn hand, mogelijk in samenwerking met de architect D.A.N. Margadant onder wie hij in deze periode werkte. Ook ontwierp hij in deze tijd het Station Delft. Beide gebouwen zijn uitgevoerd in Neo-Renaissance stijl.
Posthumus Meyjes maakte veelvuldig gebruik van Neo-Renaissancistische stijlen en zijn monumentale ontwerpen zijn over het algemeen rijk gedecoreerd.
In 1887 vestigde hij zich als zelfstandig architect in Amsterdam en in 1888 kreeg hij een aanstelling als vaste architect van de Hervormde Gemeente te Amsterdam. Na verloop van tijd gaf hij leiding aan een bureau van negen medewerkers. In deze periode was hij betrokken bij de herbouw van de Nieuwezijds Kapel en de bouw van de gotische westgevel van de Nieuwe Kerk.
In 1895 ontwierp hij het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen, een complex van vijftig vrijstaande woonhuizen voor behoeftigen, in een parkachtig landschap met vijver.
In 1912 was hij bouwmeester van het hervormd opvoedingsgesticht voor jongens Valkenheide te Maarsbergen. De Prinsessenkerk aan de Van Hallstraat is een ontwerp van hem uit 1913 . De kerk werd in 1918 in gebruik genomen in aanwezigheid van de koninklijke familie.
Eveneens uit 1913 dateert het ontwerp voor het Koninklijk Militair-Invalidenhuis te Leiden aan de Hoge Rijndijk.

Het pand is een Rijksmonument.
Bronnen:

Rijksmonumenten website.
Wikipedia

Met hartelijke dank aan de heer Hengstmengel voor het ter beschikking stellen van zeer waardevolle feitelijke informatie.

Dit verhaal is opgesteld door de werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden. Voor meer informatie zie ons colofon. Eventuele aanvullingen voor dit verhaal kunt u sturen naar geveltekens@oudleiden.nl
kaart