Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Een andere echtgenoot en vader

  • Leiden
  • Geschiedenis 1901-1950
  • Geschiedenis 1951- heden

Interview met de heer F.P. (Frans) Montanus, 29 september 2023

De heer Frans Montanus werd in juli 1936 in Leiden geboren. Hij was de oudste in het gezin met vijf kinderen.
Vader was stoker bij de NEM, de Nederlandsche Electrolasch Maatschappij aan de Zoeterwoudseweg. Ook ‘s avonds werkte hij, waardoor hij thuis altijd moe was. De kinderen kenden hem voornamelijk slapend in een stoel of in bed. Frans kreeg weinig aandacht van hem, wel klappen.
Moeder was thuis, maar schoonmaken had niet zo haar belangstelling. Ze hield van gezelligheid en vulde haar middagen met klaverjassen met vriendinnen. De sfeer in huis verslechterde sterk nadat een broertje werd geboren met het Downsyndroom. Doordat hij niet zindelijk was, rook het altijd onfris in huis. Vader verschoonde hem als hij thuiskwam. Het vieze wasgoed ging in een zinken teil met water dat in een emmer werd opgewarmd op de kachel.
Moeder wilde niet dat er vriendjes bij hen thuis kwamen. Maar Frans speelde altijd al liever bij zijn maatjes; in hun tuin als het mooi weer was, binnen als het regende of koud was. De vriendjes hadden treintjes en ander speelgoed. De enige bezittingen van Frans waren een tol en een oud fietswiel waarmee hij op straat hoepelde. Het was geen fijne jeugd.
De oorlogsjaren waren moeilijk, vooral in de Hongerwinter toen er heel weinig te eten was. Suikerbieten en bloembollen vulden de magen nog een beetje.
Frans was een jaar of 16 jaar toen hij niet langer kon aanzien hoe broer Leo thuis verwaarloosd werd. Hij had gezien hoe het kind begon te lopen, maar door zijn instabiliteit twee meubeltjes omvertrok. Een oom maakte toen een groot bed met spijlen en een zinken bak eronder waar Leo moest verblijven. Hij werd gevoerd door de spijlen. De bak werd bijna nooit schoongemaakt.
Via de gemeente schakelde Frans een maatschappelijk werker in, die maar één enkele keer langskwam. Vader was woedend. Leo was zijn lievelingetje, daar moest een ander zich niet mee bemoeien. Later is Leo overgebracht naar een instelling in Alphen.

Een gulden en een stuk worst

Naar de lagere school ging Frans op de hoek van de Haarlemmerstraat en de Pelikaanstraat, de Jozefschool. Het was een katholieke jongensschool waar de pastoor elke week op een briefje kwam noteren of je wel naar de kerk was geweest. Bij Frans zat dat wel goed. Hij ging elke dag voor schooltijd naar de Josephkerk op de Herensingel en zondags zelfs driemaal. Hij was er voorzangertje; alles in het Latijn, waar hij niets van begreep.
De onderwijzers waren streng en niet zelden werd een tik uitgedeeld, met de hand of met een liniaal.
Na de lagere school ging Frans naar de ambachtsschool, want vader had gezegd: “Je wordt timmerman.” Op zijn 14de verliet hij de dagschool. Hij ging werken als jongste bediende bij een timmerbedrijf en volgde - op aandringen van baas Van Duuren - het onderwijs verder in de avonden, vier jaar lang. Daar leerde hij timmeren en bouwkundig tekenen. Het was zwaar: werken van zeven tot half vijf, snel eten en ’s avonds van zeven tot tien uur naar school. Op zaterdag werkte hij tot één uur. Dan moest de zaak schoongemaakt worden. De houtkrullen van de schaafmachine bracht Frans naar slager Van der Poel in de Pieterskerk-Choorsteeg. Die gaf hem dan een gulden en een stuk worst. Bij zijn baas verdiende hij zes gulden per week, waarvan hij thuis zes dubbeltjes mocht houden. De met klamme handen gevraagde opslag zat er niet in; hij kreeg immers al een gulden extra van de slager.


Frans Montanus als leerling op de ambachtsschool

Met zijn diploma’s timmeren en tekenen op zak, kwam Frans in dienst bij Huurman in Delft, die restauratie van oude panden en kerken deed. Frans restaureerde onder andere het houten sierwerk van een huis aan het Gerecht in Leiden en het torentje van de Hooglandse Kerk.
Hij verdiende er 100 gulden, waarvan hij er 45 thuis afdroeg. Dat maakte hem rijk en zo kon hij een motorfiets kopen. Lekker scheuren over de Katwijkse boulevard en indruk maken op de meiden.

Niet naar de hemel
Toen Frans zijn vrouw Greet in 1958 leerde kennen, had hij een scooter, een Vespa.
Thuis vertelde hij dat hij een leuk meisje had ontmoet, maar dat viel slecht. Moeder verbood de omgang, want Greetje was niet van het geloof. Frans moest van haar naar het kruis boven de tafel kijken terwijl ze zei: “Je komt niet in de hemel, want ze is niet katholiek.” Ook Greetjes ouders waren niet enthousiast. Ze vonden Frans maar een arme sloeber. Tot ze hem beter leerden kennen en erg op hem gesteld raakten. In 1962 trouwde het paar en trokken bij hen in. Ze hadden er alleen een slaapkamertje met een opklapbed en maakten gewoon deel uit van het gezin. Een paar jaar later konden ze, met bemiddeling, een duplexwoning in de Leedestraat betrekken.
Greet bleef werken als secretaresse, aanvankelijk bij Bureau Vakorganisaties, later bij de universiteit. Toen Frans in de strenge winter van 1963 niet kon werken door vorstverlet, daalde zijn inkomen drastisch. Hij vulde zijn tijd met het maken van teakhouten vogels, die Greet meenam naar de universiteit, waar ze gretig gekocht werden.
Frans werkte een tijdje aan de renovatie van Rapenburg 120, waar Willem-Alexander als student vlakbij woonde. De prins wilde op 27 april zijn verjaardag vieren op een dekschuit die hij in de gracht liet aanmeren. Aan Frans vroeg hij wat steigermateriaal te leen. In ruil daarvoor nodigde hij hem uit op zijn feestje. Maar Greetje was niet welkom, dus ging Frans ook niet. Hij kreeg nog wel een biertje.
Naast het renovatiewerk bouwde Frans drie boten, waaronder een opleidingssloep van de marine. Zelf was hij destijds in zijn verplichte militaire diensttijd bij de luchtmacht geweest. Hij heeft die periode voornamelijk sportend doorgebracht.

Jazz
Naast de liefde voor sport - Frans voetbalde bij Lugdunum en is daar nog steeds vrijwilliger - had hij een andere grote hobby: de jazz. Samen met vrienden richtten Greetje en hij een jazzclub op, Jazz on Sunday, die mensen dankzij sponsoring en een gemeentesubsidie aanvankelijk gratis konden bezoeken. Ze organiseerden ook het Leidse Jazzfestival en de Summerjazz. In 2022 is Jazz on Sunday na 45 jaar gestopt. Het was financieel niet langer haalbaar om betaalde musici aan te trekken.


Slot van Jazz on Sunday met Greetje en Frans Montanus 7 nov 2022 - foto Sleutelstad

Terugkijkend op zijn leven in Leiden, is de heer Montanus tevreden. Hij had zich al op jonge leeftijd voorgenomen een andere echtgenoot en vader te worden dan zijn eigen vader was. “En zo is het ook gegaan.” Hij geniet nog steeds van zijn harmonische gezin met vrouw en twee volwassen dochters. Het is goed zo.

De geluidsopname van het interview is hier te beluisteren.

Een volledige transcriptie van het interview is hier te vinden.

Een bijlage met foto's is hier te bekijken.

Interview door de commissie De Stem van Leiden, die onderdeel is van de Historische Vereniging Oud Leiden en samenwerkt met Erfgoed Leiden en Omstreken en de Opleiding Geschiedenis van de Universiteit Leiden.

Reacties op dit verhaal kunt u sturen naar destemvanleiden@oudleiden.nl

Meer verhalen van De Stem Van Leiden vindt u in de INDEX.




kaart