Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: De Katwijkse burgemeester en vrijmetselaar (1873-1914)

  • Genealogie
  • Leiden
  • Geschiedenis 1801-1900
  • Geschiedenis 1901-1950

In Katwijk zijn twee belangrijke plaatsen vernoemd naar toonaangevend burgers: Het De Ridder park en de Secr. Varkevisserstraat, de langste straat van Katwijk. Wat niemand in Katwijk weet is dat beide heren ook Vrijmetselaar zijn geweest in hun bestuursperiode. Een verrassende ontdekking, aangezien de relatie van het conservatief christelijke Katwijk en de Vrijmetselarij in Leiden een bijzondere is.

Katwijk bestond rond 1870 uit twee dorpen (Katwijk aan den Rijn en Katwijk aan Zee). In die periode is Katwijk een arme gemeenschap, waarbij de dorpen achterblijven in alle ontwikkelingen. In 1873 wordt een burgemeester van buiten het dorp aangesteld: Tieleman Albertus Otto De Ridder (1843-1914). De Ridder is geboren in Amerongen, studeert in Leiden, wordt burgemeester in Hoogwoud en Opmeer en wordt dan burgemeester van Katwijk, op 30-jarige leeftijd.

De Ridder is de langst zittende burgemeester van Katwijk, meer dan 40 jaar, tot aan zijn overlijden. Hij onderneemt veel activiteiten, richt verenigingen en ondernemingen op en neemt zo Katwijk mee naar de nieuwe eeuw.

Bij zijn 40 jarige jubileum als burgemeester van Katwijk verschijnt een speciale krant vol met lovenswaardige verhalen over al zijn initiatieven.

Naast dit – reeds bekende – verhaal is er nog een verhaal. De Ridder blijkt zijn leven lang lid te zijn geweest van de Vrijmetselarij. En dat is nu vrijwel onbekend in Katwijk, en lijkt ook in die periode geheim te zijn gebleven.

De Ridder zit op het gymnasium in Gouda en wordt daar lid van Loge De Waare Broedertrouw, maakt ook stappen in zijn Maconnieke carrière, door van Leerling via Gezel naar Meester-Vrijmetselaar door te groeien. Hij verlaat de Loge bij zijn aanstelling als burgemeester in Hoogwoud. Maar als hij burgemeester van Katwijk wordt, meldt hij zich een jaar later weer aan, nu bij Loge La Vertu in Leiden. Daar zal hij tot aan zijn overlijden lid zijn.

Rond 1889 wordt De Ridder gevraagd om Voorzitter ( “Achtbare Meester”) te worden van Loge. Met enige tegenzin accepteert hij die functie: de Loge roept je en je kan dan geen “nee” zeggen. In die periode ontstaat er ook een Katwijks gezelschap in de Loge: de gemeentesecretaris (van de langste straat), een hoofdonderwijzer, een notaris, chef stoomtram, en nog enkele toonaangevende mannen uit Katwijk. Regelmatig reizen ze met elkaar met de stoomtram naar de Loge in Leiden.

Voor De Ridder is het een ontspannen uitstapje, een avond waarbij hij de rol van burgmeester voor even kan afleggen en zich kan mengen in de broederschap van de Loge. In Katwijk is dit onbekend en De Ridder wil dit graag zo houden. Pas als hij voorzitter wordt komt hij enkele keren in de publiciteit, via de krant in Leiden. Maar dat nieuws haalt Katwijk niet.

De Loge speelt een kleine rol bij de ontwikkeling van Katwijk. De Ridder haalt nauwelijks inspiratie uit de Loge voor zijn ondernemende initiatieven. Ook investeerders daarvoor komen niet uit de Loge. De Loge is daarmee een ontspannen plek, ver weg van Katwijk.

Nadat De Ridder geen voorzitter meer is, zie je de Katwijkse inbreng langzaam verminderen, er komen geen nieuwe Katwijkse leden meer bij. Waarschijnlijk is de bron daarvoor opgedroogd.

En nadat De Ridder overlijdt in 1914 neemt ook het laatste Katwijkse lid (Jan Varkevisser) afscheid van de Loge. En daarmee eindigt de relatie tussen Katwijk en de Vrijmetselarij, voor langere tijd.
kaart