Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Leven in de brouwerij

  • Leiden
  • Geschiedenis 1901-1950
  • Geschiedenis 1951- heden

Interview met de heer G.J. (Gerard) Wisse, 20 september 2024

De heer Gerard Wisse werd in juli 1942 geboren in Leiden als jongste van zeven kinderen. Vader had een meubelzaak op de Haarlemmerstraat onder de naam Wisse en Snelderwaard. Tijdens de Hongerwinter reed hij op de bakfiets naar Oud Ade en ruilde daar alles wat hij in de winkel had tegen eten voor het gezin. Na de oorlog moest hij helemaal opnieuw beginnen.


Winkelpand Haarlemmerstraat 222-226

Gerards vroegste herinneringen gaan terug naar het grote huis boven de zaak, met maar één kolenkacheltje in de huiskamer. En naar zijn moeder die de was deed in een teil met een wasplank.
Het was een stabiel gezin met duidelijke regels. Zo mochten de kinderen tijdens de warme maaltijd tussen de middag niet praten. Die maaltijden waren eenvoudig, met aardappelen en groenten en op zondag een stukje vlees.
Met andere kinderen speelde Gerard in een zijstraat, de rustige Duizenddraadsteeg.
Zijn ouders waren katholiek, dus kozen zij de lagere school aan de Caeciliastraat, voor de jongens tweemaal per dag een flinke wandeling. Lijfstraffen waren nog gebruikelijk in die tijd. Vooral de juffrouw van de derde klas stond erom bekend. Had je je taakje niet goed gedaan? Dan ramde ze met een latje op je arm tot die blauw zag. Dat gebeurde niet alleen op de jongensschool. Een zusje van Gerard ging naar een meisjesschool op de Oude Vest bij de Zusters van Liefde. De zus noemde hen “krengen van barmhartigheid.” Haar vingers werden blauw geslagen als ze met de linkerhand durfde te schrijven.
Nogal apart was de selectie voor vervolgonderwijs, in de zesde klas van de Caeciliastraatschool. De leerlingen werden in verschillende rijen gezet: een rij voor kinderen die wel naar de hbs konden, een rij voor de mulo, een voor de ambachtsschool, en wie overbleef moest het zelf maar uitzoeken.
Gerard kwam in de mulo-rij terecht. Hij vond het prima. Huiswerk maken trok hem niet zo, waardoor hij er in de eerste klas bleef zitten. Later werd hij gemotiveerd door het idee dat hij naar de hts wilde, iets in de techniek gaan doen. Maar op zijn eindexamen mulo A en B kwam hij net één punt tekort en herexamens waren er in die tijd niet.

Vrije hand
Hij ging aan het werk bij de woninginrichting van een oom, waar hij tapijten naaide tot het bloed onder zijn nagels vandaan kwam. Toen zijn vader hem vroeg bij hem in de zaak te komen, twijfelde Gerard. De winkel kon immers wel een flinke opknapbeurt gebruiken. Maar moeder verzekerde hem dat hij daarin de vrije hand zou krijgen. Dus zo stapte hij in het familiebedrijf, waar ook moeder intensief bij betrokken was. Vaak hielp ze klanten terwijl vader en een broer in de stoffeerderij werkten.
Het winkelpand, gehuurd van een Haagse maatschappij, kwam plotseling in de verkoop. De enige mogelijkheid om de zaak te behouden, was die te kopen. Dat gaf grote zorgen, maar het lukte en de meubelhandel groeide gestaag. De bakfiets werd vervangen door een Daf Combi met imperiaal, en de Dafs - inmiddels twee - werden in 1972 verruild voor de eerste vrachtauto.
Gerards vrouw Karin stimuleerde de modernisering. Hij had haar leren kennen toen hij 18 was, en meereed met een vriend naar familie in Bergen op Zoom. Ze vroeg hem carnaval mee te vieren, wat hij graag deed, maar hij liep er wat verbijsterd rond. “Ik denk: zijn ze allemaal gek? Ze sporen niet.” Maar hij ging het feest waarderen, om het plezier en omdat iedereen dan gelijk is: de man in de straat, de dokter, de pastoor.
Karin stond ook achter de ingrijpende verbouwingen. De eerste in 1978, de tweede in 1987, toen ze het naastgelegen pand kochten en uitbreidden naar 800 vierkante meter. Ze hielp mee in de zaak, terwijl ze ook aandacht had voor de kinderen, die inmiddels op de middelbare school zaten.

Bedrijvigheid
Samen met zo’n 28 andere meubelzaken en woninginrichters in het land richtte Gerard een inkoopgroep op: Oakstyle. Die naam verwees naar de eiken meubelen die destijds in de mode waren. Namens de groep bezochten een paar mensen de beurzen en zochten er modellen uit die ze aan de collega’s presenteerden. Het bleek een nuttige onderneming.
Veel tijd stak Gerard ook in het aantrekkelijker maken van de Haarlemmerstraat. Bijvoorbeeld door in de kersttijd verlichting op te hangen en sinterklaasacties te organiseren. Ook loterijen. Elke klant die iets kocht, kreeg een papieren lot dat ze, voorzien van naam en adres, in een soort brievenbussen konden stoppen. Dat daar ook patatzakjes, kroketten en ander afval in gedeponeerd werd, was niet onoverkomelijk. Aan de bergen lootjes konden de winkeliers afmeten hoeveel mensen er boodschappen kwamen doen. Het waren er verrassend veel en het was een leuke tijd.


Gerard Wisse houdt toezicht vanaf zijn grote stoel bij de herinrichting Haarlemmerstraat - foto Loek A. Zuijderduin 1997

De Haarlemmerstraat telde drie actieve winkeliersverenigingen, verdeeld over de lengte van de straat, totdat men inzag dat één vereniging toch wel handiger was. Men fuseerde.
Een tijdlang zijn ook de contacten met de gemeente goed geweest. Een betrokken ambtenaar zorgde bij vernieuwing van de riolering voor zo min mogelijk hinder bij de winkels. Toen het project klaar was, werd hij weggepromoveerd omdat hij te veel binding met de winkeliers zou hebben. Daarna is het niet meer goedgekomen. De relatie met de gemeente werd stroef.
In 2000 hield Gerard het voor gezien en verliet hij de winkeliersvereniging.

Hutspotten
Er moest wat meer leven in de brouwerij komen, vond Gerard, die nog steeds samen met Karin graag carnaval vierde. Op zijn initiatief is toen met een aantal mensen in april 1973 de Leidse carnavalsvereniging De Hutspotten opgericht. Door zijn contacten met de 3 October Vereeniging werd Gerard ook daarvan bestuurslid; hij was lange tijd lid van de commissies voor optocht en haring-en-wittebrood.
De activiteiten voor de Optochtcommissie hebben hem ongetwijfeld doen terugdenken aan de tijd dat hij als jongen van 12 jaar bij de verkenners was en bij de drumband mocht. Eerst was hij er tamboer, na een jaar of vijf speelde hij trompet en trombone. Later richtten ze een boerenblaaskapel op waarmee ze in de Stadsgehoorzaal nog bijdroegen aan de feestvreugde bij het kampioenschap van voetbalvereniging UVS. Ze traden op bij allerlei partijen, maar op een bepaald moment verdween de motivatie en stopte Gerard met muziek maken.

Na zijn werkzame leven heeft de heer Wisse nog veel georganiseerd, deels samen met iemand die ook gestopt was met werken. Zo haalden ze verenigingen van vijf vestingsteden naar Leiden om iets van hun feesten te laten zien. Dat trok veel belangstelling.
Nog steeds is de heer Wisse actief. Onder andere als lid van de Magdalena Moons Vereniging, een seniorenclub van oud-bestuursleden van de 3 October Vereeniging.

De geluidsopname van het interview is hier te beluisteren.

Een volledige transcriptie van het interview is hier te vinden.

Een bijlage met foto's is hier te bekijken.

Interview door de commissie De Stem van Leiden, die onderdeel is van de Historische Vereniging Oud Leiden en samenwerkt met Erfgoed Leiden en Omstreken en de Opleiding Geschiedenis van de Universiteit Leiden.

Reacties op dit verhaal kunt u sturen naar destemvanleiden@oudleiden.nl

Meer verhalen van De Stem Van Leiden vindt u in de INDEX.




kaart