Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: "Mijn startsalaris bij de Grofsmederij was 52 centen per uur”

  • Leiden
  • Geschiedenis 1901-1950
  • Geschiedenis 1951- heden

Interview met de heer Jan (J.B.M.) Vogelezang op 28 oktober 2025

Het geboortehuis van Jan Vogelezang stond aan de Hooigracht. Hij was in 1944 het vierde kind in de rij, eigenlijk het vijfde, want het eerstgeboren meisje was levenloos ter wereld gekomen. Toen hij nog een baby was, verhuisde het gezin naar de Oude Singel en een paar jaar later naar de toenmalige Gasstraat achter de gasfabriek. Na Jan werden nog vier kinderen geboren.

Goeie jeugd
Jan herinnert zich dat aan het eind van de Gasstraat, langs het Zwarte Pad, het grasland begon met dijkjes, slootjes en een spoorbaantje. Daar speelde hij met de andere kinderen uit de buurt. Zijn oudste zusje paste op hem. Als kleuter bezocht hij de Heilig Hartschool aan de Lusthoflaan. “Na twee of drie jaar kleuterschool ging ik naar de grotere school. Daar ben ik een keer blijven zitten en toen kwam er, door de geboortegolf, een gebrek aan klaslokalen.” Achtereenvolgens werd Jan met zijn klas en zijn leerkracht ondergebracht in de Zuidsingelschool en in een noodlokaal bij de Driftstraatschool.
Hij vindt dat hij een ‘goeie jeugd’ heeft gehad. Vader was van origine instrumentmaker, maar later is hij opticien geworden. “Hij zorgde er als brillenmaker voor dat de monturen in elkaar gezet konden worden. De glazen werden ook door hem geslepen, allemaal met het handje. Het was geen rijkdom, maar ook geen armoe.” Moeder was vooral druk met de opvoeding van de kinderen, maar toen die wat groter werden hield ze zich steeds meer bezig met de vrouwenbeweging. Ze werd voorzitter van de Katholieke Arbeiders Vrouwen, maar ze maakte bijvoorbeeld ook tijd vrij om de kerk schoon te maken.

Drie Jannen
In zijn vrije tijd zat Jan naar eigen zeggen altijd ‘te knutselen en te prutsen’ op zijn rommelzoldertje. “Ik kon niet goed leren, maar ik was wel altijd met mijn handen bezig.” Het was dan ook logisch dat hij naar de Ambachtsschool ging. ’s Avonds volgde hij cursussen in bijvoorbeeld lassen en handvaardigheid om meer allround te worden. Hij werd aangenomen bij de Grofsmederij. “Mijn startsalaris was 52 centen per uur. Ik heb daar op de bedrijfsschool gezeten en verder leer je gewoon het beste in de praktijk. Een keer waren we met een klus bezig en dat waren alle drie Jannen. Ouwe Jan, gewone Jan en ik was de jonge Jan.”
Toen hij in 1960 in dienst trad, werd hij meteen lid van de metaalbewerkersbond, St. Eloy, onderdeel van de overkoepelende organisatie NKV. Later in zijn loopbaan zou het lidmaatschap van de bond nog belangrijk blijken te zijn.

Pater als reisleider
Gelukkig bestond het leven van Jan niet alleen uit werken en leren. “Op een gegeven moment waren we 16, 17 jaar en gingen we ’s zondags op dansles bij Evert Castelein. Vanuit de dansles werden ook gezellige avondjes georganiseerd in een zaaltje naast de Overdekte, het zwembad aan de Haarlemmerstraat. Dan gingen we kaarten of er kwam een bandje, zodat we konden dansen. Daar heb ik mijn vrouw leren kennen. Zij zorgde vaak voor haar gehandicapte neefje. Mijn latere schoonzus en zwager vonden dat ze maar eens een avondje uit moest gaan en zo was ze daar terechtgekomen.”
Jan ging ook mee met de busreizen die vanuit de parochie voor jongeren werden georganiseerd, eerst naar Oostenrijk, later een keer naar Italië. Pater Demmers van de Hartebrugkerk nam de rol van reisleider op zich. “Mijn latere vrouw was er ook bij. Zij had op dat moment kennis aan iemand anders, maar dat is uitgegaan. Bij een verjaardag van een van de leden van de reisclub kwamen we elkaar weer tegen. Nou ja, zo is het gekomen!”
Tijdens zijn dienstverband bij de Grofsmederij is Jan in militaire dienst geweest. Na een half jaar werd hij afgekeurd, omdat hij te veel hoestte als gevolg van zijn astma. Het kwam ook door het roken, maar dat zei hij er niet bij. “Daarna zijn we getrouwd, dat was in 1967.” Er werd een woning in de Hoflaan aan het stel toegewezen, die beschikbaar was gesteld door de Grofsmederij. Toen de kinderen kwamen, kregen Jan en zijn vrouw een huis aan de overkant. “Het was leuk op de begane grond, maar we hadden geen achterom en zelfs geen balkonnetje, dus mijn vrouw liep met de kinderwagen meteen de woonkamer in.” Een aantal jaren later verhuisden ze met drie kinderen naar een vierkamerflat aan de Mahlerstraat. Ze schreven zich in voor een woning in de Stevenshof, die toen werd gebouwd. In 1987 konden ze daar terecht als eerste bewoners.

Vakbeweging
In totaal heeft Jan 19 jaar gewerkt bij de Grofsmederij, die in 1979 failliet is gegaan. Met trots vertelt hij dat hij nog heeft meegewerkt aan het eerste poolanker dat nu over de hele wereld wordt gemaakt. “Eerst waren ze heel klein, drieënhalve kilo, voor kleine bootjes. Later werden ze steeds groter, tot wel 24 ton per stuk voor offshorebedrijven.”


Poolanker

Als belangrijke oorzaken van het faillissement schetst hij dat Hoogovens, een belangrijke afnemer, zelf veel producten ging fabriceren. En de concurrentie vanuit Polen nam toe.
Begin 1979 was Jan benaderd voor het bestuur van de metaalbewerkersbond. Hij heeft dat een jaar of vijf gedaan, maar achteraf vindt hij zelf dat hij er niet zo geschikt voor was. Hij had er bijvoorbeeld veel moeite mee dat in 1979 een bedrijfsbezetting plaatsvond in een poging het faillissement te voorkomen. “Ik kreeg het bericht ’s avonds op mijn verjaardag; ik zat met een kamer vol visite. De volgende ochtend ging ik erheen, maar ik kon het niet verwerken. Ik miste er de instelling en de strijdvaardigheid voor.”
Door de vakbond, St. Eloy, was Jan lid van een praatgroep van de vakopleiding voor de metaal. Daar zaten vertegenwoordigers in van de vakbeweging en de werkgevers. Zodoende kende Jan ook de directeur van machinefabriek Den Holder aan de Rooseveltstraat. “Ik ben met die man gaan praten en ik kon er gelijk beginnen.” Tien jaar later ging ook dat bedrijf failliet en kon Jan aan de slag bij scheepswerf Akerboom aan de Hoge Morsweg. Daar heeft hij gewerkt tot aan zijn pensionering in 2005.

Koffie met quiz
Het had een reden dat Jan op zijn 61e met pensioen ging. “Het zat mij niet lekker hoe mijn vrouw op alles reageerde. Uiteindelijk is ze vroeg-dement geworden. We hebben het nog een aantal jaren leuk gehad, omdat ik eerder gestopt was. In 2015 is ze in Zuydtwijck overleden.”
Door zijn vrouw was Jan in het vrijwilligerswerk in de ouderenzorg terechtgekomen. “Zij schonk koffie in Zuydtwijck, omdat haar moeder daar woonde. Ik ben dat toen samen met haar gaan doen.”
Kort na het overlijden van zijn vrouw werd er met 40 mensen verhuisd naar de Parelvissers aan het eind van de 5-Meilaan. Eerst hielp hij daar alleen bij de koffie-ochtend op donderdag; dan gaf hij zijn slechtziende schoonmoeder extra aandacht. En daar heeft hij zijn tweede vrouw ontmoet. “Zij werkte ook in de bejaardenzorg, in Wijckerslooth. Toen ze een keer in de ziektewet zat, zei ze dat ze nu wel eens wilde kijken wie die Jan was.” Zo hebben ze elkaar leren kennen.
En nu is Jan, 81 jaar oud, nog steeds vrijwilliger, twee ochtenden in de week. Op maandagochtend assisteert hij bij de koffie met quiz. “De mensen in een rolstoel halen we dan naar beneden. Van de week zaten we met 22 man om een grote tafel. Dan ben ik wel anderhalf uur intensief bezig. En voor speciale activiteiten weten ze me ook te vinden. De rommelmarkt vind ik prachtig, eens per jaar. Op zaterdag zijn er af en toe uitstapjes, soms met de bus, maar als het nodig is rijd ik met mijn auto.”
Jan doet er bescheiden over, maar precies op tijd verscheen het hieronder genoemde artikel in het Leidsch Dagblad.

Naschrift Stem van Leiden
Toeval of niet: op het moment dat de transcriptie van het interview gereed is om te worden samengevat, staat Jan Vogelezang te stralen in het Leidsch Dagblad van 15 december 2025. In de rubriek van de ‘Leidse Glibber’ (Emile van Aelst) wordt verteld hoe hij in het zonnetje is gezet vanwege 40 jaar vrijwilligerswerk (zie bijlage).
Dit artikel kan hij met trots toevoegen aan zijn grote verzameling Leidse boeken en ‘parafernalia’.

De geluidsopname van het interview is hier te beluisteren.

Een volledige transcriptie van het interview is hier te vinden.

Een bijlage met foto's is hier te bekijken.

Het artikel uit het Leidsch Dagblad van 15 december 2025 is hier te lezen

Interview door de commissie De Stem van Leiden, die onderdeel is van de Historische Vereniging Oud Leiden en samenwerkt met Erfgoed Leiden en Omstreken en de Opleiding Geschiedenis van de Universiteit Leiden.

Reacties op dit verhaal kunt u sturen naar destemvanleiden@oudleiden.nl

Meer verhalen van De Stem Van Leiden vindt u in de INDEX.


kaart