Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Rad van Catharina

  • Leiden
  • Geschiedenis 1601-1700
  • Geschiedenis 1701-1800
  • Gebouwen

Gevelteken Waalse kerk Breestraat 64

......
GT_1029

Op de gevelsteen boven de ingang van de Waalse kerk zijn een rad met vilmessen en zwaard te zien. Het zijn de attributen van St. Catharina van Alexandrië die veelal naast haar afgebeeld werden om haar identiteit te bevestigen.
De attributen dienen hier als symbool voor de heilige Catharina zelf.

Catharina werd vereerd vanwege haar wijsheid en genezende krachten; vandaar dat veel laat middeleeuwse hospitalen of gasthuizen naar deze heilige zijn vernoemd.
Haar wonderbaarlijke levensverhaal speelt zich af in het begin van de vierde eeuw. Zij was de dochter van de gouverneur van Alexandrië en befaamd om haar kennis. Al jong bekeerde ze zich tot het christendom en stelde haar leven in dienst van het geloof.
Keizer Maxentius werd verliefd op haar en wilde met haar trouwen, wat zij weigerde. Dwingen en folteren hielp niet om haar van gedachten te doen veranderen. Uiteindelijk wilde hij haar lichaam breken met een rad waarop scherpe vilmessen waren aangebracht. Dit rad werd op miraculeuze wijze getroffen door de bliksem en brak. Ten slotte besloot hij haar te onthoofden met een zwaard. Uit de halswond stroomde melk die genezende krachten bleek te bezitten.
Haar lichaam werd door engelen naar de berg Sinaï gebracht. Hier werd het rond het jaar 800, nog steeds in goede staat, door pelgrims teruggevonden. Om dit wonder te gedenken werd het Catharinaklooster naast de berg Sinaï gesticht.

Voordat de Waalse Kerk haar intrek nam in het gebouw aan de Breestraat 64, diende dit pand als kapel voor het Catharinagasthuis. Het Catharinagasthuis was gelegen tussen de Breestraat en de Rijn (=Aalmarkt), zoals mooi te zien is op een kaart uit het einde van de 16e eeuw, en was waarschijnlijk de oudste zorginstelling in Leiden.
De kapel werd in december van het jaar 1276 door wijbisschop Petrus van Zuden ingewijd.

In het Leids Jaarboekje van 1952 staat een uitgebreide beschrijving van het gasthuis, dat in zijn hoogtijdagen bestond uit een mannenzaal, een vrouwenzaal, enkele ziekenzalen, een pakhuis, bier- en wijnkelders en een compleet boerenbedrijf met duiventil en ooievaarsnest.
Indien u daarin geïnteresseerd bent klikt u hier en leest u vanaf bladzij 94 het artikel van mevrouw Versprille.
Een foto van voor 1870 geeft een goede indruk hoe de situatie er toen uitgezien heeft.


Van oudsher vervulde het Catharinagasthuis de rol van ziekenhuis. Na de Reformatie, 1572, ontstond er grote financiële nood in het gasthuis; daarom werd bij de Staten van Holland een verzoek ingediend om koperen munten te mogen slaan.
Op 17 augustus 1573 kreeg het stadsbestuur van Leiden toestemming om koperen stadsoorden te slaan ten behoeve van het Catharinagasthuis.


GT_1212

Beschrijving van de munten:
Aan de voorzijde: een wapenschild met hierin het wapen van de stad Leiden; twee gekruiste sleutels met erboven het jaartal 1573. Het randschrift: " GEDENCT DEN ARMEN ".
Aan de achterzijde: een gekroond rad waaraan zes vilmessen zijn bevestigd. In het midden van het rad is een zwaard geplaatst.
Dit motief, dat ook op andere objecten is aangetroffen die aan het gasthuis toebehoorden, bekroont tot op de dag van vandaag de entree van de Waalse kerk.

De eerste Waalse erediensten werden al vanaf 1578 gehouden in de Begijnhofkapel aan het Rapenburg. Deze diensten waren bestemd voor een kleine universitaire elite maar toen het aantal Waalse vluchtelingen zich explosief uitbreidde, werd hen in 1584 de Onze Lieve Vrouwenkerk toegewezen, die aan de Haarlemmerstraat stond. Na de Reformatie werd de kerk naam afgekort tot Vrouwekerk.
Deze kerk bleef in gebruik bij de Waals Hervormde Gemeente (Eglise Wallonne) tot 1818. Daarna werd het pand gesloopt. De resten van de muren van deze kerk zijn nog te zien op het Vrouwenkerkplein.

Vanwege het toenemend aantal leden van de Waalse gemeente in de 17e eeuw, was er meer ruimte nodig voor de erediensten.
Niet alleen het aantal Walen was toegenomen; het aantal inwoners van de stad Leiden was explosief gegroeid. Daarom besloot de magistraat tot de bouw van een nieuwe kerk, de Marekerk. Aangezien deze kerk gebouwd zou worden in het het noordelijke stadsdeel, de Walen-wijk, bestond de veronderstelling dat deze kerk dienst zou gaan doen als Waalse kerk.
Alhoewel ze de kerk mochten gebruiken werd dit niet de Waalse 'hoofdkerk'.
Er werd hen een ruimer gebruik toegestaan van de kapel van het Catharinagasthuis aan de Breestraat. Al in 1604 werd deze kapel gebruikt door de Hervormden; zij hadden de bedden, waarop de zieken lagen tijdens het bijwonen van de mis, eruit gesloopt en de ruimte geschikt gemaakt voor de Protestantse eredienst.
Het aanvankelijk éénschepige kerkje, dat ook heel kort gebruikt werd door de Engelse gemeente, werd in 1635 met een zijschip en een galerij vergroot en kon nu een groot aantal toehoorders bevatten. In de jaren '30 van de 18e eeuw werd de voorgevel verbouwd en het torentje vernieuwd. Een 18e eeuwse tekening uit het archief laat de situatie zien van voor de verbouwing. Op deze tekening is goed te zien dat boven de ingangspartij, omlijst door een spitsboog, zich een gekroond rad met vilmessen bevindt. Het is duidelijk dat de huidige steen veel overeenkomst vertoont met deze oude steen.

In de hoogtijdagen van Leiden, toen de Waalse gemeente circa 5000 lidmaten telde, werden nagenoeg alle diensten in de Vrouwen- en de Gasthuiskerk (respectievelijk "le temple vieux” en "l’Hôpital”) tegelijkertijd gehouden.
Echter, in de loop van de 18e eeuw daalde het niveau van de welvaart enorm in Leiden. Veel Walen vertrokken uit de stad. Van de eens zo bloeiende Waalse gemeente bleef niet zo veel meer over.
Een wet uit 1798 veranderde de bevoorrechte positie van alle kerken; ieder kerkgenootschap zou in alle opzichten voor zichzelf moeten zorgen. Voor de Waalse kerk betekende dit dat het de financiën op orde moest krijgen.
De toestand van de Vrouwekerk, die in 1809 tot hun eigendom was geworden, was zeer slecht en bovendien was het gebouw te groot voor de geslonken Waalse gemeente.
Besloten werd tot sloop van het gebouw (de inkomsten daarvan waren voor de kerk) en verhuizing van het orgel naar de Gasthuiskerk die aan hen was toegewezen.
De Regenten van de Verenigde Gasthuizen, die nog steeds gebruik maakten van de gebouwen aan de Breestraat, waren niet blij met deze beslissing. Zij moesten afstand doen van de Gasthuiskerk en het daaraan belendende huis, ingaande op de dag volgend op de laatste zondag in september. De Waalse gemeente zou van die tijd af de Gasthuiskerk in gebruik nemen en inrichten naar haar eigen behoeften.
Het gasthuiscomplex dat achter en naast de kapel lag, bleef in gebruik tot aan de Franse tijd. Gedurende de Franse tijd diende het o.m. als kazerne.

Na de afstoting van de Vrouwekerk in 1818 werd de kapel aan de Breestraat de enige Waalse kerk in Leiden.
In 1890 brandde de naastgelegen Stadsgehoorzaal af. Bij de nieuwbouw van de Stadsgehoorzaal veranderde er voor de kerk ook een aantal zaken. De uit 1737 daterende voorgevel, met uitzondering van de natuurstenen toegangspoort, werd in 1898 met een halve steen afgekloofd en opnieuw gemetseld met machinaal gevormde baksteen.
Tijdens de restauratie van de kerk in juni 2013 bleek dat deze 'oude gevel' nog geheel of gedeeltelijk aanwezig is achter de 19e eeuwse gevel.


In juni 2013 was een aantal leden van de Werkgroep Geveltekens in de gelegenheid foto's te maken vanaf de steiger die er voor de restauratie van de kerk stond.



Het bleek dat de gevelsteen enigszins beschadigd was door een barst die diagonaal door het midden loopt en ooit gerepareerd is.
De ‘donkere vlek’ even onder de kroon is een gipskorst. Op zich een fenomeen dat vaker op kalksteen voorkomt. Zo'n korst ontstaat daar waar de steen niet nat wordt van de regen. De korst lost op in water.
Volgens de experts was de steen in een redelijke staat. De barst die door de steen loopt is een typisch fenomeen voor Belgische hardsteen en behalve deze te dichten, zoals reeds gebeurd is, is er verder weinig aan te doen.
Aangezien de kerk prachtig is gerestaureerd werd toch besloten ook de steen te behandelen. In het voorjaar van 2015 werd de steen gerestaureerd door BamBam restauratiesteenhouwers.

........
Links de oude situatie en rechts de gerestaureerde steen.



........
Het aanbrengen van de pasta.


De gipskorst is bijna geheel verdwenen.
Foto's Hans de Sterke.


In het Stedelijk Museum De Lakenhal bevindt zich een aantal gevelstenen en sluitstenen die gedecoreerd zijn met de symbolen van St. Catharina.
De documentatie over deze stenen is nog niet ontsloten maar de decoratie maakt duidelijk dat deze stenen te maken hebben met Catharina en het Gasthuis.
De jaartallen die op de stenen zijn aangebracht komen overeen met de verbouwing/vergroting van de kapel rond 1635 toen de Walen deze ruimte gingen gebruiken.

De toekomst zal hopelijk leren welke geschiedenis hier achter schuil gaat.


GT_1179

Op een tekening in het Regionaal Archief Leiden staat de ingangspartij van het gasthuis afgebeeld en ook de pomp van het bon Gasthuisvierendeel waarvan de steen afkomstig is.



GT_1176

Inv. nr. 14, dit is een ovale gevelsteen met in reliëf het embleem van Sint Catharina, een rad met een gekroond zwaard. De steen is afkomstig van de pomp van het bon (stadswijk) Gasthuisvierendeel (verworven in 1881).


GT_1177

Inv. nr. 689.1 is een sluitsteen met de attributen van St. Catharina. Naar boven loopt de steen breder uit zodat het mogelijk is dat het object afkomstig is van een toog en afkomstig is van een poort. De bovenrand is iets gebogen, de onderrand afgeschuind. Binnen een gefrijnde rand, met krullen in de hoeken, op een gespikkelde achtergrond, bevindt zich een rad met messen en een staand zwaard. Bovenaan een kroon en links en rechts: "AN 16" en "NO 36” (verworven in of voor 1886).


GT_1178

Inv. nr. 689.2 is een sluitsteen met de attributen van St. Catharina. Omdat de steen naar boven breder uitloopt zou het goed kunnen dat het een sluitsteen van een toog is. De iets gebogen onderrand is tweemaal geprofileerd en rust op een kleine console. In een gefrijnde lijst, met rand met krullen, een wiel met messen en staand zwaard. Bovenaan een kroon en links en rechts: "AN 16" en "NO 36" (verworven in 1896/1897).

Het pand heeft de status van Rijksmonument.

Klik hier voor het kaartje met de locatie van de gevelsteen.


Literatuur:



Peter Gerritsen, De Waalse Kerk, De geschiedenis van gebouw, gemeente en orgel, Delft 1992.
Leids Jaarboekje 1952, A. Versprille, Sint Catharina Gasthuis, blz. 94.
Leids Jaarboekje 1955, S.J. Fockema Andreae, Uit de geschiedenis van de Waals-Hervormde Kerk te Leiden, blz. 108.
Cor Smit, Van heinde en verre, Nieuwe Leidenaren door de eeuwen heen, Primavera Pers Leiden, 2009
Pancras van der Vlist, Leidse geveltekens, 2009

Dit verhaal is opgesteld door de werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden. Zie verder colofon
kaart