Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Herdenkingsplaquette voor Matthias de Vries

  • Leiden
  • Geschiedenis 1801-1900
  • Gebouwen

Rapenburg 68


GT_1511.
Deze plaquette is ontworpen door mej G. Diederich Faber en werd onthuld door zijn kleinzoon mr. H.M. de Vries op 24 april 1968.

Matthias de Vries (Haarlem 1820 - Leiden 1892). Van 1853 tot 1891 hoogleraar Nederlandse taal-en letterkunde aan de Universiteit van Leiden.
Samen met L.A. te Winkel de grondlegger van het Woordenboek der Nederlandsche Taal.
De Vries werd in 1820 geboren als zoon van Abraham de Vries en Hillegonda van Geuns. Hij was de broer van premier Gerrit de Vries.

Op 28 april 1837 begon De Vries zijn studie aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde op 13 december 1843 in de Letteren. Na zijn studie was hij werkzaam als docent aan het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Hij gaf Nederlands en geschiedenis. Op 28 november 1849 werd hij hoogleraar te Groningen.
Vier jaar later werd hij benoemd in Leiden en sprak daar op 29 oktober 1853 zijn inaugurele rede uit. Opnieuw combineerde hij de taal- en letterkunde met de vaderlandse geschiedenis.
De Vries presenteerde in 1869 als eerste een gefundeerde verklaring voor de herkomst van de naam Leiden. Deze zou volgens hem komen van 'Leithon', de derde naamval van 'leitha' dat (water)leiding, vaart of kanaal betekent. Aan de wateren gelegen zou een logische verklaring kunnen zijn voor de naam Leiden. Het gotische 'leithan' betekent varen.
Toch zou de naam wellicht al in Romeinse tijden voorkomen voor het kanaal van Corbulo.
De theorie van de Vries werd later, wel enigszins gewijzigd, overgenomen door Fruin en later door zijn leerling Blok. Blok verwees in de eerste HVOL-lezing op 22 januari 1903 de theorie dat Lugdunum Batavorum Leiden moet zijn geweest, naar het rijk der fabelen. Blok stelde toen dat Katwijk Lugdunum Batavorum moet zijn geweest.

Robert Fruin nam in 1860 de colleges vaderlandse geschiedenis van De Vries over.
Vanaf toen kon De Vries zich geheel richten op de Nederlandse letteren, de beoefening van de Nederlandse taal, de taalkunde en de lexicografie.
Hij ging met emeritaat op 15 september 1891.

Zijn belang ligt echter niet zozeer in zijn activiteiten als hoogleraar, als wel in het feit dat hij, samen met L.A. te Winkel, het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) opzette. Dit woordenboek beschrijft het Nederlands van de 16de t.e.m. de 20ste eeuw, bestaat in totaal uit 42 banden en beschrijft ruim 400.000 woorden van vroeger en nu. Matthias de Vries stond tot aan zijn dood in 1892 aan het hoofd van de redactie van het WNT.

Het WNT wordt ook wel eens “de moeder aller woordenboeken” genoemd, omdat alle woordenboeken van het Nederlands (ook de zg. Dikke Van Dale) er dikwijls aantoonbaar informatie uit ontleenden. Op deze manier komt de inhoud van dit strikt wetenschappelijke woordenboek toch bij een ruim publiek terecht.

Het WNT is sinds 2007 online raadpleegbaar via de website van het (door Vlaanderen en Nederland gefinancierde) Instituut voor Nederlandse Lexicologie (www.inl.nl), waar het WNT in 1998, na een bewerkingstijd van ruim 130 jaar, voltooid werd.


Bronnen:

Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde van F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks uit 1888-1891.
Wikipedia
www.inl.nl

Dit verhaal is opgesteld door de werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden. Voor meer informatie of contact met de werkgroep raadpleeg ons colofon.
Eventuele aanvullingen voor dit verhaal kunt u sturen naar geveltekens@oudleiden.nl

kaart