Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Plastiek ter herinnering aan C.J.C. Reuvens

  • Leiden
  • Geschiedenis 1951- heden
  • Gebouwen

Geveltekens Rijksmuseum van Oudheden

INLEIDING

Met betrekking tot het Rijksmuseum van Oudheden aan het Rapenburg is een aantal geveltekens van belang, te weten:

1) Een steentje boven de hoofdentree van het museum, aan het Rapenburg, zie GT_1561

2) Twee bronzen plastieken in de Houtstraat, op de hoek van het Rapenburg, respectievelijk de Papengracht, zie GT_1488 en _1485

3) Een herdenkingsplaquette van Reuvens in de Houtstraat, zie GT_1922

4) In de verzameling van het museum zit ook een belangrijke gevelsteen, een Romeinse herdenkingssteen, zeer waarschijnlijk uit Leids grondgebied (Matilo) zie GT_1787. Dit gevelteken wordt apart behandeld

Ook enkele andere tekens, die misschien niet direct geveltekens zijn, elders in de stad zijn voor het verhaal van belang. Het betreft hier een inscriptie, binnen in het interieur van de Oranjerie van de Hortus en een deurklopper aan Breestraat 27



GESCHIEDENIS

De geschiedenis van de verzameling van het museum van oudheden als museale opzet vangt aan in 1818, maar het begin van die verzameling gaat verder terug.

- Gerard van Papenbroeck (1673-1743), een Amsterdamse regent, was een groot verzamelaar van Griekse en Romeinse beelden, inscripties, urnen, altaren en grafstenen. Hij bewaarde zijn collectie in Papenburg, een buitenplaats in Santpoort Noord. In 1739 vermaakte hij de collectie aan de Universiteit Leiden, die dit in dank aanvaardde en onderbracht in de ook in die tijd gebouwde Oranjerie van de Hortus Botanicus. Maar toch was het heidense karakter van de verzameling bij de diep-(protestants)christelijke Universiteit niet geheel onomstreden. Een inscriptie van de “Marmora Papenburgica” is nog steeds te zien aan een binnenmuur van de Oranjerie.
Foto inscriptie binnenmuur en Foto Oranjerie (volgt)

- In 1818 werd de classicus Caspar Reuvens (1793-1835) benoemd tot hoogleraar archeologie (als eerste ter wereld). Hij wilde een openbaar, voor iedereen toegankelijk (archeologisch) museum maken en liet daartoe de (ondertussen ernstig verwaarloosde) collectie van Papenbroeck naar een warm en droog huis op de hoek van Rapenburg en Houtstraat overbrengen (waar dit overigens nog niet toegankelijk was voor het grote publiek). Ook werd de collectie fors uitgebreid met Griekse, Egyptische en Etruskische kunst, maar zijn vroege overlijden maakte helaas een voortijdig einde aan zijn ambities

- Onder zijn opvolger Leemans verhuist de verzameling naar een fors pand aan de Breestraat nr. 18, waar een echt voor het publiek toegankelijk museum wordt geopend. Er komen weer nieuwe collecties en voorwerpen naar Leiden, vooral uit Indonesie, in het kader van de expansiepolitiek, die Nederland rond de 70er jaren van de 19e eeuw voerde.

- Toch breidde de verzameling niet alleen maar uit. Omdat intussen meer musea waren opgericht, verloor het RMO in 1903 zijn volkenkundige verzamelingen aan een nieuw daartoe opgericht museum.

- In 1926 wordt (onder directeur Jan Hendrik Holwerda) de grote verhuizing gerealiseerd naar Rapenburg 28, het pand, waar het museum nog steeds zit.

- In de oorlogstijd blijft het museum open, maar het kan zijn functie steeds slechter vervullen: bezoekersaantallen lopen terug, een groot deel van de collectie wordt in schuilkelders ondergebracht, een joodse rondleidster wordt ontslagen en de terreur wordt steeds zwaarder.

- Na de oorlog is er een periode van krachtige groei. Veel is in de oorlog verwoest, of beschadigd, maar dat opent ook grote perspectieven voor grote opgravingen bij de wederopbouw. Vooral in later jaren neemt de welvaart van de bevolking toe en daarmee ook het museumbezoek. Een hoogtepunt vindt plaats, als Egypte in 1969 de tempel van Taffeh aan het museum cadeau doet.

- In 1971 vindt een bestuurlijke verandering plaats: de banden met de Universiteit Leiden worden verbroken. Voor het beheer van de ooit als universiteitscollectie begonnen verzameling is geen verantwoording aan het college van curatoren meer nodig, maar rechtstreeks aan het rijk.

GEVELTEKENS:

De geveltekens aan de Houtstraat, aan de zijkant van het RMO, doen vooral aan Reuvens herinneren.

.......
GT_1488 en GT_1485
Geveltekens hoek Houtstraat, Papengracht

Bronzen plastiek, aangebracht op de hoeken van het Museum van Oudheden.
Links een klassieke Griekse tempel, rechts vier papyruszuilen, beide gebouwtjes staan op een rotsformatie.

Deze dubbelplastiek is gemaakt door de Leidse beeldhouwer Frans de Wit, in opdracht van de Historische Vereniging Oud Leiden, ter nagedachtenis aan de eerste directeur van het Museum van Oudheden C.J.C. Reuvens.
De plastiek, die geplaatst kon worden door steun van de Reuvens-Stichting, werd op 19 februari 1994 onthuld.

De bronzen plastiek, een tempel die uit de gevel lijkt te komen, keert als het ware het museum binnenste buiten door te laten zien wat men in het gebouw kan bewonderen.

Caspar Jacob Christiaan Reuvens (1793 –1835) werd in 1818 benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de archeologie aan de universiteit van Leiden. Dat maakte hem tot de eerste hoogleraar archeologie in de wereld. Koning Willem I verzocht hem ook een nationaal oudheidkundig museum op te richten dat in 1818 vorm kreeg in het Rijksmuseum van Oudheden. Reuvens was de eerste directeur van dit museum, waar hij grootse plannen voor had. Zo wilde hij een groot gebouw neerzetten op de plek van de “ruïne” aan het Steenschuur, waar de ontploffing van het kruitschip had plaatsgevonden. Door zijn voortijdig overlijden ging dit plan niet door.
Hij verrichtte belangrijk pionierswerk in de moderne archeologie.

Halverwege de Houtstraat ziet u deze herdenkings plaquette

GT_1922 - foto H. de Sterke

Reuvens woonde op Breestraat 27, van 1821 tot zijn onverwachte dood in 1835. Later zou in het pand een naar hem vernoemde bibliotheek worden gevestigd. De deurklopper die Reuvens speciaal voor zich liet vervaardigen hangt er nog steeds.

Foto woonhuis Reuvens (volgt) foto deurklopper (volgt)

Steen boven hoofdentree Rijksmuseum Oudheden

GT_1561
Rapenburg 28

Bronnen:

Digitaal Krantenarchief Erfgoed Leiden en Omstreken
Wikipedia

PJ Bloklezing 2018: “een brandpunt van geleerdheid” door Prof Dr. Ruurd Binnert Halbertsma

Leidsch Dagblad 30-10-2018: “Met dank aan de Marmora Papenburgica”

Tentoonstelling RMO: “al 200 jaar van nu”

Opgesteld door de Werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden, voor meer informatie zie ons colofon. Redactie: Jan Hartstra
kaart