Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Van Soemba naar de Fagelstraat

  • Leiden
  • Geschiedenis 1901-1950
  • Geschiedenis 1951- heden

Interview met de heer H.P. Nooteboom ("Plantenjager"), 19 november 2019

De heer Hans Nooteboom werd als oudste van vier kinderen op 2 juli 1934 geboren in Waingapoe op het eiland Soemba in Indië.
Vader had Indologie gestudeerd en werd bestuursambtenaar. Zijn vrouw leerde hij kennen bij roeivereniging Die Leythe. In 1933 trouwden ze met de handschoen. Vader was al afgereisd naar het toenmalige Nederlands-Indië en zijn bruid volgde hem korte tijd later. Moeder was onderwijzeres. Ze werd ontslagen toen ze trouwde. De overgang naar Indië was groot. Ze woonden er in een riant huis met een schare bediendes. Die spraken geen Nederlands, dus ze moest Maleis leren.

Aanvankelijk woonden ze op Flores, maar omdat er een tekort ontstond aan Europeanen op Soemba - ze stierven aan malaria - werden ze daar gestationeerd. Het gezin Nooteboom kreeg ook malaria. Ze overleefden het, maar vader vroeg overplaatsing aan. Het werd Saleier, een eiland ten zuiden van Celebes, maar ook daar werden ze ziek. Moeder had een stopfles vol kininepillen. Had je koorts, dan kreeg je die.

Bakfiets
Ambtenaren kregen elke zes jaar een halfjaar verlof. In 1939 ging het gezin daarom naar Nederland. Ze huurden een huis in Leiden. Vader liet de laatste gelegenheid om per schip terug te keren naar Indië voorbijgaan omdat hij bang was dat de Japanners Indië zouden binnenvallen, wat uiteindelijk ook gebeurde.
In juli 1940 stonden plotseling twee Duitse soldaten voor de deur. Ze gaven vader een kwartier tijd om een koffer te pakken. Hij moest mee. Zeer waarschijnlijk werden bestuursambtenaren die in Nederland verbleven, opgepakt als represaille voor het lot van de Duitsers in Indië.


Celebes, 1939. Voor het kantoor; afscheid als het gezin voor verlof naar Nederland gaat. De ouders met Hans en broer Jan Joost zitten in het midden als enige blanken.

Voor het gezin brak een moeilijke tijd aan. Er was een heel krappe toelage. In de Hongerwinter was er weinig meer te eten en sloten de Duitsers gas en licht af. Moeder, gewend aan een groot huis met zes of zeven bedienden, moest nu op een bakfiets zonder luchtbanden naar de Haarlemmermeer om suikerbieten te halen. Toch bleef ze blijmoedig.

Bomen zagen
Hans was niet het makkelijkste kind. “Ik was natuurlijk, ja, hoe noemen ze dat tegenwoordig, een ADHD-kind.” Hij deed alles wat niet mocht. Zo had moeder hem op een dag opgesloten op zijn kamer, maar hij sprong van het balkon, waarbij hij zijn broek scheurde. En geld voor kleren was er niet.
Het gezin was intussen verhuisd naar de Fagelstraat, vlak bij de Leidse Hout, waar Hans met vriendjes speelde, of naar Poelmeer liep om te zwemmen.
De Leidse Hout was ook de plek waar hij in het laatste oorlogsjaar met zijn vriendjes bomen ging omzagen voor het noodkacheltje thuis. Totdat ze op een keer betrapt werden door Duitsers die begonnen te schieten. Hoewel het vroor, dook Hans in een sloot en wist te ontsnappen.
Om aan te sterken was hij eerder, in de zomervakantie, naar kennissen in de Haarlemmermeer gestuurd; een christelijk gezin waar hij op zondag niet mocht fietsen of kanoën. Wel moest hij mee naar de kerk, waar hij tijdens de hele dienst stil moest zitten…

Engelse aanvallen
In die tijd zat vader gevangen; aanvankelijk in Buchenwald, later in Vught. Op Dolle Dinsdag werd de poort opengezet; de geallieerden waren al dichtbij. Vader is via de Biesbosch naar huis gelopen. De ondergrondse hielp hem over de rivieren. Na vier jaar en drie maanden kwam hij thuis. Een vreemde man. Hans herkende hem niet. Het was voor allemaal wennen dat er vanaf dat moment een ouderwetse huisvader was die de scepter zwaaide.

Vader ging als vrijwilliger werken bij Museum Volkenkunde, wat een onverwacht ernstig gevolg had. Bij het bombardement door de geallieerden op het Leidse stationsgebied, schuilde hij buiten het gebouw waar juist een voltreffer neerkwam. Hij viel in de bomkrater en kreeg puin over zich heen. Gelukkig hoorden hulpverleners hem en hebben hem eruit gehaald. Zwaargewond is hij naar het Elisabeth Ziekenhuis gebracht, waar hij maanden heeft gelegen.

Hans werd met een nieuw transport naar Friesland gebracht. Van half februari tot aan de bevrijding verbleef hij bij aardige mensen in Twijzel. Het was niet altijd makkelijk, maar op de plaatselijke lagere school leerde hij al snel Fries spreken. En hij kreeg een polsstok om te fierljeppen! Maar ook in Friesland was hij niet veilig. Er kwamen geregeld Engelse gevechtsvliegtuigen over die schoten op alles wat bewoog. Op melktransporten met platte wagens en paarden ervoor, maar ook op het groepje spelende jongens in de weilanden. Ze konden wegduiken en toen het weer enigszins veilig werd, was het spannend om de patroonhulzen te verzamelen.
Na de bevrijding werd een transport georganiseerd voor de kinderen uit het Westen. Hans werd in de buurt van Leiden afgezet. Vandaar kon hij naar huis lopen; hij wist de weg nog.

Nogal ferm
Eenmaal weer thuis, ging Hans nog een jaar naar de Terweeschool in Oegstgeest. Daarna volgde het gymnasium waar hij in het eerste jaar alleen drieën haalde. Nadat vader ‘nogal ferm was opgetreden’, deed hij zijn best en maakte de school af. Vanaf de vierde klas was dat in Rotterdam, waar het gezin naartoe verhuisde. Twee leerkrachten Biologie wisten hem zo te enthousiasmeren voor het vak dat hij zelf voor die studie koos en leraar werd.
Studiebeurzen waren er niet, dus Hans moest zijn studie zelf bekostigen. Hij verdiende onder andere wat door zeillessen te geven. Hij miste daardoor nogal wat practica. Hij kreeg ervoor op zijn kop, maar desondanks haalde hij goede cijfers. En hij leerde op de zeilschool zijn vrouw kennen, die er een vakantiebaantje als kok had. In 1959 trouwden ze en kregen drie kinderen.

Pretpark
Na afronding van de studie begon de heer Nooteboom bij professor Van Steenis in het Leidse Herbarium met onderzoek naar een bepaalde plantenfamilie. Hij rondde het af met een dissertatie. Weliswaar pas na 15 jaar, maar toen bleek het ook een standaardwerk te zijn geworden waar een handelsuitgave van is gemaakt.

Het leraarschap raakte wat naar de achtergrond en de heer Nooteboom kwam in dienst bij het Laboratorium voor Experimentele Plantensystematiek.
In 1998 werd Naturalis gebouwd, waar de Herbaria, het Leidse Museum voor Natuurlijke Historie en het Zoölogisch Museum Amsterdam werden samengevoegd. De heer Nooteboom maakte deel uit van de commissie die de basistentoonstellingen inrichtte. Het was een goed en succesvol museum, tot het mooie gebouw dat pas 20 jaar oud was, werd vervangen. De wetenschappelijke staf liep terug van 20 naar één. De heer Nooteboom betreurt de gang van zaken zeer: “Het is meer een pretpark geworden dan een museum.”
Hij heeft zijn ziel en zaligheid in het werk gelegd, maar zijn afscheid heeft hij als pijnlijk ervaren.

De heer Nooteboom heeft een boek gepubliceerd, getiteld "Het leven van een plantenjager".

De geluidsopname van het interview is hier te beluisteren.

Een volledige transcriptie van het interview is hier te vinden.

Hans Nooteboom is in april 2019 ook geïnterviewd voor de wijkkrant Prof-Burg-wijk.

Interview door de commissie De Stem van Leiden, die onderdeel is van de Historische Vereniging Oud Leiden en samenwerkt met Erfgoed Leiden en Omstreken en de Opleiding Geschiedenis van de Universiteit Leiden.

Reacties op dit verhaal kunt u sturen naar destemvanleiden@oudleiden.nl

Meer verhalen van De Stem Van Leiden vindt u in de INDEX.
kaart