Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Willem Bilderdijk in Leiden

  • Leiden
  • Geschiedenis 1801-1900
  • Gebouwen

Geveltekens Rapenburg 37 , Garenmarkt en Plaquette Oude Singel 86

.
GT_1168
Gevelsteen afkomstig van het pand Garenmarkt 6, bevindt zich in de collectie van Erfgoed Leiden. Op de steen staat vermeld: "Bilderdijk 1756-1831".
Het materiaal is gele zandsteen, afmetingen; 65 cm lang, 40 cm breed en 9 cm dik.

...........
Foto rechts: J. Hartstra,
De situatie in de jaren '60 van de 20e eeuw toen het pand met gevelsteen er nog stond en daarnaast situatie in 2015


Begin 2017 werd aan de Garenmarkt begonnen met de bouw van een ondergrondse parkeergarage. Bij het graven kwamen de fundamenten van de huizen, die eind jaren 60 waren gesloopt, waaronder het huis, waar Bilderdijk woonde, weer even boven”

De gevelsteen is in mei 2015 aangebracht op een binnenmuur in de bibliotheek B plus C aan de Nieuwstraat 4 en werd feestelijk onthuld op 12 mei tijdens een bijeenkomst van Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO), BplusC en de Werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden (HVOL).

...

...

...

...

...

GT_1168 Foto's: H. de Sterke

Op 14 maart is het door ANWB beschikbaar gestelde informatiebordje geplaatst. Om zoveel mogelijk het oude karakter van de muur te bewaren, wordt in goed overleg met de gemeente precies tussen de stenen geboord.

..
Foto's J. Hartstra.

-- .
GT_1170 Foto links: Koningsveld.
Plaquette Oude Singel 86

....
GT_1161. Foto links: Koningsveld.
Gedenksteen ter ere van Willem Bilderdijk, aangebracht juni 1983, door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Rapenburg 37.

Willem Bilderdijk (Amsterdam 1756- Haarlem 1831) heeft gedurende zijn leven driemaal in Leiden gewoond.
db7e75ea-26bc-11e3-8f37-3cd92befe4f8
Foto: Portman, L. (beeldmateriaal ELO)
Beschrijving: Mr. Willem Bilderdijk (Amsterdam 1756-1831). Advocaat en dichter, tijdelijk te Leiden.

Eerst als student op de Langebrug, daarna vanaf 1806 aan de Hoge Woerd, tot in 1807 de kruitramp, volgens zijn zeggen, zijn huis onbewoonbaar maakte. Weer later, vanaf 1817 tot 1827, woonde hij met zijn gezin op respectievelijk de Hooigracht 33, Garenmarkt 6 (pand bestaat niet meer), Rapenburg 37 en Oude Singel 86.
Voor nog een afbeelding van Bilderdijk klik hier.
Bilderdijk beschouwde zichzelf als een wonderkind. Van jongs af aan had hij last van hoofdpijnen en melancholische aanvallen die, dacht hij, veroorzaakt werden door teveel denken.
Toen hij zes jaar oud was werd hij gedwongen binnen te blijven door een chronische ontsteking aan zijn voet. Hierdoor was hij eenzaam en afgesloten van de buitenwereld. Zo leefde hij ruim tien jaar in huis, zich wijdend aan de studie en het schrijven.
In 1776 bekroonde het Leidse dichtgenootschap 'Kunst wordt door Arbeid Verkreegen' zijn gedicht over de ‘Invloed van de dichtkunst op het staetsbestuur’ met een gouden medaille. Helaas voor hem, steunde zijn vader hem niet in zijn ambitie om zich aan de dichtkunst te wijdden en werd hij boekhouder op diens kantoor.
In 1780 begon hij aan de rechtenstudie in Leiden. Hij had inmiddels enige bekendheid gekregen als dichter. In 1781 verscheen zijn bundel met licht erotische verzen, ’Mijn Verlustiging’, met de door hem zelf geëtste vignetten.
Al na twee jaar kon hij zijn studie afronden en vestigde hij zich als advocaat te Den Haag.

Na de inval van de Fransen in 1795 vluchtte hij naar Groningen. Een onrustige periode volgde, met reizen naar Duitsland en Engeland, waarin zijn huwelijk met Catharina Rebecca Woesthoven strandde, mede veroorzaakt doordat drie van hun kinderen op jonge leeftijd overleden.
In 1797 vestigde hij zich in Brunswijk waar hij met lesgeven in zijn levensonderhoud voorzag. Inmiddels had hij een relatie met Katharina Wilhelmina Schweickhardt, die zich op enkele uren afstand van Brunswijk,in Peine, had gevestigd omdat Bilderdijk officieel nog niet gescheiden was. Van de vijf kinderen die zij samen kregen stierven er vier op zeer jeugdige leeftijd.
Aangezien hij voornamelijk leefde op water en brood was het reizen tussen Brunswijk en Peine heel zwaar. Pas in 1802, nadat hij officieel van Catharina Woesthoven was gescheiden, kon Katharina zich definitief bij hem in Brunswijk voegen alwaar ze nog 4 jaar bleven. In deze drukke tijd zag hij nog kans om naast het lesgeven nog een tiental bundels verzen te produceren.

In 1806 vestigde Bilderdijk zich in Leiden op de Hoge Woerd. Hij had de ambitie hoogleraar te worden maar daarin werd hij teleurgesteld. Zijn monarchistische instelling bracht hem wel enig werk; hij gaf Nederlandse les aan Lodewijk Napoleon en werkte aan de totstandkoming van een koninklijke bibliotheek.
In 1807 werd de stad Leiden ernstig getroffen door de ontploffing van een kruitschip. Hoewel zijn huis te ver van de ramp verwijderd was om ernstig beschadigd te zijn berichtte Bilderdijk toch aan een vriend: "ik schrijf dit tussen de puinhopen van mijn huis". Het gezin verliet de stad en trok eerst naar Den Haag en vervolgens naar Amsterdam.

Bilderdijk voelde zich veelal ziek en ongelukkig (hij leefde van droog brood en gerstewater) en gebruikte opium als verzachting. Ook het feit dat zijn vrouw veel miskramen kreeg zal hem zwaarmoedig hebben gemaakt.
Hij wilde niets liever dan hoogleraar worden, maar zijn moeilijke karakter had hem geenszins geliefd gemaakt. Tot overmaat van ramp verloor hij met het vertrek van Lodewijk Napoleon in 1810, een belangrijk deel van zijn inkomsten.

De derde en laatste keer, dat hij in Leiden verbleef, was tevens de langste tijd dat hij er woonde, namelijk van 1817 tot 1827. In deze periode schreef hij ruim vijfentwintig dichtbundels en talloze verhandelingen en vertalingen.
Hij woonde op verscheidene adressen; aanvankelijk aan de Hooigracht, later aan de Garenmarkt 6, en zijn laatste adres in Leiden was Rapenburg 37. In het laatst genoemde pand is een gedenksteen aangebracht door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Nadat in 1885 een gedenksteen in een vroeger woonhuis van Bilderdijk te Haarlem geplaatst was, en kort daarop ook één in een huis in Den Haag, werd het voorbeeld ook in Leiden nagevolgd.
De eigenaar van het pand Garenmarkt nummer 6 was mr. Samuel Le Poole, deze heer was zeer oudheidkundig geïnteresseerd. Le Poole was tevens eigenaar van het aangrenzende huis nr. 8 en de textielfabriek op nr. 10. Slechts enkele maanden na het aanbrengen van de herdenkingssteen werd het huis nr. 6 verkocht.
Het werd verhuurd aan een oud Indischman, wethouder, lid van de Tweede Kamer en lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, dus die zal zeker geen bezwaar gemaakt hebben tegen het aanbrengen van de steen.
Over de gevelsteen van Bilderdijk aan de Garenmarkt 6, zijn enkele berichtjes in de kranten te vinden;
De Leidsche Courant van 4 juli 1888 meldt: "De eigenaar van het huis op de Garenmarkt te Leiden, waar Bilderdijk van 1817 tot 1822 woonde, stelt zich voor een gedenksteen, ter herinnering aan dat feit, in den gevel te plaatsen." Als bron werd de krant Het Vaderland opgegeven. Vermoedelijk is het plan dus al snel gerealiseerd. Of daarbij bv. ook de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde betrokken was, is niet bekend. Heel veel gemeentelijke archivalia uit 1888 zijn bij de Stadhuisbrand verloren gegaan, dus of daar ooit iets over gevonden kan worden is onzeker.
Het Leidsch Dagblad van 2 februari 1906 meldt dat er een commissie gevormd was ter herdenking van de 150e geboortedag van Bilderdijk, die woonde te Leiden "op de Garenmarkt ter plaatse van het pand, in welks gevel dit met een gedenksteen wordt aangeduid. Het vroegere heerenhuis is echter onlangs verbouwd geworden, beneden bestemd voor koetshuis der stalhouderij van den heer Dieben, boven voor afzonderlijke woning."

In 1969 werd het Korte Levendaal gedempt en een aantal fabriekspanden aan de Garenmarkt gesloopt, waaronder ook de fabriek van Le Poole. Later werden ook de belendende panden gesloopt en de gevelsteen van Bilderdijk kwam terecht in het Archeologisch Depot van de Gemeente Leiden.

Bilderdijk is altijd tamelijk arm geweest, het begeerde hoogleraarschap aan de Leidse Universiteit kwam nooit.
Hij verdiende zijn brood niet alleen met schrijven maar ook met andere werkzaamheden, zo was hij o.a. privaatdocent vaderlandse geschiedenis. Hierdoor kon hij politieke en religieuze invloed uitoefenen op zijn voornaamste leerling Isaäc da Costa. Deze publiceerde in 1823 het geruchtmakende 'De Bezwaren tegen den Geest der Eeuw'; dit geschrift is doorspekt met de ideeën van Bilderdijk.
Bilderdijks reactionaire denkbeelden leidden tot heftige polemieken, die hem meer vijanden dan vrienden opleverden. Verbitterd vertrok hij in 1827 naar Haarlem, alwaar hij op 18 december 1831 overleed.


Toespraak, gehouden ter gelegenheid van de onthulling van een gedenksteen ter ere van Willem Bilderdijk, aangebracht door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, op vrijdag 1 juli 1983.

Willem Bilderdijk is een van de merkwaardigste mannen uit onze geschiedenis. Hij was een hartstochtelijk romanticus, een onvermoeibare dichter, denker en geleerde, een melancholische hypochonder, die leed aan allerlei echte of ingebeelde kwalen en de werkelijkheid bij tijden ontvluchtte door zijn toevlucht te nemen tot opium. Hij had vele vijanden en weinig vrienden, maar vrijwel alle tijdgenoten waren het er over eens dat hij als dichter zijn weerga niet kende. Hij was niet alleen letterkundige, maar ook taalgeleerde, historicus, filosoof, theoloog, tekenaar, botanicus en geoloog. Zijn denkbeelden waren reactionair, zijn houding was onmaatschappelijk, maar de kleine kring van leerlingen die hij om zich heen verzamelde, bewonderde hem zeer en droeg zijn ideeën verder tot diep in de negentiende eeuw. De strijd om Bilderdijk heeft tot lang na zijn dood voortgeduurd; men kan wel zeggen tot op de dag van vandaag.

Willem Bilderdijk leefde van 1756 tot 1831; toen hij in het voorjaar van 1819 het pand Rapenburg 37 betrok, was hij tweeënzestig jaar. Hij had een bewogen leven achter de rug: hij was advokaat geweest in de tijd van de twisten tussen prins gezinden en patriotten, hij had als vurig orangist bij de komst der Fransen in 1795 het land moeten verlaten, had ruim tien jaar in ballingschap geleefd, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. In 1806 was hij uit Duitsland naar het vaderland teruggekeerd. Buiten verwachting kon hij het goed vinden met koning Lodewijk Napoleon, in wie hij zijn monarchistische ideeën belichaamd zag. De koning schonk hem een jaargeld en een wat vage functie, maar kon zijn liefste wens, een hoogleraarszetel, niet in vervulling laten gaan. Dat kon ook koning Willem I niet, toen deze hier in 1813 aan de macht was gekomen; de tegenwerking was te groot.

Zo had hij zich in 1817 ten slotte als privaat-docent in de geschiedenis en het staatsrecht te Leiden gevestigd, aanvankelijk op de Hooigracht, later op de Garenmarkt, en tussen 1819 en 1823 in het pand waar wij ons thans bevinden. Hij gaf hier college in een achterkamer, vaak gekleed in een kamerjapon, met een vochtige doek op het hoofd vanwege de migraine. Zijn belangrijkste leerling was Isaäc da Costa, Portugees-joods van origine, die zich onder invloed van Bilderdijk in 1822 tot het christendom bekeerde.

Bilderdijk moet in het straatbeeld een merkwaardige verschijning zijn geweest. Een tijdgenoot beschreef hem in 1822 aldus: ‘Een eerder klein dan middelsoortig-groot man: met een slepend been (à la Byron), strompelend-voortstappende grijsaard, met driekante of punthoed, een geklede, of staatsierok, een korte broek, lang vest, alles deftig zwart, en met strikschoenen aan de voeten. In de rechterhand hield hij een steunstok, maar zijn linker rustte op de rechter schouder van een knaapje, dat hem een paar kinderstappen vooruitging.’ Dat was Willem Bilderdijk, met zijn tienjarige zoontje Lodewijk Willem.

Men kan niet zeggen dat hij zeer tevreden was met het huis dat hij door bemiddeling van een vriend had kunnen betrekken. Nu was Bilderdijk zelden tevreden, en het hoeft ons dus niet te verbazen dat het hier naar zijn zeggen flink getocht moet hebben, niet alleen ‘door deur- en vensterreten, maar ook door de zolders, vloeren en muren’. We mogen aannemen dat dit euvel dankzij de recente verbouwing inmiddels verholpen is; Bilderdijk zag er echter een reden in om naar de Oude Singel te verhuizen. In 1827 vertrok hij ten slotte naar Haarlem, waar hij, die, naar eigen zeggen wederom, zijn leven lang had gereikhalsd naar het graf, vier jaar later het moede hoofd mocht neerleggen.

Toch zou het mij niet verbazen, wanneer zijn geest nog altijd in deze vertrekken ronddwaalt. Het is verheugend dat de huidige eigenaar van het pand, de AMRO bank, die vandaag de feestelijke heropening van dit filiaal beleeft, de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft willen toestaan, op de voorgevel een gedenksteen te laten aanbrengen, die zo dadelijk door de voorzitter van de Maatschappij onthuld zal worden.

Voordat wij hiertoe overgaan, wil ik nog één aspect van Bilderdijks veelzijdige persoonlijkheid onder uw aandacht brengen, omdat het in deze omgeving niet zonder betekenis is: hij kon volstrekt niet met geld omgaan.

Gelukkig had hij een vriend die zijn geldzaken regelde, maar toen de huisbaas hem in 1821 per ongeluk zelf aan het betalen van de huur herinnerde, schreef Bilderdijk hem het volgende briefje: ‘Hoogwelgeboren Heer! Daar ik mij nooit met geldzaken bemoeid heb noch meen te bemoeien, weet ik niet van huurpenningen of lasten of wat dergelijks is. Ik verschoon voor het overige, volgens uw verzoek, uwe vrijpostigheid, als van een onbekende jegens een onbekende, schoon het - inderdaad - dezelve wat verre gedreven is iemand in zijne studiën met zodanige kleinigheden te storen.

Ik teken mij dus, met alle betamelijke hoogachting, Bilderdijk.’

Ik dank u voor uw aandacht.
Peter van Zonneveld


Opgesteld door de Werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden. Zie Colofon
Eventuele aanvullingen voor dit verhaal worden doorgezet naar J. Hartstra





kaart