Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Metseltekens in Leiden en omstreken

  • Leiden
  • Gebouwen

Artikel kwartaalblad 2014 Oud Leiden Gevelteken

Metseltekens in Leiden e.o.


door Ben Veldstra.

Het overkwam mij in 2007 in Muiden. Ik liep daar rond de Grote Kerk en
en mijn oog viel ter plekke plotseling op een groot zwart kruis in het metselwerk. Aanvankelijk dacht ik nog: ‘dat moet door kinderen zwart gekleurd zijn met krijt of viltstiften…’, maar toen ik er met de neus bovenop stond , was er geen twijfel mogelijk: dit is een kruis dat tijdens het metselen is aangebracht. En deze kerk werd al in het begin van de 15e eeuw gebouwd. Een maalkruisteken in een 15e-eeuwse kerkmuur!


Een maalkruis te Muiden
GT_1250

Toen ik op meer plaatsen dergelijke tekens aantrof, had ik meteen een nieuwe hobby: hier wil ik het fijne van weten. We zijn nu 6 jaar verder en in die jaren heb ik aardig wat veldonderzoek gedaan samen met een Belgische architect Marc Robben. Met Marc heb ik veel gediscussieerd over de mogelijke betekenissen van de tekens. Wanneer is het een teken en wanneer enkel ornament? Vanaf wanneer komen ze voor en waar tref je ze aan? Wie gaf er opdracht toe?
Lastige vragen, als er geen geschreven bronnen te vinden zijn over het aanbrengen of de aanwezigheid van dergelijke tekens. Maar een paar antwoorden zijn al wel te geven:
We treffen ze niet alleen in ons land aan maar ook in landen om ons heen waar met baksteen is gebouwd. Op natuurstenen bouwwerken hebben we ze niet gevonden. Je ziet ze enkel aan de buitenzijde van gebouwen van ca 1350 tot 1600 en in katholieke streken nog in de eeuw erop volgend. Dit kunnen zijn kerken, kloosters, kastelen en woonhuizen.

Kleur van de tekens
Tijdens het bakken krijgt een baksteen zijn definitieve kleur. Afhankelijk van de samenstelling van de klei kan deze kleur varieren van lichtgeel en donkergeel tot diverse tinten rood of bruin. Ook kan emaillering optreden als gevolg van zouten in de brandstof (vaak turf).
Aangezien men aanvankelijk het steenbakproces in de primitieve veldovens nog niet zo goed onder de knie had, trad er nog al veel kleurverschil op. Met name de kopse kanten van de stenen konden nog al eens afwijken in kleur. Deze konden extra gesinterd geraakt zijn of bedekt met een emaillelaagje.
In onze streken (kustprovincies) zien we dat vooral een blauwige kopse kant gebruikt is om tekens vorm te geven. Meer in het binnenland kun je b.v. zwarte tekens aantreffen op een rode muur of gele tekens op een roodbruine muur.


Latijns kruis op de Oostenrijck-toren (grachtzijde).
GT_1251

Betekenis?
Uit de willekeur waarmee tekens een plek kregen op een bouwwerk, valt af te leiden dat er vaak niet duidelijk een vooropgezet plan bestond om tekens op een muur aan te brengen. Het feit dat we de tekens nooit tegenkomen op natuursteen gebouwen, wijst er op dat de tekens niet refereren aan bepaalde overheidsfuncties (rechtspraak) van een gebouw of aan bepaalde rechten die een stad of dorp geschonken kunnen zijn.

Alles wijst er op dat de tekens een tijdlang aansloten bij een algemeen gevoelen onder de bevolking om hetzij kwaad te weren, hetzij heil te doen brengen. Gebeurtenissen tijdens het langdurige bouwproces van b.v. een kerktoren konden aanleiding zijn om een kwaadwerend maalkruis diverse keren opnieuw aan te brengen (b.v. te zien aan de toren van de Grote Kerk van Dordrecht).
In de Middeleeuwen leefde men nog volop in het besef dat er een onzichtbare wereld van geesten en demonen bestond, die oorzaak was van veel rampen, ziekten en ongelukken. Communicatie kon het beste plaats vinden via symbolen of rituele handelingen/woorden. Het was een tijd waarin men heilig geloofde in hekserij en toverij.

Kerkelijke adoptie
Nu waren onze streken al sinds de 12e eeuw gekerstend, maar het geloof in de werking van symbolen is niet eenvoudig uit te roeien. De kerk adopteerde symbolen dan en ga er een christelijke wending aan. Zo kwamen heiligen in de plaats van de Germaanse goden, kerken op de plaats van de oude heiligdommen (bron of woud), kwamen er kerkelijke ommegangen en processies, en werd een kwaadwerend maalkruis tot Andreaskruis.
In hoeverre men aan een specifiek kwaad dacht bij bepaalde symbolen, is nu niet meer goed te achterhalen. Hooguit kunnen we in een enkel geval een plausibele verklaring presenteren.

Van ornament naar betekenisvol
Tot ca 1400 zie je dat men vasthield aan schoon metselwerk. Hooguit konden afwijkende kleuren toegepast worden ter ornamentele versiering. Hiervan heb ik in Leiden nog geen voorbeeld gevonden: daarom ter illustratie de kasteelruïne van het Huis te Merwede bij Dordrecht.


Ornamenteel siermetselwerk ruïne van Huis te Merwede, Dordrecht
GT_1250

Maar vanaf 1400 komt het steeds vaker voor dat specifieke tekens op muren aangebracht worden. Meest frequent zijn daarbij het maalkruis/schuinkruis en de ruit.
Een mooi voorbeeld van een maalkruis treffen we aan op een boerderij in Zoeterwoude-Weipoort.


Zoeterwoude –Weipoort: boerderij met maalkruis
GT_1250

Weliswaar is dit teken pas in de 17e eeuw aangebracht, maar daaruit valt ook af te leiden dat na de reformatie toch nog wat katholieke boeren vasthielden aan deze vorm van magie. Treffend is ook dat deze boerderij een tijdlang schuilkerk was voor de katholieken in Zoeterwoude.


Hexagram aan pand: Molensteeg 24, Leiden
GT_1196

Op de zijgevel van dit pand aan de Molensteeg 24 zien we een hexagram met centraal daarin een ruit. Het hexagram hoeft in die tijd nog niet specifiek joods te zijn. Dat men het zag als 2 in elkaar geschoven driehoeken bewijzen enkele metseltekens elders, waar afzonderlijke driekhoeken te vinden zijn.


Tekens op muur van Binnenvestgracht 7, Leiden
GT_1252

Het hart is een geliefd symbool voor katholieken om er de liefde tot Maria mee aan te geven en op haar voorspraak te hopen. Het linker teken oogt enigszins als een kalvariekruis, maar dat kan het eigenlijk niet zijn, aangezien de vertikale kruisbalk onderbroken is. Een kalvariekruis heeft normaalgesproken een platte onderzijde.


Toverknoop op het boomsluitershuisje bij de Zijlpoort, Leiden
GT_1190

Hier zien we een toverknoop met centraal weer een ruit.
De toverknoop symboliseert eindeloosheid en verwarring, waardoor geesten de weg kwijt moeten raken. Mogelijk werd zo’n teken ook ingezet tegen hekserij. Hier is het 17e eeuws en mogelijk puur op ornamentele gronden aangebracht.


Stadstimmerwerf: een ruit met wijdingskruisjes
GT_1253

Op de zijmuur van de stadstimmerwerf treffen we een drietal metseltekens aan.
Tussen 2 ramen in vinden we een ruit, boven en onder geflankeerd door een wijdingskruisje. Dit is een verwijzing naar de heidense oorsprong van het teken. Door wijdingskruisjes toe te voegen aan een teken, kreeg het mogelijk een meer christelijke betekenis. Er zijn aanwijzingen om de ruit te beschouwen als een van oorsprong vrouwelijk teken, wat verband kan houden met vruchtbaarheid en voorspoed.


Stadstimmerwerf: een odal en een ruit?
GT_1253

De odal is een teken dat in verband gebracht moet worden met eigen bezit en de rechten die daaraan ontleend konden worden. Het 3e teken is dusdanig verminkt dat daar geen betekenisvolle vorm uit te destilleren valt.

Als u geinteresseerd geraakt bent in metseltekens, neem dan een kijkje op de website: www.bovenlichten.net

Foto's en verhaal Ben Veldstra


Dit verhaal is opgesteld door de werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden. Zie verder colofon



kaart