Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Gereformeerd Minne- of Oude Liedenhuis

  • Leiden
  • Gebouwen

Gevelteken Herengracht 35


GT_1510
Detail voorgevel Minne- of Oude Liedenhuis.
In 1886 werd het gebouw geheel vernieuwd, in Neo-Renaissance stijl, door de Leidse architect W.C. Mulder.
Het gebouw is tegenwoordig in gebruik als huisvesting voor buitenlandse studenten.


GT_1822 foto W. Devilee

De zorg voor de armen lag in de achttiende eeuw in de handen van de meesters van de huisarmen, de zogenaamde Huiszitten-meesteren en de diaconie van de Hervormde Gemeente. De armen en hulpbehoevenden werden ondergebracht in drie minnehuizen waarvan er twee voor vrouwen waren en één voor mannen.

Een in 1753 uit de vroedschap gekozen commissie, die zich bezighield met de financiële perikelen van het Huiszittenhuis, had de regenten van het Huiszittenhuis verzocht te onderzoeken of het goedkoper was de bestedelingen van het
Huiszittenhuis voortaan in een officieel oude mannen- en vrouwenhuis onder te brengen. De uitkomst van dit onderzoek was dat dat inderdaad zo was. De financiële omstandigheden lieten het echter niet toe.
Twee oud-burgemeesters, Johan van der Marck en Nicolaas van de
Velde, lieten bij overlijden in respectievelijk 1772 en 1773, naar testament van dezelfde jaren, geld na ten behoeve van de oprichting van een oude mannen- en vrouwenhuis, de eerste een bedrag van 2.000 gulden, de tweede van 40.000 gulden.
Van der Mark stelde als voorwaarde dat het huis er binnen 10 jaar moest zijn en
Nicolaas van der Velde liet in zijn testament de conditie opnemen dat het huis onder toezicht zou komen van bijzondere regenten. Hierdoor zouden de regenten van het Huiszittenhuis nooit enig toezicht, bewind of administratie over het Minnehuis hebben. Hieruit valt te concluderen dat de relatie tussen beide instellingen niet probleemloos was.

Uiteindelijk, op 5 november 1782, werd in de Vroedschap besloten "... dat in afwachting van een nader plan tot inrichting, een Minne- off Oude Man- en Vrouwenhuis, waartoe bereits eenige legaaten zijn besproken, van nu af aan zal werden opgerecht."

Het Armen Kinderhuis, dat stond op de plaats waar nu de Kaasmarkt is, werd hiervoor bestemd en afgestaan. Op 29 december 1783 werden daar de eerste vrouwen gehuisvest. Het jaar daar op had men al 74 arme lieden onderdak.
In 1794 werden de Fransen ingekwartierd in het Minnehuis dus moesten alle bewoners naar het Caecillia gasthuis verhuizen om pas na een jaar weer terug te keren. Tien jaar later moesten zij weer uit hun huis omdat het gebouw als kazerne moest gaan dienen voor het Staten college.
Met de aankoop van enige huizen en de fabriek van Krantz aan de Herengracht begon de uitvoering van de bouw van een nieuw Minne- of Oude Liedenhuis. In 1818 kon de verhuizing beginnen.


Het pand is een Rijksmonument.

Bronnen:

www.ethesis.net
Jaarboek Dirk van Eck 2003, Peter Otgaar, Mensenwerk, Het Gereformeerde Minne of Arme Mannen- en Vrouwenhuis. 1818-1883


Dit verhaal is opgesteld door de werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden. Zie verder colofon
kaart