Erfgoed Leiden en omstreken

Info

Verhaal: Burcht en onderhek

  • Leiden
  • Leiderdorp
  • Geschiedenis voor 1500
  • Geschiedenis 1500-1600
  • Geschiedenis 1601-1700
  • Gebouwen

Geveltekens op en om de Burcht van Leiden

De Burcht van Leiden




GT_1884
Overzichtsfoto Leiden met centraal gelegen de Burcht
De Burcht is het oudste Leidse gebouw. De burchtheuvel werd reeds in de 9e en 10e eeuw opgeworpen, aanvankelijk als bescherming tegen het water van de vaak overstromende Rijn. Later kreeg het ook een militaire functie, waartoe er in de 11e eeuw een houten palissade opgezet werd, die in de 12e eeuw, ter versterking vervangen werd door en stenen ringmuur (nog aanwezig). De graven van Holland stelden een Burggraaf over de Burcht aan, een aanvankelijk militaire, later zeer invloedrijke functie in de stad. Reeds in de 13e eeuw was het militaire karakter van de burcht al niet meer van belang, maar toch zou de bestaande situatie rond de Burcht tot in de 17e eeuw gehandhaafd blijven. Na 1650 veranderde er veel. De toenmalige Burggraaf, Claude-Lamoral de Ligne verkocht de Burcht aan de stad Leiden, die er een openbaar park van maakte. Daartoe werd er ook en herberg bijgebouwd (Het Heerenlogement, zie aldaar) en de poort aan de Burgsteeg (zie aldaar). Ook de Burcht zelf werd verbouwd: er kwam een nieuwe toegangspoort met wapens van Leidse Burgemeesters, die de titel Burggraaf voerden (de titel werd afgeschaft in 1795). Onderaan de Burcht kwam en gietijzeren hek met ook weer wapenschilden van Burgemeesters. In de 19e eeuw waren er plannen, om een grote watertoren te bouwen op de burchtheuvel. Het is er nooit van gekomen; in 1908 kwam de watertoren aan de Hoge Rijndijk

Inleiding en geschiedenis.(zie ook het artikel in het Jaarboekje 1924)

Het verhaal begint in Leiderdorp, waar reeds in de 6e eeuw aan de Rijn, tegenover Matilo een dorp gebouwd werd met een haven. Volgens de Canon van Leiderdorp zou dit Leithon aan het riviertje de Lagitho zijn geweest (fietsroute).

Eind 9e, begin 10e eeuw, liet de Bisschop van Utrecht, op de vlucht voor de Noormannen, een lijst maken van bezittingen waar hij meende recht op te hebben. Daarbij fixeerde hij zich op de toestand van rond het jaar 850. Op deze zgn. Sint Maartenslijst is sprake van drie aan de wateren gelegen boerderijen, de drie Leithons. Hoewel niet geheel duidelijk is waar deze Leithons zich bevonden, wordt aangenomen, dat dit op het Waardeiland of in Leiderdorp was.Ten westen van deze nederzetting werd eind 9e eeuw een verdedigingsheuvel opgeworpen, aanvankelijk tegen getijdestromingen van de Rijn, later ook om strategische redenen. Deze burchtheuvel werd verscheidene keren verhoogd en vaak was er strijd om het bezit ervan: van de Bisschop van Utrecht of van de (net opkomende) graaf van Holland.

Rond de 11e eeuw werd een houten sterkte op de Burchtheuvel gebouwd. Er was toen al enige stedelijke activiteit. De Hollandse graaf Floris I vestigde hier het muntrecht op de Leitheriburch.

In de 2e helft van de 12e eeuw werd de houten opbouw vervangen door een stenen ringmuur. Het mottekasteel, zoals we dat nu nog kennen was daarmee (in grote lijnen) ontstaan.

De Burcht heeft nog een belangrijke strategische functie gehad in de zgn. Loonse Successieoorlog. In 1203 stierf de Hollandse graaf Dirk VII. Hij werd opgevolgd door zijn dochter Ada, maar zij werd aangevallen door haar oom Willem I, die zichzelf liever als graaf zag. Ada vluchtte naar de Burcht, waarna deze door Willem belegerd werd die uiteindelijk ook won.

Hierna nam de strategische functie van de Burcht af. Wel was de Burcht (die al enige tijd definitief in handen van de graven van Holland was) in een ander opzicht nog belangrijk. De Burcht werd namelijk in leen gegeven aan de zgn. Burggraaf. Deze functie wordt al in de 11e of 12e eeuw genoemd; de herkomst van het ambt is niet geheel duidelijk, maar het ontwikkelde zich van een militaire naar een zeer invloedrijke functie van gegoede families. De Burggraaf bezat rechten op de Rijn, inde een deel van de belastingen en boetes. Ook benoemde hij het stadsbestuur van Leiden, de schout en de schepenen. Door zijn enorme invloed was de Burggraaf vaak niet populair en soms zeer gehaat.

Na 1420 verloor de Burggraaf veel privileges (o.a. het benoemingsrecht van het stadsbestuur) bij de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Wel bleef de titel van Burggraaf bestaan, evenals de zeggenschap over de krachteloze Burcht.

Tweede helft 17e eeuw veranderde de situatie rond de Burcht aanzienlijk. In 1651 verkocht de toenmalige Burggraaf Claude - Lamoral de Ligne wegens zware schulden de Burcht met de resterende rechten voor F70.000,- (toen een uiterst groot bedrag) aan de stad Leiden. Men besloot van de Burcht en omgeving een stadspark te maken, waarbij veel sloop en nieuwbouw plaatsvond, zowel aan de Burcht zelf als aan de bij het complex horende directe omgeving. Deze veranderingen zullen hieronder verder worden uitgewerkt.

Eind 17e eeuw kreeg de Burcht nog een nieuwe functie, namelijk een waterreservoir met een verbinding met de Visfontijn aan de Vismarkt, die daartoe speciaal in 1693 werd gebouwd. De aansluiting op de duinwaterleiding in 1878 maakte een eind aan het gebruik van dit pijpenstelsel, dat door een molen getrokken door een paard werd aangedreven. Er moest daarna echter een watertoren worden gebouwd; een plan uit 1878, om midden op het Burchtterrein deze watertoren te bouwen, ging na veel discussie gelukkig uiteindelijk niet door. Men nam de watertoren in Katwijk in gebruik en later in 1908 werd de watertoren aan de Hoge Rijndijk gebouwd.

In de 20e eeuw vonden op het Burchtterrein veel (archeologisch) onderzoek plaats. Eind 20e, begin 21e eeuw moesten enkele ingrijpende restauraties plaatsvinden wegens verzakkingen en ernstige scheurvorming in de ringmuur.

Veranderingen tussen 1650 en 1685

Zoals gesteld wilde de stad Leiden na aankoop van de Burcht in 1651, hier een stadspark van maken. Vele investeringen in het verwaarloosde gebied warennodig.
Op en om de Burcht zelf vonden de volgende veranderingen plaats:

• Al meer dan drie eeuwen was er een toegang in het westen van de Burchtmuur. Besloten werd een nieuwe toegang te maken aan de zuid-oostkant (op deze plek zit de toegang nu nog steeds). Dit poortje kwam gereed in 1652-1653, maar werd in 1685 vervangen door een grotere poort. Deze laatste werd versierd met vele wapenschilden; we komen daar later nog op terug.

• Er werd een opgang naar deze poort gemaakt of "gaelderij". Op deze trap kwam in 1652 een overkapping, gemaakt door stadstimmerman Cornelis Huibertsz van Duivenvlucht. Tegen het latwerk werd begroeiing aangebracht.

• Onderaan de trap verscheen een houten, rijkelijk versierde poort. In 1684 echter verkeerde de poort in slechte staat. Hij werd in 1685 vervangen door een fraai smeedijzeren hek met daarop wapenschilden van burgemeesters van Leiden. Ook deze zullen wij nader bekijken. De smeden Dirk van der Zwan en Hermanus Wacker verzorgden het ijzerwerk van deze onderpoort.

• Voor de onderpoort werden in 1652 twee laat-gotische zuiltjes geplaatst. Deze stonden aanvankelijk op een oude borstwering van de Visbrug. Toen deze laatste in 1652 werd gesloopt, werden de zuiltjes naar de Burcht verplaatst.

Behalve aan de Burcht zelf werd ook aandacht besteed aan de omliggende bebouwing. Ter verfraaiing en verbetering werden ook hier vele investeringen gedaan; wel liet deze verbeteringen op zich wachten door de eisen van één van de pachters. Maar uiteindelijk werden de volgende veranderingen gerealiseerd:

• Op een stuk grond, achter de huidige panden Nieuwe Rijn 15-21 was al voor de aankoop een strook in erfpacht gegeven door Maria de Melun, echtgenote van Claude Lamoral. Hier bevond zich brouwerij het Paard (nu Nieuwe Rijn 21/22) Een deel van de opstallen werd gesloopt, waarna er een herberg aan het binnenplein gebouwd werd; het staat op de plaats van het huidige café-restaurant de Burcht, waarbij de 17e eeuwse achtergevel vermoedelijk nog een restant van deze oorspronkelijke herberg is.

• In een hoek van de Burgsteeg en de Nieuwstraat stond een pand genaamd "de Burcht". Deze werd aangekocht en geheel verbouwd met behoud van een aantal oude onderdelen, waaronder de kelder.

• Het Heerenlogement, 1658. Met de bouw hiervan verdween een smalle doorgang tussen de Burgsteeg en het voorterrein van de Burcht.

• Er werd hier een fatsoenlijke toegangsweg aangelegd, met aan het begin, bij de Burgsteeg een fraaie toegangspoort, aanvankelijk voorzien van deuren, later van een hek. De poort bevat veel geveltekens, die elders besproken worden.

• Tenslotte werd er ook een paardenstal met wagenschuur gebouwd. Dit is het tegenwoordige Koetshuis de Burcht.

Geveltekens

Op en bij de gebouwen van het Burchtcomplex zijn vele geveltekens, zoals wapenschilden en gevelstenen te vinden. Er zijn helaas ook een aantal geveltekens verdwenen, zoals:

• Aan de Burgsteeg stond al voor 1382 een kapel, de Sint Hubertkapel, met een achteringang naar de Burcht, speciaal voor de Burggraaf. In de 18e eeuw moet er nog een herinnering aan die kapel zijn geweest in de vorm van een gevelsteen, maar enkele decennia later was ook deze verdwenen.

• In de herberg, die ooit op de plek van brouwerij het Paard stond, zat ooit een datumsteentje, “1656".

• Het houten poortje onder aan de trap van de burcht, de voorloper van de smeedijzeren poort had een Ionische pilasterstelling met een fronton en vleugelstukken. Een beeldsnijder zorgde voor de decoratie: de kapitelen, een wapenschild in het timpaan, drie distelpotten op het fronton en een schild vasthoudend leeuwtje.

• Op een steen, links van de benedenpoort stond een Latijnse tekst van Scriverius. Op de achterkant waren de Duytsche Vaerzen van Joachim Oudaan gebeiteld.

Kijken we naar de nog wel bestaande geveltekens bij de Burcht dan zien we het volgende.


GT_1884
Overzicht van alle geveltekens: op de voorgrond de twee zuiltjes, afkomstig van de Visbrug, daarachter de gietijzeren onderpoort, geheel achteraan de toegangspoort met de wapens van de burgemeesters/burggraven.

Er zijn dus geveltekens op drie plaatsen, namelijk...

• De zuiltjes afkomstig van de Visbrug. Zoals al gesteld stonden zij op een oude borstwering: het was een herinnering aan lang vervlogen dagen dat daar een gerechtsplaats was, de Witte steen ( de Blauwe steen was in de Breestraat en de Rode steen in de Haarlemmerstraat, in het Marendorp).


GT_1881
Eén van de zuiltjes, afkomstig van de Visbrug; Wapen met de Leidse sleutels vastgehouden door een ram.


GT_1882
Het andere zuiltje afkomstig van de Visbrug met dubbele adelaar met de Nederlandse leeuw.

• De gietijzeren onderpoort. Deze bevat de wapens van alle burgemeesters van Leiden van de jaren 1684 en 1685, de jaren dat deze poort gebouwd werd.

...
Wapen Leidse sleutels. te zien inrichting Heerenlogement
GT_1824 foto Kompier


GT_1894
Detailfoto gietijzeren onderpoort met het wapen van Leiden.


GT_1894
Overzichtsfoto gietijzeren onderpoort met de wapens van de burgemeesters van 1684 en 1685


Detailfoto’s geveltekens van de burgemeesters.
Op de gietijzeren onderpoort:



GT_1892
Gietijzeren onderpoort met Wapenschild van Mr. Daniel van Alphen Simonsz. Hij was burgemeester van 1681 tot 1711 en daarmee ook in beide jaren 1684 en 1685. Omdat hij ook burggraaf was, is zijn wapen twee maal aangebracht, zij het in totaal verschillende uitvoering, namelijk 1x in de boven ingangspoort en 1x op het beneden toegangshekwerk.


GT_1893
De gietijzeren onderpoort met wapenschild van Cornelis Wittens. Burgemeester in 1685.


GT_1895
De gietijzeren onderpoort met wapenschild van Johan van den Bergh, burgemeester in 1684.


GT_1896
Gietijzeren onderpoort met wapenschild van J. van der Marck burgemeester in 1684.


GT_1897
Gietijzeren onderpoort met wapenschild van Jacob van Sanen Willemsz .F, burgemeester in 1685.


GT_1898
Gietijzeren onderpoort met wapenschild van Jacob Vromans, burgemeester in 1685.


GT_1899
Gietijzeren onderpoort met wapenschild van Johan Goes van Absmade, burgemeester in 1684

• de toegangspoort tot de Burcht. Ook deze is rijk versierd met geveltekens. Het betreffen hier de wapens van de Leidse burgemeesters, die tevens burggraaf waren. Na verkoop van de burcht aan de stad Leiden, door Claude -Lamoral, bleef de titel Burggraaf namelijk gewoon bestaan. Pas in de Franse tijd verdwenen de Burggraven. De laatste Burggraaf was Diederik van Leyden, 1788 tot 1794 ( niet te verwarren met de Diederik van Leyden, die van 1763 tot 1764 burggraaf was). Van deze laatste burggraaf is geen wapen in de poort aanwezig. De zandsteen voor de omlijsting en de witte marmeren blokken voor de wapens werden geleverd door Willem Wijmot. Bij een restauratie van de Burcht in de jaren 60 werd de poort geheel gesloopt en dit deel opnieuw in tufsteen opgebouwd.

Op de stenen toegangspoort:


GT_1883
Toegangspoort burcht met wapensteen van Jan Pietersz van der Maersche, eerste burgemeester, die tevens burggraaf was van1651 tot 1664. Wapen gehouwen door steenhouwer Hermanus van Groen in 1685 toen van de Maersche reeds overleden was.


GT_1891
Toegangspoort burcht met wapensteen van Herman Janszoon Schuyl. Hij was burgemeester en burggraaf van 1664 tot 1681. Hij was al overleden, toen dit wapen door Hermanus van Groen in 1685 werd gehouwen.


GT_1887
Toegangspoort burcht met wapensteen van Daniel Simonsz van Alphen, burgemeester en burggraaf van 1681 tot 1711. Wapen gemaakt door in Leiden verder onbekende Haagse steenhouwer Andries van der Roest. Zie voor ander gevelteken van van Alphen: GT 1892.


GT_1890
Toegangspoort burcht met wapensteen van Pieter van Leyden Heer Van Vlaardingen (let op schrijfwijze), burgemeester en burggraaf van 1711-1736.


GT_1886
Toegangspoort burcht met wapensteen van Gerard Amelis van Hoogeveen, burgemeester en burggraaf van 1736 - 1746.


GT_1888
Toegangspoort burcht met wapensteen van Pieter Gys, burgemeester en burggraaf van 1746 tot 1759.

.
GT_1884
Steen boven toegangspoort Burchtingang. De gevelsteen links boven is het wapen van Nicolaas Danielsz. van de Velde, burgemeester/burggraaf van 1759-1763.


GT_1885
Toegangspoort burcht met wapensteen van Diederik van Leyden Hr. Van Vlaardingen, hij was burgemeester en burggraaf van 1763 tot 1764.


GT_1889
Toegangspoort burcht met wapensteen van Pieter .Cornelis . van Leyden Hr. Van Vlaardingen (let op schrijfwijze) , burgemeester en burggraaf van 1765-1788.

Opgesteld door de Werkgroep Geveltekens van de Historische Vereniging Oud Leiden. Zie ons Colofon . Veel van bovenstaande foto's zijn gemaakt door D. Kompier. Uw verbetervoorstellen graag richten aan de redacteur van dit verhaal Jan Hartstra.

kaart