Wie aan Leidse kermis denkt, denkt nu meestal gelijk aan het Leidens Ontzet op 3 Oktober. Maar de échte Leidse kermis werd in de 19de eeuw midden in de zomer gehouden, in de laatste volle week van juli. Voor alle kermisshows werden “aanplakbiljetten” ofwel affiches gemaakt en wij zijn zo gelukkig een aantal van deze affiches in onze collectie te hebben. Ook zijn er mooie oude foto’s van dit toch wel bijzondere fenomeen.
Van circusshows op het voormalige ruïne-terrein (Van der Werfpark) tot operettes en pikante lichtshows in de Leidsche Schouwburg; het was een theaterfestival, openbaar balseizoen (lees: sjans-seizoen) en jaarmarkt in één. Het is eigenlijk niet in één zin te beschrijven, hoe uitbundig de oeroude stedelijke kermis was in haar laatste ‘zwoele’ jaren 1854-1910. Ja, er waren ook draaimolens, spiegelpaleizen en wafelkraampjes en zelfs houten achtbanen, maar nog zoveel meer…
Diverse affiches voor de Leidse kermis, uit de collectie van Erfgoed Leiden.
Deftig in de lente
Kermis was - al sinds de middeleeuwen – eigenlijk een jaarmarkt, waarin rekeningen (zoals huishuur) werden betaald. Maar ook kocht en verkocht je er spullen die niet dagelijks te krijgen waren. Geleidelijk kwamen er de wafelkraampjes en het volksvermaak van kwakzalvers en goochelaars bij. Oorspronkelijk was er in Leiden kermis in de twee (of zelfs drie) weken rondom Hemelvaart en Pinksteren. Het was een gelegenheid om te zien en gezien te worden. Ooit voelden zelfs prinsen zich niet te min om zich te presenteren op de Haagse of Leidse kermis. Of ze gaven tijdens de kermisweken een bal, soms met groots vuurwerk tot besluit. Maar in de loop van de negentiende eeuw veranderde die waardering door de hogere standen.
Kermis op de Nieuwe Beestenmarkt circa 1885. Uitsnede uit stereofoto door Hendrik Jonker. De vrouw op de voorgrond draagt een jurk van het type "tweede tournure" dat rond 1885 in de mode was. Uit de collectie van Erfgoed Leiden, PV_PV37135.1.
Kermis in juli
Vanaf 1854 werd de Leidse kermis ingekort en verplaatst naar de laatste volle week van juli, midden in de zomer. Dit was een compromis. Sommige, vooral sociaal-christelijke burgers, wilden de kermis eigenlijk liever helemaal opheffen. In de zomer was er minder kans op “overlast” voor de “beschaafde stand”. Het openbaar bestuur, de scholen en universiteit waren dan namelijk ook gesloten. Verder waren de studenten weg, en veel gegoede gezinnen verlieten in de zomer de binnenstad. Dat leek eerst een oplossing waarmee iedereen kon leven… maar het leek wel alsof er nu twee keer zo hard gefeest werd!
Een rondje over de Kermis
Al weken van tevoren werd er met spanning uitgekeken naar het feest van het jaar. Zou de trein van Oscar Carré dit jaar weer naar Leiden komen en zou hij zijn beroemde paardencircus neerzetten op het Schuttersveld? Ging het je dit jaar wel lukken om een “meisje” te versieren? Winkeliers maakten ruim van te voren hun kermisetalages op en zette advertenties voor speciale “kermis-cadeaux”.
Kermis op de Beestenmarkt in juli 1903. Rechts de beignetkraam Grand Etablissement Hollandais et Parisien van P. Tegelaar et fils. Uit de collectie van Erfgoed Leiden, PV_PV37135.3 (uitsnede).
De Leidse kermis stond in de hele binnenstad, maar vooral in de hoofdstraten en pleinen tussen het treinstation en het ruïne-terrein (van der Werfpark) bij de Doezastraat. Er waren wafelkramen op de Apothekersdijk en draaiorgels op het Rapenburg. Vaste prik was het (betaalbare) paardencircusje van Blanus op de Beestenmarkt. De variété-theaters van Boas en Judels (met een piepjonge Louis Bouwmeester, de beroemdste toneelspeler uit de Nederlandse theatergeschiedenis), de Schouwburg van Lier en andere landelijke gezelschappen met eigen tenten stonden meestal op het ruïne-terrein. De koffiehuizen en hotels aan de Steenstraat en Haarlemmerstraat, de Stadsschouwburg en Stadsgehoorzaal waren het decor van muziek- en zangoptredens, cabaret, operette en variéte-theater.
Affiche van de Leidse Kermis, ca. 1887-1888. Reizende Schouwburg Van Lier, stond op de Leidse kermis in 1888 aan de Doezastraat, hoek Rapenburg. Openingsvoorstelling De Mikado. Bekend van het deuntje Three little maids from school. Uit de affichecollectie van Erfgoed Leiden, AF_GABS119.
Pikante shows
Juist omdat richting de avond de kermis niet geschikt was voor kinderen, waren er overdag speciale kindervoorstellingen en “kinderbals”. Maar ‘s avonds draaide het om versieren. De kranten stonden vol met contactadvertenties, zowel van mannen als van vrouwen. “Jongeheren” (en zelfs de getrouwde heren) hadden nu de kans om zogenaamd incognito uit de band springen.

''Vroolijke meisjes'' (lees: sekswerkers) gebruikten de Kermisweek van 1894 als visvijver. Contactadvertentie uit het Leidsch Dagblad, 23 juli 1894.
Anno 1897 kon je met je vrijer bijvoorbeeld naar de “blote” elektrische lichtshow van Les Méteors, die niet alleen hetero’s blosjes op de wangen bezorgde… Mits er geen vrouw in de stoel voor je het zicht blokkeerde. Want de damesmode dicteerde op dat moment flink grote, en met bloemen, dode vogels of veren versierde hoeden. De verslaggever deed er zijn beklag van.

De pikante voorstelling van Les Méteors in de Stadsgehoorzaal. Uit de affichecollectie van Erfgoed Leiden, AF_GABS106 (uitsnedes).
Kermisarchitectuur
De Leidse kermis was geen kermis zonder de vele zomerbals. Die werden gehouden in de hotels, theehuizen en café's met grote tuinen. Zoals bij Sociëteit Amicitia en Musis Sacrum. Of in de grand-cafés aan de Stationsweg: het aloude Zomerzorg, Café Zomerlust en Café Vondelhoven. Dit laatste café keek met zijn achtertuin uit op het Schuttersveld. Daar bouwde men in 1893 een spectaculaire tuinzaal in Moorse stijl, ontworpen door W.C. Mulder. Elke Midden-Oosterse imitatie-stijl betekende in 19de eeuwse West-Europese ogen een verwijzing naar alles wat in een salon of huiskamer niet getolereerd werd. Roken, mannenpraat, badderen, bloot, harem… Perfect voor op de kermis dus.
Gezicht op de nieuwe tuinzaal van Cafe (en schouwburglokaal) Vondelhoven, valt na oplevering van de bouw. In later tijden was deze zaal de achteruitgang aan de Rijnsburgersingel van filmtheater Luxor. Uit de collectie van Erfgoed Leiden, PV_GN006123.
Bedelvolk en onwaardig gespuis
Tijdens de Leidse kermis kwamen een heleboel “kermisreizigers” tijdelijk naar Leiden. Zij verdienden hun brood met de kermis. Van marskramers tot circusartiesten, van wafelbaksters tot orgeldraaiers. Hun woonwagens en paarden werden in de negentiende eeuw gestald op velden of braakliggende terreinen, in en naast de stad. Daarvoor was tot het einde van de 19de eeuw genoeg plek. Op de veemarkten tussen Molen de Valk en de Beestenmarkt bijvoorbeeld, of op de exercitievelden van het leger zoals het Schuttersveld en kruitramp-vlakte genaamd “Ruïne” aan de Steenschuur. Maar ook op braakliggende terreinen bij de afgebroken Hogewoerdspoort, zoals de latere Plantage en de terreinen bij het Utrechtse Jaagpad.
Kermisreizigers aan het Utrechtse Jaagpad, ca. 1890. De woonwagens staan ter hoogte van Bakkerijwarenfabriek Backer & Co., achter de tramremise. Uit de collectie van Erfgoed Leiden, PV_GN006023.
Maar toen de stad steeds meer werd “aangeharkt” met nieuwbouw en wandelparken, verdwenen een aantal van deze velden, en moesten de woonwagens tegen het einde van de eeuw uitwijken naar andere staanplaatsen. Zoals aan de Tweede Binnenvestgracht, pal voor de voordeuren van huiseigenaren. Die wonden zich op over de afwijkende gebruiken van de “zigeuners”. Sowieso was de gemeenteraad niet tevreden over het “bedelvolk en onwaardig gespuis” dat de kermis aandeed.
Einde van de Leidse kermis
Na de kermis van 1910 maakte een aangenomen voorstel van het christelijke gemeenteraadslid P.E. Briët een einde aan het 'verderfelijke en onzedelijke festijn’. Er was per 20 oktober 1910 officieel geen Leidse kermis meer. Maar de 3 Oktober-optocht bleef wel bestaan, en die had natuurlijk ook draaimolens (en beruchte avondfeesten op het Schuttersveld)...
Acrobaten op de Lammermarkt in 1910. Mogelijk is deze foto genomen tijdens de 3 oktober kermis. Het licht oogt winterachtig en de mensen op achtergrond hebben dikke jassen aan. Uit de collectie van Erfgoed Leiden, PV_GN20160008.
Vondst van de Week
Vondst van de week (#VVDW) is een rubriek van de erfgoedexperts van Erfgoed Leiden en Omstreken. Zij doen daarin verslag van opmerkelijke vondsten en ervaringen. Via deze website, Twitter, Instagram en Facebook houden ze je op de hoogte.
Inger Groeneveld
25 juli 2024