Blauw was historisch gezien geen gangbare kleur voor buitenschilderwerk in Leiden vanwege kwetsbare of kostbare pigmenten. Daarom heeft de Leidse kleurenkaart (selectie van de meest voorkomende historische kleuren in Leiden) ook geen blauwtinten. Hoewel onderzoekers voorheen alleen blauwe verfresten van na 1920 aantroffen, zijn recent op twee panden uit circa 1900 oorspronkelijk blauwe verflagen ontdekt. Dit maakt ze de oudste bekende voorbeelden van blauw buitenschilderwerk in de stad.
De meest recente kleurhistorische ontdekking1 vond plaats bij de voormalige dekenfabriek “De Blauwe Klok”, ontworpen in 1895 door de Leidse architect W.C. Mulder, aan de Oude Singel 174–176. Eerder is ook blauw aangetroffen op het pand Turfmarkt 2 uit 1903, ontworpen door het architectenbureau van H.J. Jesse.2 De vondsten roepen de vraag op: moeten we blauw toch als Leidse historische kleur beschouwen?
Verfdoorsnede van de daklijst van de voormalige wollendekenfabriek 'De Blauwe Klok' aan de Oude Singel 174-176 in Leiden. Microscopische foto door Julia van Velzen, 2025.

Kleurtrap van het raamhout van Turfmarkt 2 in Leiden. Foto: Julia van Velzen namens Aafje Wardenaar, 2025.
Blauwe ontdekkingen in Leiden
Voor het kleuronderzoek op de gevel van de voormalige dekenfabriek De Blauwe Klok aan de Oude Singel wisten we dat oorspronkelijk al het houtwerk heel donker was geschilderd. Dit kun je zien op een historische foto’s uit 1895. 
Wollendekenfabriek De Blauwe Klok, 1895-1900. Uit de collectie van Erfgoed Leiden (PV_GN005453), uitsnede.
We verwachtten groene of bruine tinten bij de rode baksteen, maar het bleek heel donkerblauw. Ook de tweede historische afwerklaag was blauw, maar wat lichter van kleur. Toen werd dit afgewisseld met zandsteenkleurige kozijnen. Dit is de kleurstelling die op dit moment wordt teruggebracht. De keuze voor blauw hing mogelijk samen met de fabrieksnaam, al was dat geen garantie: het winkelpand Het Blauwe Huis aan de Haarlemmerstraat had bijvoorbeeld geen blauw schilderwerk.
De zeldzaamheid van blauw pigment
Dat blauw eeuwenlang niet voorkwam bij gewoon buitenschilderwerk had praktische redenen: echt blauwe pigmenten waren in het verleden ongeschikt (door ongewenste chemische reacties, niet dekkend genoeg) of te kostbaar. Natuurlijk indigo, smalt (gemalen kobaltblauw glas) en lakmoes waren niet kleurecht. Dat betekent dat deze pigmenten snel verkleurden, hun kleur verloren of verbleekten. Het prachtige en kleurechte natuurlijke ultramarijn, gemaakt van lapis lazuli, was duurder dan goud. Ook het pas rond 1805 uitgevonden kobaltblauw bleef tot in de 20ste eeuw te duur voor normaal huisschilderwerk. Blauwe verf werd wel gebruikt voor speciale gevelornamenten, zoals gevelstenen en wapenschilden waarin heraldisch blauw voorkwam. Maar later ook voor molenbaarden (sierborden met daarop de naam van de molen).
Dit was vermoedelijk ook het geval bij de klokjes in de 17de eeuwse brouwerijpoort die was ingebouwd in de 19de eeuwse wollendekenfabriek. Hierop werd alleen verfwerk vanaf circa 1895 aangetroffen, maar mogelijk was de klok al eerder blauw, aangezien de oude brouwerij De Klok rond 1700-1720 was omgebouwd tot een ververij genaamd "De Blauwe Klok".

Entree van de voormalige wollendekenfabriek 'De Blauwe Klok' met gevelsteen en blauwe klokjes. Oude Singel 174-176. Het gebouw is nu een appartementencomplex. 16 mei 2025. Foto: Erfgoed Leiden en Omstreken.
De opkomst van Pruisisch blauw
Huisschilders mengden hun verf vroeger zelf. Rond circa 1704 werd er een nieuw blauw pigment uitgevonden: Pruisisch blauw. In Holland kwam dat pigment rond 1720 bij schilders in gebruik. Het was populair vanwege de betaalbaarheid en diepe kleur. Een groot nadeel was helaas dat het in zonlicht "nadonkerde". Ook kon het niet tegen kalk, want dan verkleurde het blauw direct naar zwart of bruin. Toch was het in olieverf zeer goed te mengen met andere pigmenten, wat nodig is om de verf goed dekkend te krijgen. Het werd veel gemengd met gele oker, waardoor nieuwe, mooiere groentinten mogelijk werden.

Het postkantoor in de Breestraat had in de late 18de eeuw een groene voordeur: mogelijk een soort Spaans groen. Aan de blauwe kleding van de passanten kun je goed het verschil zien. Uitsnede van tekening door Jacob Timmermans 1788, uit de collectie van Erfgoed Leiden (PV_PV12001).
In de 18de eeuw werden deze groentinten veel toegepast op voordeuren en luiken.3 Pruisisch blauw veroorzaakte door zijn eigenschap per ongeluk het steeds donkerder worden van groene voordeuren, bij elke schilderbeurt “in de bestaande kleur”.
Blauw in interieurs en volkscultuur
In de rijkste woonhuisinterieurs waren blauwtinten op basis van het nieuwe Pruisisch blauw rond 1720-1730 heel modieus. Deze blauwe interieurmode werd ook door winkeliers, herbergiers en uiteindelijk boeren opgepikt. Daarom wilde de elite er vanaf ongeveer 1740 niet meer mee geassocieerd worden!4 Zo ontstond uiteindelijk een plattelandsassociatie, later versterkt door het geloof dat blauw vliegen zou weren. In boerderijen werd daarom blauwsel gebruikt: een blauwe kalkverf, aanvankelijk gekleurd met lakmoes, en na circa 1830 met het nieuwe synthetisch ultramarijn. Dit pigment werd vermoedelijk rond 1905 ook toegepast op de pleistergevel van arbeidershuisjes aan het Conscientieplein en in de sgrafittogevel van Breestraat 65, een voormalige slagerij.

Het Conscientieplein gezien van de Boisotkade. Aquarel door J.E. Kikkert (1843-1925), leerling van G.J. Bos. 22 augustus 1915. Uit de collectie van Erfgoed Leiden (PV_PV3931.5), uitsnede.
Melkblauw en de link met hygiëne
Blauwsel was vooral in trek op melkboerderijen, waar hygiëne cruciaal was.5 Melkgerei werd blauw geschilderd en melkvee werd ermee gemerkt. Zelfs melk werd wel eens blauw gekleurd. Deze associatie met melk en zuiverheid verklaart waarschijnlijk daarom ook de blauwe ramen van melksalon ’t Roomhuis aan de Turfmarkt (1903). Het gaf het gevoel dat hier verse melk rechtstreeks van het land werd verkocht.

Advertentie voor 'best melkbauw' in de Delftse Courant van 4 februari, 1894.
Architecturale kleurharmonieën rond 1900
Het oorspronkelijke blauw in de gevel van ’t Roomhuis valt echt op zijn plek in het gevelontwerp van de architect H.J. Jesse. In deze periode ontstond meer aandacht voor kleurharmonie als onderdeel van het ontwerp. Bij Turfmarkt 2 sloten de roomgele verblendsteen (bakstenen die aan de buitenzijde van een muur worden toegepast voor esthetische doeleinden), het grasgroene glas en het gele oker van de kozijnen harmonieus aan op het middenblauw van de ramen. De schuine gele randjes rond het glas gaven het geheel een modieuze uitstraling. Opvallend is dat alle blauwe kleurvondsten op vooroorlogse gevels – op de Blauwe Klok na – allemaal gevels van gele of zandkleurige baksteen hebben, wat suggereert dat kleurkeuze bewust werd afgestemd op materiaal en ontwerp.

Turfmarkt 2 in Leiden (midden), naar ontwerp van de architect H.J. Jesse. Foto: Erfgoed Leiden, 2025.
Nieuwe kleurtrends in Leiden
Rond 1900 experimenteerde men in Leiden met kleurcontrasten en combinaties. Een populaire nieuwe trend was hier de contrastrijke combinatie van oranjerode gladde baksteen met groene kozijnen, vaak met houtkleurige ramen en groene glasruitjes. Het vernieuwende zat ook in de groene kleur van het kozijnwerk, omdat normaal de kozijnen bijna altijd oker- of zandsteenkleurig waren. Dit groen kon variëren van licht mint- en olijfgroen tot het warmdonkere "Papengroen". De geglazuurde bakstenen in de gevel stond daarbij vaak in verband met de kleur van het schilderwerk. Ook W.C. Mulder, architect van De Blauwe Klok, werkte toen inmiddels in deze stijl. Dat is nog steeds zichtbaar in bijvoorbeeld het Volkshuis aan de Apothekersdijk en Haarlemmerstraat. Blauw schilderwerk was dus rond 1900 nog echt niet gebruikelijk in de Leidse stadsbeeld, maar markeerde wel een beginpunt van een kleurrijkere benadering in de 20e-eeuwse architectuur.
Ontdek de oorspronkelijke kleuren van uw woning
Er zijn nog veel Leidse panden van rond 1900 waarvan de historische kleuren onontdekt zijn. Ben je ook benieuwd of jouw huis in aanmerking komt voor gesubsidieerd herstel van de oorspronkelijke kleuren van het schilderwerk? Ook als je buiten het centrum woont aan een historische uitvalsweg (of belangrijke waterweg) kom je misschien in aanmerking.
Vondst van de Week
Vondst van de week (#VVDW) is een rubriek van de erfgoedexperts van Erfgoed Leiden en Omstreken. Zij doen daarin verslag van opmerkelijke vondsten en ervaringen. Via deze website, Instagram en Facebook houden ze je op de hoogte.
Inger Groeneveld, met dank aan dr. Ir. Mariël Polman, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Julia van Velzen, 16 mei 2025.
Voetnoten
- Julia van Velzen Restauratie en Onderzoek, Kleurhistorische verkenning Oude Singel 174-176 te Leiden, Valkenburg Z-H, 2024.
- Julia van Velzen Restauratie en Onderzoek, Kleurhistorische verkenning Turfmarkt 2 te Leiden, Valkenburg Z-H, 2023.
- Zie voor een bespreking van 18de- en 19de- eeuwse groentinten; Olga van der Klooster, Van Leidse schilders mette groote quast. Historische buitenkleuren in de Sleutelstad (Primavera Pers) Leiden 2011, p 58-61.
- Lambertus Simis, Grondig Onderwys in de Schilder- en Verw-kunst [...] deel II, Amsterdam 1835. Dit boek is te lezen in de bibliotheek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
- E. Koldeweij, Karin Gaillard e.a. [reds.], Binnen bij boeren. Wonen en werken in historische boerderijen, Zwolle (Waanders) 2003, p 69, 73 en 163.