Erfgoed Leiden en omstreken

Info

#VVDW: Mysterieuze gaten in de zijgevel van Rapenburg 12

Heb je de serie donkere gaten in de zijgevel van Rapenburg 12 wel eens gezien en vraag je jezelf ook wel eens af wat dit zijn? Bouwhistorisch onderzoek leverde een zeer waarschijnlijke verklaring op. Mogelijk horen ze bij een midden 18de eeuws, toen heel modern, verwarmingssysteem.

De bakstenen gevel met drie pilasters (iets uitstekende verticale delen) komt uit het jaar 1747, in opdracht van de toenmalige eigenaar Petrus Cunaeus (1706-1763). Het gebouw zelf is ouder: twee oudere panden werden in 1638 samengetrokken tot Rapenburg 12.


Rapenburg 12. Foto: Edwin Orsel, Erfgoed Leiden en Omstreken, 2008.

Petrus Cunaeus en de Veertigraad
Cunaeus was een invloedrijk burger: hij was van 1745 tot 1748 schepen en na 1753 tot drie keer toe burgemeester. Ook was hij lid van de Veertigraad. Dat was een machtig gezelschap, bestaande uit de veertig rijkste burgers van Leiden. Het mocht burgemeesters en schepenen voor de stad voordragen, kennelijk ook uit eigen kring. Het lidmaatschap van de veertigraad was voor het leven.

Onderdeel van schoorsteenkanaal?
De twee series van vijf gaten bevinden zich in de middelste pilaster, ter hoogte van de eerste en tweede verdieping. Twee gaten uit de onderste serie zijn bij herstel weggewerkt. Bouwhistorisch onderzoek wees uit dat deze gaten van oorsprong zijn mee gemetseld met het oorspronkelijke muurwerk uit 1747. De gaten lopen schuin omhoog de muur in en zijn taps vormgegeven. Het lijken een soort sleuven of kanalen te zijn, mogelijk als onderdeel van een schoorsteenkanaal. Aan de binnenzijde van de pilaster is namelijk een schoorsteenkanaal aanwezig, waarvan het bovenste deel als schoorsteen rechtstandig uit de goot omhoog rees. Deze schoorsteen is in de 20ste eeuw verwijderd.


De gaten in de zijgevel van Rapenburg 12. Foto: Edwin Orsel, Erfgoed Leiden en Omstreken, 2008.

Verschillende mogelijkheden
Gaten als die in de zijgevel van Rapenburg 12 zijn bijzonder. Zoiets zagen we nog niet eerder bij bouwhistorisch onderzoek in Leiden. Ze maakten onze bouwhistorici nieuwsgierig en waren reden voor verder onderzoek. Want wat is het verband tussen de schoorstenen en de gaten precies? Als verklaring passeerde een aantal mogelijkheden de revue, zoals ventilatie, luchtverwarming en reiniging van het schoorsteenkanaal.

Franklin-kaggels
Literatuurstudie hielp ons verder bij het ontrafelen van het mysterie. In de boeken Bouwen in Amsterdam van H.J. Zantkuijl en Verwarmen en verlichten in de 19de eeuw van M. Stokroos wordt de Franklinkachel genoemd. Deze had aanvoer van verse lucht nodig.1 Uit bronnenonderzoek weten we dat deze kachel ook in Leiden voorkwam. Sinds het begin van de 19de eeuw maakte ook het Gemeenlandhuis van Rijnland gebruik van Franklin-kaggels en calorifières (een soort boilers)2. De Franklinkachel is een uitvinding van de Amerikaan Benjamin Franklin (1706-1790), inderdaad een van de founding fathers van de Verenigde Staten. Zo schreef hij mee aan de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de grondwet. Franklin was daarnaast uitvinder van onder andere de bliksemafleider en de bifocale bril. Op zijn conto staat ook een efficiënte ijzeren kachel, met de naam Pennsylvania fireplace.

Voordelen van de Pennsylvania fireplace
In een publicatie uit 1745 vergelijkt Franklin eerst de bestaande verwarmingssystemen, zoals de open haard en ijzeren kachels, en laat hij hun voor- en nadelen zien. Daarna presenteert hij de voordelen van zijn Pennsylvania fireplace. Deze kachel verwarmt de kamer gelijkmatig, waardoor (grote) families niet meer dicht op elkaar rond de haard hoeven te zitten. Hij voorkomt ook tocht, wat volgens Franklin verkoudheid en klachten zoals hoesten, tandpijn, koorts en pleuritis helpt voorkomen.

Daarnaast zorgt de kachel voor een constante aanvoer van frisse lucht en houdt hij de temperatuur stabiel. Daardoor is hij ook geschikt voor verpleegruimtes. In tegenstelling tot andere systemen gaat er nauwelijks warmte verloren via de schoorsteen; de kachel geeft die juist af aan de kamer en gebruikt daardoor minder hout.

Ook branden kaarsen rustiger en blijft de lucht schoon, wat beter is voor de ogen en het meubilair. Het ontwerp verkleint de kans op problemen in het rookkanaal en maakt het vuur, als dat nodig is, eenvoudig te doven. Je kunt de kachel makkelijk aansteken en hij houdt een kamer de hele nacht warm. Tot slot benadrukt Franklin dat de kachel veilig is en het risico op brand vrijwel wegneemt.3

Lucht van buiten de ruimte
In zijn tekst geeft Franklin ook duidelijke richtlijnen voor de montage en voor de metselaar van het rookkanaal. Hij beschrijft nauwkeurig hoe de aanvoerkanalen voor verse lucht moeten worden aangelegd en benadrukt dat deze lucht van buiten de te verwarmen ruimte moet komen. Volgens hem kan die lucht bijvoorbeeld worden aangevoerd via het trappenhuis, vanonder de vloer of door een opening in de bouwmuur. Deze laatste oplossing lijkt te zijn toegepast bij Rapenburg 12, waar waarschijnlijk per haard vijf kanalen voor de aanvoer van verse buitenlucht zijn aangelegd.



Tekening van de Pennsylvania fireplace in de brochure van Franklin uit 1745. Onder de kachel is het aanvoerkanaal voor verse lucht zichtbaar, aangeduid met de letters I, H en G.

Snelle verspreiding van het ontwerp
Hoe kon deze Amerikaanse uitvinding uit 1745 al in 1747 door Cunaeus in zijn huis worden toegepast? Franklin zelf schrijft in zijn brochure An account of the new invented Pennsylvanian Fire-places dat hij zijn fireplace al in 1742 had bedacht en toegepast zag in het huis van zijn vriend Robert Grace. De constructie beviel zo goed dat hij er een artikel over publiceerde, dat – ondanks soms foutieve jaaraanduidingen, zoals hij zelf opmerkt – zowel in de Verenigde Staten als in Europa breed werd verspreid. Daarmee kwam de vinding al snel binnen bereik van plaatsen als Leiden.

Londen
Franklin zag af van een patent, omdat hij vond dat zo’n nuttige uitvinding vrij beschikbaar moest zijn. In Londen werd het ontwerp echter al snel opgepikt door een ijzerhandelaar, die een kleine aanpassing deed en het alsnog patenteerde, wat hem veel geld opleverde. Het is niet duidelijk of Cunaeus, of de bouwer van de zijgevel, via Londen of via andere kanalen met de uitvinding in aanraking kwam. Zijn maatschappelijke positie maakte het in ieder geval mogelijk om deze technische vernieuwing in zijn huis toe te passen.

Voetnoten

  1. M. Stokroos, Verwarmen en verlichten in de 19de eeuw, Zutphen 2001; H.J. Zantkuijl, “De warmte beschouwd”, in: Bouwen in Amsterdam, 10de jaargang, aflevering 38, Amsterdam 1982.
  2. G. 't Hart, Rijnland's huis 1578-1979, z.pl. 1979, p. 85.
  3. B. Franklin, An account of the new invented Pennsylvanian Fire-places, Philadelphia 1745.

Vondst van de Week
Vondst van de week (#VVDW) is een rubriek van de erfgoedexperts van Erfgoed Leiden en Omstreken. Hierin delen zij opvallende vondsten en ervaringen. Via deze website, Instagram en Facebook houden ze je op de hoogte.

Edwin Orsel, met dank aan Piet de Baar voor zijn uitgebreide medewerking, verwijzingen en stimulerende discussie.
27 maart 2026

kaart