Een onderbelichte geschiedenis
Sjoerd en Emma werkten met originele bronnen uit meer dan dertig verschillende archieven, variërend van stadsarchieven tot documenten van kerken, notarissen, verenigingen, families, kleine bedrijven en zelfs de 3 October Vereeniging. Welke archiefstukken konden hun iets vertellen over het koloniale netwerk van de stad? En waarom bleven deze verbanden zo lang onderbelicht?
"Iedere dag vonden we iets nieuws," zegt Sjoerd. "Het archief was een schatkist. Zoveel materiaal, zoveel verhalen – maar we moesten keuzes maken, simpelweg omdat er te weinig tijd was."

Een namenlijst van de Leidse WIC-bewindhebbers. Erfgoed Leiden en Omstreken, Stadsarchief van Leiden 1574-1816 (0501A), inv.nr: 6707, ‘Naamlijsten van Leidse bewindhebbers van de Amsterdamse kamer van de WIC sedert 1621’.
Leidse bewindhebbers in de VOC en WIC
Archiefstukken tonen aan dat Leidse bestuurders bewindhebbers binnen de VOC en WIC konden aanstellen. Beide compagnieën verdienden met kolonialisme, uitbuiting en slavenhandel. Leidse vertegenwoordigers namen actief deel aan vergaderingen, bepaalden beleid en verdedigden Leidse belangen in het koloniale systeem. In de negentiende eeuw bleven zij betrokken bij koloniale organisaties, zoals de Nederlandse Handelsmaatschappij (NHM).
“De rol van Leiden in het koloniale systeem was geen bijzaak – stadsbestuurders namen actief deel aan het beleid van de VOC en WIC.”
Koloniale invloeden: wetenschappelijke collecties en mensen van kleur
Sommige ontdekkingen maakten duidelijk hoe de koloniale wereld zelf aanwezig was in Leiden. Sjoerd en Emma vonden catalogi die lieten zien hoe objecten, dieren en menselijke resten uit koloniale gebieden, zoals Nederlands-Brazilië, Noord-Amerika en Azië, naar de stad werden verscheept. Deze ‘collecties’ dienden voor wetenschappelijk onderzoek en publieke pronkstukken, bijvoorbeeld in het anatomisch theater. Ook stuitten ze op archiefstukken die de aanwezigheid van mensen van kleur in Leiden aantonen. Ze vonden voorbeelden van kinderen van de koloniale elite uit Batavia, Suriname en Ceylon die aan de universiteit studeerden en soms tot slaaf gemaakte bedienden meenamen. Sommige integreerden zich in de Leidse samenleving, maar veel van hun levens in de stad zijn nog onbekend.

Handtekening van Susanna van Cormantin, een tot slaaf gemaakte vrouw uit West-Afrika die eerst in Suriname en later in Leiden voor de familie Couderc werkte. Het is tot nu toe het oudste bekende krabbeltje dat door een persoon van kleur is gezet in Leiden, ELO, Oud Notarieel Archief (0506), inv.nr. 2301, ‘Minuutakten van notaris Johannes [Johannesz.] Thijssen, 1768’, akte 187.
In het archief van de Leidse Weeskamer vond Sjoerd een lijst met namen van tot slaaf gemaakte mensen in Batavia, inclusief verkoopprijzen en koperinformatie. De lijst werd naar Leiden gestuurd omdat de erfgenamen – studenten aan de universiteit – hun erfenis via de stad ontvingen.
"Lange tijd bleef onbelicht dat er in de zeventiende en achttiende eeuw al mensen van kleur in de stad leefden."

Verkooplijst van slaafgemaakten Coridon van Timor, Candassa van Macasser en Lea van Batavia. Erfgoed Leiden en Omstreken, Archief van de Weeskamer (0518), inv. nr: 18018, 'Elisabeth Theding, weduwe van Hendrik Cras: Boelhuiscedel, 19 juni 1724'.
Leidse lakens en de koloniale welvaart
Leiden was bekend om zijn textielindustrie, waarvan de lakens niet alleen voor Europa, maar ook voor de trans-Atlantische slavenhandel werden gebruikt. De WIC en de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) verkochten deze stoffen in West-Afrika, waarbij de WIC zelfs tekeningen van officiële lakenloodjes verspreidde om vervalsingen te voorkomen. Veel Leidenaren zien hun voorouders als arme lakenarbeiders, maar uit onderzoek blijkt dat ook zij, direct of indirect, deel uitmaakten van het koloniale systeem. Sommigen vertrokken naar de koloniën, terwijl armenzorg in Leiden deels werd gefinancierd met koloniale opbrengsten.
Onderbelichte geschiedenis
Het koloniale en slavernijverleden van Leiden is onderbelicht, ondanks dat het relatief gemakkelijk te vinden is in de archieven. Dat komt deels doordat historici lange tijd weinig aandacht schonken aan de geschiedenis van Suriname en de WIC, die als minder interessant werd gezien in vergelijking met de zogenaamd heroïsche verhalen over de VOC. Daarbij werd vaak voorbijgegaan aan de gewelddadige en onderdrukkende aspecten van diezelfde VOC-geschiedenis. Bovendien wordt het koloniale verleden van kleinere steden als Leiden zelden in verband gebracht met de rijkdom die slavernij opleverde, in tegenstelling tot grotere havensteden zoals Amsterdam.
"Het beeld dat alleen rijke Amsterdamse regenten profiteerden van het koloniale systeem klopt niet," stellen de onderzoekers. "Ook in Leiden vloeide koloniaal geld door de samenleving."
Koloniale verbindingen en erfenissen
Ook in de negentiende en twintigste eeuw speelden de koloniën op verschillende manieren een rol in het dagelijks leven van Leidenaren. Een voorbeeld hiervan is dat in de periode 1839-1905 honderden Leidse textielarbeiders geld bijverdienen door uniformen en kledingstukken te naaien voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), dat de koloniale belangen in Amerika, Afrika en Azië verdedigde.

Praalwagen met bananen als thema. Op de wagen zitten Leidenaren die geschminkt zijn als personen uit Suriname. Foto is afkomstig uit het jaarboek van 1931 van de 3 October Vereeniging, Erfgoed Leiden en Omstreken.
In de beeldbank van Erfgoed Leiden vond Emma een foto (hierboven) van de 3 October-optocht van 1931. De optocht van dat jaar stond in het teken van de Nederlandse koloniën in “Oost en West”. Veertien praalwagens, van bijvoorbeeld de oprichting van de VOC en thee- en bananenplantages, moesten toeschouwers kennis laten maken met de koloniale wereld. De organisatie schakelde de hulp in van prominente figuren in de koloniale wereld om de ‘authenticiteit’ te verhogen. Destijds werd de optocht ook al bekritiseerd; vooral vanuit anti-koloniale nationalistische hoek. In de optocht liepen namelijk Indonesiers mee, en waarschijnlijk niet geheel vrijwillig. Dat deed afbreuk aan de erkenning van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.
Conclusie
Het vooronderzoek van Sjoerd en Emma laat zien hoe belangrijk het is om opnieuw naar het bronmateriaal te kijken en nieuwe vragen te stellen. Het toont aan dat alle lagen van de Leidse bevolking ruim vier eeuwen profiteerden van het koloniale systeem – van de elite uit de handelscompagnieën tot arme textielarbeiders die KNIL-uniformen maakten. Om dit belangrijke onderdeel van de Leidse geschiedenis verder in te kunnen kleuren is vervolgonderzoek nodig.
Vervolgonderzoek
Het huidige Leidse stadsbestuur vindt de onderzoeksresultaten confronterend.1 Hoewel het huidige onderzoek slechts een voorstudie is, geven de onderzoekers drie belangrijke aanbevelingen voor vervolgonderzoek:
- Meer context: Het leggen van verbanden tussen koloniale connecties en de ontwikkeling van de stad.
- Onderzoek naar mensen van kleur: Hoe zij leefden, werkten en onderdeel werden van de Leidse samenleving.
- Doorwerking vandaag de dag: Zowel materiële als immateriële sporen van het koloniale verleden zijn nog altijd aanwezig in Leiden, van gebouwen tot denkbeelden.
Op donderdag 3 april overhandigden Sjoerd en Emma het vuistdikke rapport aan de burgemeester Pieter Heijkoop. Binnen enkele weken komt het Leidse college van burgemeester en wethouders met concrete vervolgstappen.
Het vooronderzoek lezen?
Voetnoten
- Universiteit Leiden, 'Historisch onderzoek laat zien hoe Leidse universiteit en stadsbestuur profiteerden van kolonialisme', 3 april 2025, https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2025/04/historisch-onderzoek-laat-zien-hoe-leidse-universiteit-en-stadsbestuur-profiteerden-van-kolonialisme.