Erfgoed Leiden en omstreken

Info

#VVDW: Inventaris van Plantage Maasstroom

In een vooronderzoek naar kolonialisme en slavernij in Leiden duiken veel bronnen op uit de archieven van Erfgoed Leiden en Omstreken. Zoals lijsten met (voormalig) tot slaafgemaakten die in Leidse kerken zijn gedoopt. Onder hen een ‘Americaansche Moor’, die op 13 april 1760 in de Lutherse Kerk de naam Christiaan kreeg. Verder onderzoek levert meer namen van tot slaafgemaakten op, zoals in de inventaris van Plantage Maasstroom in Suriname.

De eigenaar van Christiaan was (Mattheus) Sigismundus Pallak, oud-Raad van Politie, Criminele en Civiele Justitie van Suriname. Pallak was zelf niet bij de doop aanwezig maar wordt in het archief wel vermeld. Hij was eigenaar van diverse plantages aan de Coropinakreek, waaronder La Prosperité. Daarnaast legde hij Plantage Maasstroom aan de Commewijne aan. In 1763 komt de helft van de plantages La Prosperité en Maasstroom, met uitzondering van de twee ‘mulatse kindertjes’ Hendrik en Hendrietta, in handen van Elisabeth Meyners- Hamilton, weduwe van de in Rotterdam geboren Johan Gerard François Meyners.


Detail van Suriname met Plantage Maasstroom. Universiteit van Amsterdam, Amsterdam, UBM: Kaartenzl: 101.12.15 D ( Kaart ), Surinamica.

Testament op de Hoge Rijndijk
Vier jaar later, in 1767, stelde Pallak zijn testament op. Hij verbleef toen in Leiderdorp, op zijn buitenplaats Lust tot Rust aan de Hoge Rijndijk. De tot slaafgemaakte Christiaan wordt niet in het testament genoemd. Wel laat Pallak aan zijn neef, Johan Bernard Sigismund de Ranitz, de tot slaaf gemaakten Hendrik en Hendrietta na. Tenzij zij vrijgemaakt zijn wanneer Pallak overlijdt, vertelt het testament. Zij bevinden zich namelijk nog steeds op Plantage Maasstroom.


Detail uit het testament van Pallak, Oud Notarieel Archief (0506) invnr. 2300, nr. 80:
“Al verders legateert hij Heer Comparant aan zijn Neef den WelEd. Heer Johan Bernard Sigismund de Ranitz, den eigendom van de twee Mulatte kinderen, genaamt Hendrik en Hendrietta, zijnde op de Plantagie Maastroom in Surinaame, voor zo verre dezelve niet bereids uit haare slavernije, op zijn Heer Comparants overlijden gemanumiteert mogte zijn.”

Daarnaast verleende hij zijn ‘neeger officier’ Quamina bij zijn overlijden de vrijheid. Wel onder voorwaarde dat hij zijn leven lang bleef werken op Maasstroom. Hiervoor kreeg Quamina een jaarlijkse vergoeding van 50 gulden, een kamizool, broek, hoed, vier hemden, 30 pond tabak en zes gros pijpen.

De inventaris van Plantage Maasstroom
Tussen 1767 en 1786 is Elisabeth Meyners-Hamilton volledig eigenaar van Plantage Maasstroom. Een inventaris uit die tijd biedt een gedetailleerd beeld van de plantage; je kunt er bijna een ruimtelijke reconstructie van maken. De lijst begint met de landerijen. We zien akkers met voornamelijk katoen, koffie- en bananenbomen. Maar ook aantallen bomen en in welke staat deze zijn. Dan volgen de gebouwen, uitgebreid beschreven, inclusief de huisraad en inboedel. Pas helemaal aan het einde, zelfs na de dieren, worden de mensen genoemd. Negenenvijftig mannen, negenenzestig vrouwen, zevenenveertig jongens en tweeënveertig meisjes. Opvallend zijn hun namen: van Floris, Cornelia en Grietje tot Amour, Geluk en Januari. Maar confronterender zijn de opmerkingen achter hun namen: ‘oud, van geen dienst’, ‘swak’, ‘van wijnig dienst’, ‘ongezond’, ‘met de jass’ (huidziekte). Net als de koffiebomen worden ze op nut en bruikbaarheid beoordeeld.

Waar zijn Hendrik en Hendrietta?
Tussen de mannen en jongens staat geen Hendrik. Wel staat er een Hendrietta in de lijst, maar dat is waarschijnlijk een andere dan degene die bijna 20 jaar eerder werd genoemd. Of Hendrik en Henrietta zijn vrijgemaakt of alsnog aan neef De Ranitz zijn nagelaten, wordt niet duidelijk.


Detail uit de inventaris van plantage Maasstroom. Archief familie Van der Does (0075) invnr. 60.
Volgen de Slaaven. Mans. Cadet, officier; Floris, dito; Volle, loodofficier; Spadillie, oud; Claus, met ongeneeslijke seeren van geen dienst; Samul; Cicero; Primo; Mabiere, simpel; Charmoes (Spadillie t/m Charmoes ‘Timmernegers’); Adam en Pietje, kuijpers.

Wat archieven onthullen
Deze vondsten laten zien hoe Leidse archieven onverwachte en soms confronterende verhalen blootleggen, die reiken tot in de plantages van Suriname. Door verder onderzoek krijgen mensen als Christiaan, Quamina, Hendrik en Hendrietta weer een plaats in onze gedeelde geschiedenis.

Meer weten of zelf onderzoek doen?
Houd onze kanalen in de gaten voor meer informatie over dit onderwerp. Ook in onze collecties huizen nog veel meer verhalen. Onze bronnen zijn openbaar toegankelijk voor iedereen die zelf onderzoek wil doen. Kijk op www.erfgoedleiden.nl/leids-koloniaal-en-slavernijverleden.

Kaartmateriaal

  • Nieuwe specialkaart van de colonie Suriname : met de tot culture gebragt zijnde landen en plantagien : eerbiedigst opgedragen aan alle geinteresseerdens op en ingezetenen der gemelde colonie : Blad D, rechtsonder. Via Het Geheugen op Delpher.

Vondst van de Week
Vondst van de week (#VVDW) is een rubriek van de erfgoedexperts van Erfgoed Leiden en Omstreken. Zij doen daarin verslag van opmerkelijke vondsten en ervaringen. Via deze website, Instagram en Facebook houden ze je op de hoogte.

Susan Suer
17 juli 2025

kaart